tv-recensiejulien althuisius

Na het zien van Tegenlicht kun je maar tot één conclusie komen: weg met de marktwerking in de zorg

null Beeld

We zitten er nog tot onze middel in en er is licht aan het eind van de tunnel, maar die tunnel is nog lang en leidt naar het begin van het einde, of juist het einde van het begin. Hoe dan ook: de tijd is inmiddels rijp om voorzichtig om te kijken en vooruit te blikken. Dat gebeurde in een leerzame aflevering van Tegenlicht zondagavond, waarin werd geanalyseerd hoe ons zorgsysteem de coronacrisis het hoofd heeft geboden en hoe we verder moeten.

‘In hoeverre was ons Nederlandse zorgsysteem bestand tegen een wereldwijde pandemie?’, vroeg Janine Abbring zich in de voice-over af. Nou, dat antwoord weten we inmiddels wel. In het begin van de aflevering blikte Tegenlicht terug op de plotselinge vloedgolf die de Nederlandse ziekenhuizen overspoelde begin 2020. Ditmaal geen indringende beelden vanuit de intensive care’s, maar een wanhopige Rob van der Kolk, directeur inkoop van het Academisch Medisch Centrum (AMC) in Amsterdam, die letterlijk met zijn handen in het haar moest beslissen over het betalen van miljoenen voor ladingen mondkapjes, waar in het begin van de crisis (weet u nog?) een gevaarlijk tekort aan was. Die logistieke chaos tijdens de eerste golf werd uiteindelijk overwonnen door het Landelijk Consortium Hulpmiddelen, een tijdelijke coalitie tussen marktpartijen, ziekenhuizen en het Ministerie voor Volksgezondheid. Geen marktwerking, maar samenwerking.

‘Het model competitie werkt niet in de gezondheidszorg’, zei Marcel Levi, internist en nou ja, u heeft hem vast wel eens voorbij zien komen de afgelopen maanden. Het is dat model, de marktwerking, die de ­Nederlandse gezondheidszorg heeft gebracht waar deze nu staat: te weinig ic-bedden, te hoge werkdruk, een continue bezetting van 95 procent. Door dit ‘krapte­model’ zoals internist-infectioloog Suzanne Geerlings het noemde, valt het Nederlandse zorgsysteem bij de eerste fikse tegenwind al om. ‘Een klein beetje meer aanbod en we kunnen het niet meer aan.’

De inrichting van het zorgstelsel is een ingewikkeld en abstract vraagstuk, maar het werd in deze aflevering van Tegenlicht zorgvuldig en helder ontleed. De marktwerking heeft ertoe geleid dat de overheid zich weinig bemoeit met de zorg en de verzekeraars veel, met als resultaat dat er te veel gestuurd wordt op zuinigheid en dat zorgpersoneel te lijden heeft onder een nodeloos zware administratiedruk. Alles moet zo efficiënt en goedkoop mogelijk en daardoor bungelen we nu Europees gezien ergens onderaan als het gaat om aantal ic-bedden per duizend inwoners.

Na het zien van Tegenlicht kun je maar tot één conclusie komen: weg met die marktwerking dus, of in ieder geval veel minder. Niet de verzekeraars, waar zuinigheid boven gezondheid gaat, maar de overheid moet de regie hebben. Dat heeft inderdaad een prijs. Maar is dat erg? Zorg is duur, gaf Marcel Levi toe. ‘Maar een goede gezondheidszorg is gewoon een uiting van beschaving.’

Meer over