Komedie

Nebraska

De band tussen vader en zoon, hoe onkenbaar ook, biedt troost

Bor Beekman

'Het maakt niet uit' en 'het geeft niet', dat zijn de zinnen waarin Woody zijn wereldbeeld giet. De tegen de 80 lopende oud-garagehouder uit Montana is veelal beneveld, door drank en/of dementie, maar soms ook lucide, en bijna altijd chagrijnig.

Geen gezellige reisgenoot, of hoofdpersonage voor een roadmovie van bijna twee uur. Maar Woody - een voortreffelijk naar binnen gekeerde Bruce Dern - móét op reis. Hij heeft een miljoen dollar gewonnen: het staat in zo'n automatisch geadresseerde marketingbrief die bij hem is bezorgd. Dus moet dat zo zijn, meent de oldtimer met stalen logica uit voorbije tijden: 'Anders kunnen ze dat niet schrijven.'

Alexander Payne's voor zes Oscars genomineerde speelfilm, uitgevoerd in sober, niet al te artistiekerig zwart-wit, voert door het heartland van Amerika. Die dunbevolkte, vergrijzende streken waar de oer-Amerikaanse ziel nog huist en arbeiders steeds minder te doen hebben. Het Nebraska uit de titel, waar het prijskantoortje zich bevindt, ligt 1.500 kilometer verderop. Woody wil lopen.

En als de politie hem een keer of wat van de snelweg oppikt en hem retourneert bij zijn permanent boze echtgenote (June Squibb, net als Dern voor een Oscar genomineerd), besluit zoon David (Will Forte) zijn vader te brengen. Hem iets uit het hoofd praten is onmogelijk. En de zoon had toch weinig te doen, als door zijn vriendin verlaten winkelbediende.

De regio is sterk verbonden met het oeuvre van de in Nebraska geboren Payne (53), die de levens van zijn sukkelende helden afzet tegen het Amerikaanse landschap in dramatische komedies als Sideways (de Californische wijnstreek), About Schmidt (Nebraska) en The Descendants (Hawaï). Eenmaal op weg glijdt Nebraska in een aangename cadans, op de weemoedige banjoklanken van de filmcomponist.

Als de tocht langs de geboorteplaats van Woody voert en David zijn vader en diens familie beter leert kennen, wordt de band niet zomaar eenduidig versterkt. Woody blijft koppig en onpeilbaar, en gevoelloos voor het hartverwarmende vader-zoonsentiment dat Payne door zijn vertelling weeft - een fraai contrast.

Nebraska toont een wegzinkend Amerika, maar ridiculiseert de eenvoudige streekbewoners niet. Of hooguit een beetje; middels de dikke neven van Woody en David die op de bank hangen terwijl moeder hun toestand - werkloos, veroordeeld voor aanranding - wijt aan 'de economie'. De onvermijdelijke deceptie die prijswinnaar Woody tegemoet gaat, neemt een wending als de dorpsgemeenschap ook gaat geloven dat hij op weg is miljonair te worden.

Payne prikt de Amerikaanse droom lek zonder te vervallen in zwartgalligheid. De band tussen vader en zoon, hoe onkenbaar ook, biedt troost.

undefined

Meer over