Nieuws

Nederlandse Muziekprijs voor de ‘fontein van kleuren’ van trombonist Sebastiaan Kemner

Sebastiaan Kemner (31) krijgt de Nederlandse Muziekprijs. Of beter gezegd: de trombonist krijgt de staatsonderscheiding voor bewezen talent in de klassieke muziek nu écht. Al in oktober maakte het Fonds Podiumkunsten bekend dat Kemner de Muziekprijs zou ontvangen, maar de uitreiking in november kon wegens weer een lockdown niet doorgaan.

Sebastiaan Kemner Beeld Fleur Bijleveld
Sebastiaan KemnerBeeld Fleur Bijleveld

Zaterdag speelt hij – mét publiek – in De Doelen in Rotterdam, samen met het Residentie Orkest, vocaal ensembles Silbersee en het door hem opgerichte collectief Lonelinoise. Zondagavond zal de opname terug te zien zijn op de site van Radio 4.

Volgens de jury wordt de trombone ‘een fontein van kleuren’ als Kemner speelt. De prijs is daarnaast een erkenning voor zijn pogingen om hedendaagse muziek onder de aandacht te brengen. In het concert koppelt hij dan ook de middeleeuwse klanken van Hildegard van Bingen aan eigentijds werk van Beat Furrer en een première van Nicholas Moroz.

Sebastiaan Kemner is ‘een trombonist uit Leiden en zoals de meeste trombonisten ben ik heel gezellig’. Toch is hij binnen de trombonewereld een outsider. ‘Ik heb nooit in een harmonie, fanfare of brassband gespeeld, dat is wel uitzonderlijk, ja. En ik drink geen alcohol, daar gaat het stereotype al. Ik viel voor de trombone doordat ik er een hoorde in een bigband. Nee, daar heb ik ook al niet in gespeeld. Ik ben gelijk in een jeugdsymfonieorkest gegaan.’

Waarom hij voor het instrument viel? ‘Die grote schuif, dat was wel cool. De klank vond ik mooi: niet te schetterig, zoals een trompet, maar aanwezig en rond. Daar vereenzelvig ik mij mee, haha. Je hoeft er niet zo vingervlug voor te zijn. Het instrument roept vooral associaties op met carnaval, fanfare of grote symfonieën van Bruckner of Mahler. Ik wil laten horen dat je er meer mee kunt. Vooral de zangerige kant vind ik interessant. In het traject voorafgaand aan de uitreiking, volgde ik daarom zanglessen bij sopraan Claron McFadden.’

Sebastiaan Kemner Beeld Nina Kleingeld
Sebastiaan KemnerBeeld Nina Kleingeld

Ook atypisch is dat Kemner geen orkestbaan ambieert, al speelt hij als remplaçant (gastmusicus) met vrijwel alle Nederlandse orkesten mee. ‘Je rol is vaak minimaal, je moet lang wachten tot je eens een noot hebt. Wat me echt tegenstaat, is dat je je nooit mag bemoeien met wat anderen doen. Het is echt not done om tegen de fluitist te zeggen: hé, waarom doe je dat niet zó? Als ik een paar weken achter elkaar in orkesten speel, begin ik het moeilijk te krijgen.’

Bovendien: hij heeft de top van de top al zo’n beetje gehad. In 2012 werd hij toegelaten tot de tweejarige academie van het beroemdste symfonieorkest ter wereld, de Berliner Philharmoniker. ‘Het niveau was ongelooflijk. Iedereen zat al een uur van tevoren klaar om in te spelen. Toch dacht ik ook daar al snel: ik zou liever in de zaal zitten in plaats van op het podium, dan kan ik alles beter horen. Toen ging ik nadenken: als ik me nu al niet op mijn plek voel, moet ik dan niet verder gaan kijken?

‘Ook het hiërarchische vond ik moeilijk. Dan had ik mijn collega’s een hand gegeven bij binnenkomst, maar bleek dat als je ze anderhalf uur later weer tegenkwam, ze weer een hand moest geven. Wist ik veel?! Dan hoorde ik later dat ze, die oudere musici vooral, me arrogant vonden, en ging ik naar hen toe om mijn excuses aan te bieden. Heel vermoeiend.’

‘Verder kijken’ resulteerde in een master muziekwetenschap in Oxford. Inmiddels combineert hij zijn carrière als uitvoerend musicus met een promotie aldaar rond de vraag hoe je het publiek beter kunt betrekken bij hedendaagse kunstmuziek.

Ja, hoe moet dat? ‘Het helpt als musici vertellen over wat ze doen. Film kan ook een krachtig medium zijn. Ik geloof ook dat hoe je programmeert heel erg uitmaakt. De muziek van Hildegard bijvoorbeeld, gaat over ruimtelijkheid. Beat Furrer onderzoekt dat ook, maar dan eeuwen later. Als je eerst Hildegard hoort, valt dat beter op zijn plaats. Maar misschien moeten programmeurs ook gewoon veel meer nieuwe muziek programmeren.’

Meer over