And Venus was her name

Namenliedjes, ze zijn er in de popmuziek in een ontelbare hoeveelheid

null Beeld Typex
Beeld Typex

Julia, het eerste nummer waarmee het Volendamse duo Nick & Simon de eerste plaats van de Top 40 bereikte, in 2013, is een klassiek naamliedje over de liefde, zo een waarvan er duizenden bestaan. Verliefde man is flink in de fout gegaan, kan zichzelf wel voor zijn kop slaan, vraagt om vergiffenis, slijmt erop los en hoopt, wellicht tegen beter in, dat het allemaal weer goed komt. ‘Fout’ rijmt netjes op ‘houd’.

O Julia je hoort bij mij

O Julia loop niet voorbij

Alles is mijn schuld, is mijn fout

Maar heb wat geduld en weet dat ik van je houd

Dat was nog niet alles. Nick & Simon vonden een manier om het succes van Julia commercieel optimaal uit te buiten. Ze namen 154 verschillende versies op van het liedje, en later nog eens 22. Julia werd in het refrein domweg vervangen door Renate, Natasja, Ingrid, Bente, Simone en 171 anderen. Vrouwelijke fans sméékten erom, ze wilden worden bezongen. Aaltje-Charlotte was de eerste van de acht verzamelplaten, Sanne-Zoë de laatste.

Zoiets was niet eerder vertoond. Er was een officieel wereldrecord gevestigd. Nick & Simon werden opgenomen in Guinness World Records, in de categorie ‘Meeste digitale singlereleases van één artiest of band binnen 24 uur’.

De Volendammers hadden al goede ervaringen met een namenliedje: Rosanne uit 2008 (‘Rosanne, ik weet dat er heel veel mannen zijn, elke keer weer een ander en mij doet het pijn’) was jarenlang hun grootste hit.

Namenliedjes, ze zijn er in de popmuziek in een ontelbare hoeveelheid. Tienduizenden, is de ruwe schatting.

Al in de jaren veertig borrelde het. De Amerikaanse schrijver en journalist Nick Tosches dook in wat hij ‘de wilde jaren voor Elvis’ noemde, de periode voor de geboorte van de rock-’n-roll. In zijn boek Unsung Heroes of Rock-’n-roll (1991) schrijft Tosches over talloze blues-, country- en gospelartiesten uit de jaren veertig die al neigden naar rock-’n-roll toen het nog niet zo heette.

Bijvangst in zijn boek is het vaststellen van het beginpunt van het namenliedje in de popmuziek: in maart 1945 zong Louis Jordan over Caldonia, de vrouw met de grote voeten. Een jaar later eerde een andere jumpblueslegende, Big Joe Turner, zijn Rebecca en haar lange benen:

Rebecca, Rebecca, get your big legs off me

It look like somethin’ I seen in a forest, I think a tree

In de volgende fase van het namenliedje excelleert Chuck Berry. Met Maybellene beukte hij in 1955 een paar grenzen weg. Als eerste zwarte Amerikaan dook de zanger en gitarist op in de top-10 van de hitlijsten, met een nummer waarin het verhaal over een vrouw die vreemdgaat is versneden met snelle auto’s en pure romantiek. ‘Het rock-’n-rollgitaarspel begint hier’, concludeerde het tijdschrift Rolling Stone een halve eeuw later.

Het ging los. In het oeuvre van Elvis Presley worden achttien vrouwennamen in titels genoemd: Sylvia, Mona Lisa en Judy onder anderen. The Beatles gaven hoofdrollen aan Michelle en, daar is ze weer, Julia, The Rolling Stones aan Angie en Claudine.

Alle genres, van country tot soul en van hiphop tot hardrock, zijn vertegenwoordigd. Bij elke gangbare voornaam hoort een liedje. Op girlsnamesongs.com zijn er ruim 2.300 verzameld, maar de lijst is verre van volledig – al was het maar omdat mannennamen daar zijn uitgesloten. In het enorme aanbod zijn mannen veruit in de minderheid. De verhouding is een op vijf, ongeveer.

Voor een deel kan dat worden verklaard door de verhouding m/v in de popmuziek. Mannen zijn in de meerderheid en mannen zingen, om indruk te maken of hun gevoelige kant te tonen of gewoon omdat ze geil zijn (Peter Koelewijn met Angeline, ‘de blonde seksmachine’), graag over vrouwen.

In The Guardian stond in 2007 in een stuk over popliedjes met mannennamen een mogelijk aanvullende (en poëtischere) verklaring. Gewezen werd op het feit dat het voor ouders makkelijker is om een naam te kiezen voor een meisje dan voor een jongen. ‘Liedjesschrijvers hebben een soortgelijk dilemma. Kijk naar je vrienden en collega’s, en de kans is groot dat de meeste vrouwennamen zich lenen voor een titel en waarschijnlijk ook al zijn gebruikt, terwijl de meeste mannennamen doodvallen.’

Nog een stelling in The Guardian die hout lijkt te snijden en een korte overdenking waard is: vrouwennamen neigen meer naar poëzie, mannennamen naar proza. ‘Niet één mannennaam is van zichzelf zo muzikaal als pak ’m beet Emily’. Dat klinkt op zijn minst plausibel. Veel vrouwennamen hebben een zangerig open einde: Julia, Sara, Angie, Layla.

De grootste categorie namenliedjes wordt gevormd door mannen die over vrouwen zingen, de grootste subcategorie bestaat uit liefdesliedjes, het moddervette, heerlijke muzikale cliché. Voor het hele repertoire geldt dat de hoofdpersoon in de meeste gevallen is verzonnen. Liedjes over bestaande personages, zoals Peggy Sue (Buddy Holly), Amelia (Joni Mitchell), Lea (The Cats) en Jeremy (Pearl Jam), zijn in de minderheid.

In die laatste categorie vallen ook twee liedjes, allebei internationale hits, van Chris Rea. In Josephine zong hij in 1985 over zijn oudste dochter. Acht jaar later was de jongste aan de beurt, Julia (en dat is drie). Ook Beyoncé betuigde in een lied haar liefde aan het nageslacht, in Blue. Boudewijn de Groot refereert in Jimmy aan zijn zoon Jim, ‘die kleine op mijn schoot’.

Opgemerkt moet worden dat hier de strengste definitie wordt gebruikt, om het enorme terrein enigszins af te bakenen. Alleen liedjes met louter een voornaam tellen mee. Proud Mary, Lucy in the Sky with Diamonds, Lady Jane, Sheena Is a Punkrocker en Come On Eileen bijvoorbeeld vallen af. Dieren doen mee, bijvoorbeeld in Ben, waarin Michael Jackson over zijn (dode) rat zingt, of in Flappie van Youp van ’t Hek (konijn).

De verscheidenheid is enorm. Lola van The Kinks gaat over een travestiet, Leo van Ria Valk over een zuipschuit die weer eens dronken is geweest en tekeergaat als een beest, Tyrone van Erykah Badu over een man die meer aandacht schenkt aan zijn vrienden dan aan zijn vriendin, Nikita van Elton John over een Oost-Duitse grensbewaker (in de videoclip een grensbewaakster) die hevig wordt begeerd.

Studie van de Radio 2 Top 2000 van 2020 biedt een duidelijk zicht op de omvang en veelzijdigheid van het verschijnsel. In 55 liedjes met alleen een voornaam als titel, 2,75 procent van het totaal, worden mannen en vrouwen bezongen. Jolene van Dolly Parton (33) staat het hoogst, Domino van Clouseau sluit de rij (1987). Inclusief Ben en, vooruit, Flappie, hebben veertien mannennamen de keuzelijst gehaald, waaronder ook Jimmy van Boudewijn de Groot.

Van de Nederlandse artiesten is De Groot prominent aanwezig in het genre. Ook Eva en Annabel staan op zijn naam. Tante Julia van De Groot (en van Rob de Nijs) valt buiten de definitie, in tegenstelling tot Julia van Afslag 12, Go Back to the Zoo, Ben Cramer, Pavlov’s Dog, Vitesse, Lauv en nog een handvol anderen, Jeremy Zucker bijvoorbeeld. In zijn naamliedje wordt zijn hart gebroken door Julia, net zoals Nick & Simon was overkomen.

‘Mijn naam is Julia en namens alle Julia’s zeg ik sorry’, liet een vrouw weten in de commentaarsectie van het liedje van Zucker op YouTube. In de namenliedjes is Julia bijna net zo populair als Maria, maar geen enkele vrouw of man kan op tegen de godin die in 1969 met groot succes, ook internationaal, werd bezongen en bejubeld door de Haagse band Shocking Blue:

A goddess on a mountain top

Burning like a silver flame

A summit of beauty and love

And Venus was her name

Meer over