Boekrecensie

Nederland speelt een sleutelrol in de strijd tegen gifgas in Syrië ★★★★☆

De Amerikaanse journalist Joby Warrick schreef een messcherp boek over het westerse optreden tegen de chemische wapens van president Assad.

null Beeld Typex
Beeld Typex

In juli 2013 reizen onderzoekers van de Verenigde Naties (VN) uit Nederland af naar de Turkse grensstad Reyhanli. Ze hebben gehoord dat het plaatselijke ziekenhuis kort daarvoor Syrische slachtoffers heeft opgevangen van een aanval met een mysterieus wapen – het leek wel gifgas. Of het ziekenhuis toevallig sporen heeft bewaard?

Dat hebben de Turken. Het lichaam van een overleden vrouw. Opgeslagen in de vriezer van het mortuarium. De VN-onderzoekers ontdooien het lichaam met warm water. In de longen van het slachtoffer vinden ze sporen van het zenuwgas sarin. Dankzij het lijk in de vriezer hebben de VN hard bewijs in handen dat de Syrische president Bashar al Assad chemische wapens inzet tegen zijn eigen bevolking.

De sarin blijkt namelijk vermengd met een ongebruikelijke hulpstof. Deze specifieke samenstelling is uniek voor sarin uit Syrische staatslaboratoria. Jaren eerder, voordat Syrië in de greep raakte van een verwoestende oorlog, heeft een Syrische chemischewapenexpert een reageerbuisje met precies dezelfde sarin overhandigd aan de Amerikaanse inlichtingendienst CIA.

Soms lees je een boek waarvan je hoopt dat het morgen vertaald wordt. Zo’n boek is Red Line, over het westerse optreden tegen chemische wapens in Syrië, van de Amerikaanse journalist Joby Warrick. Ondanks het potentieel taaie onderwerp leest het als een thriller. De titel verwijst naar de ‘rode lijn’ die toenmalig Amerikaans president Obama uitsprak, maar nooit handhaafde: Amerika zou militair ingrijpen in Syrië als Assad chemische wapens gebruikte.

Warrick begint met het uit de weg ruimen van een misverstand. Waarom eisten de VN samen met de Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens (OPCW) dat Assad zijn chemische wapens liet vernietigen? Omdat Amerikaanse en Europese inlichtingendiensten wakker lagen van de mogelijkheid dat de Syrische dictator af en toe een vatbom met sarin op zijn eigen burgers zou dumpen?

Welnee.

In 2012 en begin 2013 geldt Assad voor westerse overheden nog als een alleenheerser die weliswaar geen mensenrechtenprijs zal winnen, maar met wie je in geval van nood zaken kunt doen. Angst is er voor de Syrische rebellen. ‘Het echte nachtmerriescenario voor ons was toen Nusra’, zegt een Amerikaanse oud-inlichtingenman in het boek. Jahbat al Nusra, het plaatselijke filiaal van Al Qaida, verdrong gematigde rebellengroepen in Syrië. Nusra-strijders naderden de overheidsdepots met chemische wapens.

Maar Assad wordt zo’n beetje op heterdaad betrapt als een VN-team onder leiding van de Zweedse wapenexpert Åke Sellström in augustus 2013 een bezoek brengt aan de Syrische hoofdstad Damascus. Terwijl de VN-inspecteurs zich installeren in het chique Four Seasons-hotel, vindt even verderop in de rebellenwijk Oost-Ghouta een mogelijke aanval met gifgas plaats. De VN-deskundigen zijn niet voorbereid op een bezoek aan een echt oorlogsgebied, maar besluiten toch unaniem om onderzoek te doen in Oost-Ghouta.

In een van de spannendste passages in het boek wordt het VN-konvooi beschoten als het de frontlijn naar het rebellengebied oversteekt. Eén gepantserde auto kan niet meer rijden: de banden zijn doorzeefd met kogels. De VN eisen dat de onderzoekers Syrië verlaten. Maar de Egyptische inspecteur die achter het portier zat dat het vaakst onder vuur is genomen, krijgt het laatste woord. ‘We gaan terug.’ Opnieuw naar Oost-Ghouta.

Zoals de Egyptenaar uitlegt: dit is de Arabische wereld. Schieten op gepantserde auto’s is hier slechts intimidatie. Wie wil doden, gebruikt serieuzere wapens. Uiteindelijk bereikt het VN-konvooi inderdaad Oost-Ghouta. De Syrische regering probeert het onderzoek te frustreren. Afspraken over een staakt-het-vuren worden niet nageleefd. Hoewel Sellström nooit publiekelijk schuldigen heeft aangewezen, wijst zijn materiaal op het gebruik van sarin door de Syrische regering.

Het vervolg is bekend. De Nederlandse diplomaat Sigrid Kaag wordt aangesteld als hoofd van een gezamenlijke VN/OPCW-missie om Syrië chemisch te ontwapenen. In de mannenwereld van wapenexperts viel de keuze onder meer op Kaag omdat ze vrouw is, schrijft Warrick. Haar benoeming was omstreden. Maar algauw verstomden de tegenstanders omdat ze excelleerde in haar werk.

Geenstijl-aanhangers zullen met verrukking constateren dat Kaag hoofddoekjes droeg tijdens bezoeken aan de Iraanse ambassade in Damascus. Indringender is de passage waarin een mortiergranaat vlak bij Kaag en haar mensen neerkomt. Ze is meer ‘geërgerd’ dan bang, klopt haar kleren af en gaat verder met haar werk.

Dit wordt duidelijk in Red Line: Nederland speelt een sleutelrol in het Syrische chemischewapendossier. De OPCW is gevestigd in Den Haag. Maar de betrokkenheid gaat verder. In beslag genomen chemicaliën worden onderzocht in Spiez (Zwitserland) en door het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) in Rijswijk. Met deze taak van wereldbelang loopt het NFI niet te koop.

De missie van Kaag is op zichzelf een succes. De bekende voorraden chemische wapens en productiefaciliteiten van Assad worden vernietigd. Maar Assad mag zijn chloorgas houden. Te laat valt het kwartje dat ook dit huishoudmiddel kan worden gebruikt als wapen. Bovendien wijst alles erop dat de Syrische regering een voorraad sarin achter de hand heeft gehouden.

Het boek heeft één minpunt. Warrick besteedt nauwelijks aandacht aan de zaak waarin de OPCW onderuit ging inzake Syrië: rondom de veronderstelde gifgasaanval in Douma in april 2018. Na een gevaarlijk onderzoek ter plaatse stelt de OPCW dat alles wijst op een aanval met chloorgas. Twee inspecteurs zijn het daarmee oneens. Zij klappen uit de school over dit verschil van inzicht. Het moedige onderzoek in Douma ontaardt in publiek moddergooien tussen de OPCW-leiding en de dissidente inspecteurs.

Zaten de kritische inspecteurs onder de knop van Rusland, een bondgenoot van Assad? Of wist de OPCW zich door de immense geopolitieke druk geen raad meer met een stel klokkenluiders? Je zou willen dat Warrick deze kwestie met zijn messcherpe pen fileert. Maar dat kan hij in een herdruk altijd nog goedmaken.

Joby Warrick: Red Line The Unraveling of Syria and America's Race to Destroy the Most Dangerous Arsenal in the World. Doubleday/ Penguin Random House, ca. € 15,99.

Meer over