DagboekFrederik Kramer (1793-?)

Napoleons dagen in Holland lijken geteld

Erik van den Berg deelt dagelijks een opmerkelijk fragment uit zijn verzameling historische dagboeken.

Erik van den Berg
De Volkerenslacht bij Leipzig, aquarel.  Beeld Getty
De Volkerenslacht bij Leipzig, aquarel.Beeld Getty

De eerste dagen trokken we doelloos rond, van dorp naar dorp. De 23ste november kwamen wij te Mekkenheim, waar we een paar weken bleven. Daar ontvingen we zeer treurige tijdingen uit Mainz. De stad was zo vol gewonden, dat men de kerken tot hospitalen had moeten inrichten.

Door onvoldoende verzorging en huisvesting brak er een besmettelijke ziekte uit, een soort pest, waaraan duizenden en duizenden stierven. Alleen van de bevolking stierf er ongeveer het tiende deel. Ook de prefect overleed aan die vreselijke ziekte. De sterfte onder de militairen was nog veel groter.

In die tijd ontving ik de laatste brief van mijn ouders. Allen maakten het best. Vader schreef me ook over de toestand in het vaderland. Er waren grote gebeurtenissen op til. Men verwachtte na de ongunstige berichten van Napoleons leger (in oktober 1813 had Napoleon een grote nederlaag geleden in de Volkerenslag bij Leipzig, red.) spoedig een omwenteling, die een einde zou maken aan de Franse overheersing.

Wat was ik nu graag in dienst van mijn vaderland geweest! Ik moest nu misschien nog strijden voor hem, die de oorzaak was van alle ellende, terwijl mij men in Holland zo goed zou kunnen gebruiken. Van dat ogenblik af brandde ik van nieuwsgierigheid nadere berichten uit het vaderland te horen. Doch daar was niet veel kans op. Dagenlang leefde ik in volkomen onwetendheid.

Frederik Kramer (1793-?), Nederlandse soldaat in dienst van Napoleon. Ingekort fragment uit De lotgevallen van een Garde d’Honneur. Van Goor, 1953.

Meer over