beschouwingNamenliedjes

Namenliedjes in de popmuziek: net als Ramona had Alie Roelvink het niet makkelijk

null Beeld Typex
Beeld Typex

Paul Onkenhout en John Schoorl schrijven elke week over een namenliedje (m/v) in de popmuziek. Alleen liedjes met louter een voornaam als titel komen in aanmerking.

Ramona

‘Ramona, waarom liet jij je kind alleen

Ramona, waarom ging jij toch van hem heen’

Alie Roelvink, 1960

Oog in oog met Staande Beer, een oorspronkelijke bewoner van Amerika en vooraanstaand lid van de Ponca-stam, plantte Helen Hunt Jackson in 1879 in Boston het zaadje voor de latere wereldhit Ramona – door Alie Roelvink in golvend Amsterdams accent vertolkt in 1960. Hunt Jackson wist welke kant het uit moest met haar schrijversloopbaan: ze ging de kwalijke praktijken beschrijven jegens Staande Beer en al die andere indianen in Amerika.

Wat haar vriendin Harriet Beecher Stowe voor elkaar had gekregen voor de situatie van Afro-Amerikanen met haar boek De hut van oom Tom, wilde zij bewerkstelligen voor de inheemse bevolking. In drie maanden tijd gooide ze er in een New Yorkse hotelkamer een roman uit, getiteld Ramona. Het boek, dat in 1884 verscheen, ging over een arme wees, van Schots-indiaanse origine, vechtend tegen racisme.

In een nieuwe serie analyseren Paul Onkenhout en John Schoorl elke week een popliedje met een naam als titel. Dat zijn er nogal wat.

De roman werd een groot succes, al zou Helen Hunt Jackson dat niet meemaken. Zij stierf kort na het verschijnen, op 55-jarige leeftijd. Meermaals werd het boek verfilmd en ter promotie rolde er in 1928 een liedje uit, dat voor het gemak óók Ramona heette. Het werd geschreven door L. Wolfe Gilbert en Mabel Wayne en voor het eerst gezongen door Austin Young, begeleid door het Paul Whiteman Orchestra.

Net als Ramona had Alie Roelvink (1923-2008) het niet makkelijk. Ze stond al op haar 8ste jaar op het biljart te zingen, maar zou in het universum van de Amsterdamse Jordaanse smartlap nooit een dominante rol spelen.

Haar echtgenoot Dries Roelvink sr. dwarsboomde de loopbaan van zijn vrouw, vertelde de zoon en tevens zanger, Dries Roelvink jr., in 2017 in Het Parool. In hun café hadden ze daar veelvuldig mot over. ‘Pa was een jaloerse man. Klanten die al te vriendelijk deden tegen zijn vrouw, tapte hij niet, aldus Roelvink jr.

De oude Roelvink kon toch niet voorkomen dat zijn Alie zo nu en dan toch een plaatje opnam, zoals in 1960 Ramona, in hetzelfde jaar dat de broers Ruud en Riem de Wolff als The Blue Diamonds de grootste kaskraker uit hun loopbaan lanceerden, met een bedaarde rock-’n-rollversie van de hit van Gilbert en Wayne. In de Nederlandse tekst, geschreven door Henk Theunisse, was er geen Indiaan meer te bekennen. Ramona was een ontaarde, losgeslagen moeder geworden, en zo klonk ze ook, klagerig vertolkt door Alie Roelvink.

Behalve de door Roelvink en haar talloze collega’s bezongen Ramona, het literaire personage Ramona en het filmpersonage Ramona, was er ook ‘de echte Ramona’. Ze heette Ramona Lubo (1853-1922), woonde in Zuid-Californië en liet zich aanleunen dat zij de inspiratie voor schrijver Helen Hunt Jackson was geweest.

Of het klopte, maakte geen bal uit. Het kwam Ramona goed uit, met een man die niet wilde deugen. Voor een centje kon je met The Real Ramona op de foto.

Ramona Lubo (1853-1922). Beeld California Historical Society
Ramona Lubo (1853-1922).Beeld California Historical Society
Helen Hunt Jackson, de auteur van de roman Ramona. Beeld Bettmann Archive
Helen Hunt Jackson, de auteur van de roman Ramona.Beeld Bettmann Archive
null Beeld Found Image Holdings Inc.
Beeld Found Image Holdings Inc.
Ramona, geschreven door L. Wolfe Gilbert en Mabel Wayne, en voor het eerst gezongen door Austin Young, begeleid door het Paul Whiteman Orchestra. Beeld
Ramona, geschreven door L. Wolfe Gilbert en Mabel Wayne, en voor het eerst gezongen door Austin Young, begeleid door het Paul Whiteman Orchestra.
Ramona, Helen Hunt Jackson (1884) Beeld
Ramona, Helen Hunt Jackson (1884)
Meer over