BoekrecensieWagnerism – Art and Politics in the Shadow of Music

Na het lezen van Wagnerism voelt elk oordeel over de Duitse componist kort door de bocht ★★★★☆

Welk beeld je ook van de componist Richard Wagner dacht te hebben, na lezing van dit duizelingwekkende overzichtswerk voelt elk oordeel kort door de bocht. 

Beeld Floor Rieder

Op pagina 4 van Wagnerism grijpt een verzwakte, 69-jarige Richard Wagner naar zijn hart, laat een dokter komen en sterft. Het is 13 februari 1883. Wat volgt, is een zevenhonderd pagina’s lang gevecht om zijn nalatenschap, dat overigens al bij leven wordt ingezet: Wagners persoon, geschriften en opera’s worden aanbeden en gehaat, bespot en gemanipuleerd, in de ban gedaan en gerehabiliteerd. Wagner inspireerde Hitler maar óók de bolsjewieken en de zionist Theodor Herzl, bleek een verrassend inclusief rolmodel voor feministen en activisten en had grote invloed op naoorlogse fantasy en Hollywood. Welk beeld je ook van Wagner dacht te hebben, na lezing van dit duizelingwekkende overzichtswerk voelt elk oordeel kort door de bocht.

Wat mogen we dankbaar zijn dat uitgerekend Alex Ross, beroemd muziekjournalist van The New Yorker, een boek over deze bonte stoet (anti)wagnerianen schreef. In zijn bestseller The Rest is Noise (2007) deed hij met zijn heldere schrijfstijl verslag van de nauwe band tussen 20ste-eeuwse klassieke muziek en politiek. Nu komen zijn scherpe formuleringen en brede blik op hoge én popcultuur uitstekend van pas om de lezer door het labyrint van Wagners erfenis te gidsen.

Wagners invloed op de muziekgeschiedenis is groot, maar niet groter dan die van Bach of Beethoven. Zijn invloed op de bredere westerse cultuur, zo stelt Ross overtuigend, is echter door geen componist geëvenaard. De eerste die daarvan een vermoeden kreeg, was de oer-wagneriaan Friedrich Nietzsche. Aanvankelijk bewees de filosoof zich als trouwe pupil, die het luisteren naar de opera’s vergeleek met het roken van hasj. Maar Nietzsche had niets met de parade van prominenten die het plaatsje Bayreuth vanaf de eerste aan Wagner gewijde Festspiele in 1876 elke zomer aandeden. Ook raakte hij in filosofische zin verwijderd van de componist: Nietzsche werd allergisch voor romantisch gedweep en vond bijvoorbeeld het medelijden dat wordt gepredikt in Wagners mystieke zwanenzang Parsifal maar zwak en hypocriet. Hij omschreef Wagner als een modernist, maar dan in Nietzsches negatieve uitleg van het begrip: decadent en vol valse idealen.

In Frankrijk had de avant-garde geen moeite met de vermeende decadentie van Wagner en genoot van zijn symboliek. In een brief aan de componist vergeleek de dichter Baudelaire zijn luisterervaring met het genot van penetratie, wat Wagner kennelijk als een compliment opvatte. Baudelaire zag Wagners door mythen geïnspireerde opera’s als een daad van verzet en een bron van geheime krachten. Maar met de adoratie begon ook de toe-eigening: zo zette Baudelaire de moraal van Tannhäuser op z’n kop door juist de orgiastische liefde op de Venusberg te prefereren boven de vroom christelijke tegenkrachten.

Wagner had zijn populariteit onder progressieven mede te danken aan zijn pamfletten van rond 1849, toen hij nog als linkse idealist de barricaden van Dresden beklom. Het onderdrukte werkvolkje en het corrumperende Rijngoud dat opduikt in Das Rheingold zette George Bernard Shaw aan tot een beroemde analyse van Wagners vierdelige Ring-cyclus langs antikapitalistische lijnen. Feministen van de eerste golf bewonderden sterke vrouwen als Isolde en Brünnhilde, die zich verzetten tegen patriarchale normen. 

Breuk

De eerste decennia kon het met het wagnerisme nog alle kanten op. Maar de Eerste Wereldoorlog vormde een breuk: Wagner werd voor de Duitse propagandamachine gespannen en dreigde een flink deel van zijn grensoverschrijdende aantrekkingskracht te verliezen. Tegelijkertijd kreeg de Wagner-familie in Bayreuth, deels via dubieuze huwelijkspartners als Houston Stewart Chamberlain, steeds racistischer trekjes.

Het dominantste en duistere leidmotief dat in het thematisch geordende Wagnerism steeds weer opduikt, is Wagners antisemitisme. Hoewel de componist samenwerkte met Joodse musici, is zijn essay Das Judenthum in der Musik niet mis te verstaan. Wagners claim dat Joden ‘wormen zijn die zich huisvesten in het lichaam van de kunsten’ vond een akelige echo in Hitlers omschrijving van het Joodse volk als ‘parasieten in andermans lichaam’. Wagners muziekdrama’s werden door Hitler fel gepropageerd, al bleek het cruciale begrip ‘Mitleid’ uit Parsifal moeilijker te verkopen dan de nationalistische boodschap (‘Ehrt eure deutschen Meister!’) van Die Meistersinger. De gemiddelde nazi luisterde trouwens veel liever naar lichte muziek, waardoor operahuizen als Bayreuth steeds meer moeite kregen om de zaal te vullen.

Is daarmee de zaak afgedaan en Wagner een componist die we alsnog maar beter kunnen ‘cancelen’? Ross plaatst Wagners verwerpelijke opvattingen in het volle daglicht, maar waarschuwt ook voor ‘backshadowing’. ‘Riskant aan het benadrukken van de rechte lijn van Wagner naar Hitler is dat het de Führer een postume culturele overwinning cadeau doet: het exclusieve bezit van de componist die hij liefhad.’ Bovendien constateert Ross ‘een problematische alliantie tussen wagneriaanse nazi’s en antiwagneriaanse antinazi’s’. De framing van Wagner als wegbereider van Hitler doet geen enkel recht aan belangrijke thema’s in zijn opera’s: vergeving, anarchistische liefde, en – zoals Wotan in Der Ring des Nibelungen ondervindt – de corrumperende werking van absolute macht.

Doorstart

Hoewel het festival van Bayreuth onder leiding van kleinzoons Wieland en Wolfgang een knappe doorstart wist te maken, werd Wagners muziek in de naoorlogse cultuur vaak geassocieerd met nazi’s, of ten minste met bruut geweld. In de film Apocalypse Now begeleidt de opwindende Walkürenritt een helikopteraanval op een Vietnamees dorp. The Boys from Brazil suggereert dat Wagners muziek in de concentratiekampen klonk (waarvoor overigens nauwelijks bewijs is). Harry Mulisch fantaseert in de roman Siegfried over een buitenechtelijke zoon van Hitler, vernoemd naar Wagners zoon. 

Toch kwam Wagner ook die oorlog te boven. Populaire navolging kreeg zijn techniek van het leidmotief, dat personages en gebeurtenissen aan muzikale motieven koppelt, met volgens Ross de soundtrack van John Williams’ The Last Jedi als meest geslaagde voorbeeld. En Wagners mythologische wereldbeelden werden vóór de Star Wars-films reeds door J.R.R. Tolkien voortgezet. Tolkien bagatelliseerde de invloed van de Ring-cyclus, maar zijn The Lord of the Rings bevat verdacht veel gelijkenissen – zij het juist met een rigide onderscheid tussen goed en kwaad en een on-wagneriaans conservatieve afloop: aan het eind is de wereldorde hersteld en krijgt de hobbit een warme maaltijd voorgeschoteld door zijn vrouw.

Is dit alles? Welnee, Wagnerism bevat nog veel meer aanstekelijk materiaal, zoals knappe analyses van het werk van Thomas Mann, Joyce, Woolf en T.S. Eliot, die zich lieten inspireren door wagneriaanse erfenissen als de stream of consciousness en het gesamtkunstwerk. Het boek is eigenlijk te dik, zoals de opera’s eigenlijk te lang zijn. Zo doet het ook in omvang volledig recht aan het eeuwig uitdijende universum van Wagner.

Beeld Fourth Estate Ltd.

Alex Ross: Wagnerism – Art and Politics in the Shadow of MusicFourth Estate Ltd.; 769 pagina’s; € 21,99.

Meer over