Nachtportier lijdt onder imposante beeldentaal

THEATER..

De Julianakerk in Den Haag staat al geruime tijd leeg. Er zijn plannen om er een moskee van te maken. De kerk ligt aan de rand van de allochtonenwijk Transvaal: een gebedshuis in die richting is dus geen gek idee.

Maar eerst is de kerk voor theatermaakster Guusje Eybers die in Den Haag al jaren de meest uiteenlopende locaties zoekt om geheel zelfstandig haar spectaculaire theater te maken. Eybers werkte voorheen onder meer op de Scheveningse pier, de Haagse vuilstortplaats en in het zwembad De Regentes.

De Julianakerk heeft ze omgetoverd in het Weense Hotel zur Oper. Er is een hotellobby gebouwd, compleet met balustrades, een enorm trappenhuis en een authentiek Weens koffiehuis waar het publiek aan tafels met kaarslicht zit. Er wordt Wiener Melange geschonken uit zilveren kannetjes en we snoepen van apfelstrudel en Sachertorte.

De Nachtportier is Eybers theaterversie van de destijds schokkende film The Nightporter (1973) van de Italiaanse cineaste Liliana Cavani. Daarin speelde Dirk Bogarde de rol van Max, de nachtportier die zich in een Weens hotel heeft verschanst. Het is 1954, negen jaar na de oorlog waarin SS'r Max kampbewaarder was. Na de oorlog is hij in de schemering gebleven, omdat hij zich schaamt in het licht. Zijn werk in de nacht geeft hem de kans te leven als een kerkmuis.

Zijn verleden wordt overhoop gehaald als Lucia ineens voor hem staat. Zij logeert in het hotel met haar man, een succesvol Engels dirigent die in Wenen moet optreden. Lucia herkent in Max haar bewaker uit het kamp van destijds met wie ze een mysterieuze, erotische relatie onderhield. Door zich aan zijn morbide spelletjes over te geven, heeft ze wellicht haar leven gered.

De beul en zijn slachtoffer, het is een klassiek thema dat Cavani in haar film gedurfd behandelde. Het lukte haar inzicht te verschaffen een seksuele relatie gebaseerd op afhankelijkheid. Bij Eybers speelt echter niet die relatie maar het hotel met zijn duistere gasten de hoofdrol. Max heeft zich omringd met collega's uit de oorlog die elkaar in schijnprocessen proberen vrij te pleiten. De komst van de enig overgebleven getuige leidt tot een onafwendbaar slot.

Eybers geeft met een indrukwekkende beeldtaal, fraaie massascènes en een fenomenaal gebruik van ruimte en licht haar voorstelling een bijna opera-achtige allure. Ze wordt daarbij geholpen door stemmige muziek van een Weens orkest en vooral door haar ongeëvenaarde gevoel voor grotesk theater. Met flair zet ze moeilijke scènes en een eigenzinnige locatie naar haar hand.

Helaas gaat dat ten koste van de intimiteit en subtiliteit. Thom Hoffman (Max) en Saskia Temming (Lucia) moeten - om de locatie te bedwingen - zo uitvergroot en met zoveel stemverheffing spelen dat er geen sprake is van de noodzakelijke beklemming in hun samenzijn. Het moment waarop Temming verandert van een neurotisch kampslachtoffer in een femme fatale die zich wulps om haar beul kronkelt, komt volledig uit de lucht vallen.

De Nachtportier wordt daarmee bijna drie uur lang gefascineerd kijken naar een spektakel over duistere zaken die vooral duister blijven.

Meer over