Nederlandse film in permanente festivalsfeer

Het Ketelhuis, de eerste 'bioscoop voor de Nederlandse film', is volgens initiatiefnemer Marc van Warmerdam 'een uniek experiment dat kan mislukken'....

Documentairemaker Niek Koppen juicht het initiatief toe, maar vraagt zich af hoe levensvatbaar de bioscoop is. 'Het moet vooral niet gaan uitstralen dat er alleen maar Nederlandse films worden gedraaid', zegt hij. 'Met uitzondering van Abeltje doen Nederlandse films het niet goed. Dat ligt aan de films zelf, maar er heerst ook een soort sfeer dat je niet snel naar een Nederlandse film moet gaan.'

Van Warmerdam is niet bang voor een imagoprobleem. Volgens hem gaat het juist steeds beter met de Nederlandse film. 'Als je naar de bezoekcijfers kijkt, dan waren films als De Poolse bruid en Kleine Teun niet de grootste publiekstrekkers. Maar ze lieten wel veel films achter zich. De Jurk is beter bekeken dan Leaving Las Vegas.'

Bovendien is het alleen 'een eerste doelstelling' om Nederlandse producties te vertonen. Buitenlandse films worden niet op voorhand buitengesloten. 'Wij hebben geen reglement waarin staat: dit mag wel en dat mag niet. Je zou bijvoorbeeld maandag en dinsdag films van Frans Weisz kunnen draaien en de rest van de week films die hij heeft uitgekozen. Die hoeven niet Nederlands te zijn.'

Het Ketelhuis moet het niet alleen hebben van het filmaanbod. Van Warmerdam verwacht dat het publiek ook afkomt op de andere activiteiten, zoals gesprekken en ontmoetingen met regisseurs en acteurs, of live muziek. 'We hopen dat Het Ketelhuis een soort ontmoetingsplek wordt met een permanente festivalsfeer.'

Ally Derks, directeur van het International Documentary Filmfestival Amsterdam (IDFA), acht zo'n 'programma met toeters en bellen' noodzakelijk voor het filmhuis om te overleven. Ze put uit eigen ervaring: 'Tijdens het IDFA loopt het storm, door de sfeer en de mogelijkheid om mensen te ontmoeten. Maar daarna neemt het publiek voor documentairefilms weer sterk af.'

Derks vindt het 'een heel mooi streven' om een bioscoop voor de Nederlandse film te beginnen. 'Het is geweldig dat ze gewoon zijn begonnen, dat ze de stoelen en projectoren van de bioscoop Alfa hebben gevraagd, toen die werd gesloten. De publieke omroepen hebben plannen voor een Nationaal Filmtheater, maar daarmee schiet het gewoon niet op.'

Tegelijkertijd heeft Derks twijfels of het ook daadwerkelijk zal lukken. De locatie, net buiten het centrum, baart haar zorgen, evenals de nadruk op Nederlandse producties. 'Ze zouden gewoon een soort filmhuis moeten worden. Gezien het doekentekort in Amsterdam, sinds de sluiting van Alhambra en Alfa, is elk extra doek van belang.'

Producent Matthijs van Heijningen ziet het somber in voor Het Ketelhuis. Hij vindt het 'een leuk initiatief met veel schwung', maar vraagt zich af of een bioscoop met één zaal voor 140 bezoekers wel rendabel is. Bovendien vindt hij het aanbod van Nederlandse producties te klein.

Een eigen Nederlandse productie zou Van Heijningen er niet in première laten gaan. 'Ik mik toch hoger, op Tuschinski of Calypso.' De producent vindt Het Ketelhuis 'leuk voor erbij, en extra aandacht voor de Nederlandse film kan nooit kwaad, maar het is geen gat in de markt'.

De verbouwing van Het Ketelhuis werd deels uitgevoerd door vrijwilligers en is betaald door sponsors, subsidiënten en kopers van speciale pasjes. Bovendien verlaagde het stadsdeel Westerpark de huur. Mede daarom gaat Het Ketelhuis volgens Van Warmerdam 'met een veilig gevoel het eerste jaar in.'

Over drie jaar ligt er een nieuw bestemmingsplan voor het terrein rond de Westergasfabriek en tot dan wil Van Warmerdam het in ieder geval volhouden. Hij maakt zich vooralsnog geen zorgen over de exploitatie. 'Ik heb geen hersencellen die daaraan denken.'

Meer over