beeldvormers

Na elke vernietigende natuurbrand zoek ik in mijn tijdlijn naarstig naar beelden van nieuwe boompjes

De rubriek Beeldvormers onderzoekt hoe een foto onze kijk op de werkelijkheid bepaalt. Deze week: groen tegengif.

De 11-jarige Baydi Wague bewatert een net aangeplant peperwortelboompje. Beeld Zohra Bensemra / Reuters
De 11-jarige Baydi Wague bewatert een net aangeplant peperwortelboompje.Beeld Zohra Bensemra / Reuters

De peperwortelboom is een wonderboom. Hij kan goed tegen hitte, groeit snel en je kunt zowel de langwerpige, bruine vruchten en zaden als de bladeren en wortels eten. Bovendien zijn die zaden in staat water te zuiveren. Logischerwijs wordt de Moringa oleifera op grote schaal aangeplant in ontwikkelingslanden, vanwege zijn gulle veelzijdigheid is de boom belangrijk bij de bestrijding van ondervoeding.

Misschien dat de 11-jarige Baydi Wague (draagt-ie nou slippers met het Apple-logo?) zojuist een babypeperwortelboom in de grond heeft gezet. Het kan ook een mango- of papajaboompje zijn. De plant is in elk geval onderdeel van een tolou keur, een cirkelvormige tuin, waarvan er de afgelopen zeven maanden in Senegal ongeveer 24 zijn aangelegd.

Ze horen bij de Great Green Wall, een ambitieus Afrikaans project dat zo’n vijftien jaar geleden werd bedacht. Een ‘muur’ van bomen van Senegal tot Djibouti, dat was de bedoeling: 8.000 kilometer lang en 15 kilometer breed, om de rest van het continent te beschermen tegen de oprukkende woestijn en de ontbossing in het noorden van Afrika. De uitvoering strandde al snel (slechts 4 procent werd tot nu toe gerealiseerd), maar de droom bleef in leven. De groene muur is nu een lappendeken, die door verschillende lokale initiatieven naar eigen inzicht en geworteld in oude, inheemse kennis wordt aangevuld.

De Senegalese cirkeltuin is zo’n initiatief. Van bovenaf gezien doen ze denken aan graancirkels, maar dan nuttig. Er groeien voedzame en medicinale planten, die door de plaatselijke bevolking worden onderhouden. De tuinen zijn een duurzame bron van leven en werkverschaffing. Op den duur, zo hopen de bewoners, zullen ze jonge Senegalezen ervan weerhouden om de gevaarlijke reis naar Europa te ondernemen.

Ook op mij hebben de tolou keurs een heilzame uitwerking – de foto’s ervan althans. Ik stuitte op de fijne reportage van persbureau Reuters tijdens een van mijn zoektochten naar groen tegengif voor de ontwrichtende berichten over het klimaat die me dagelijks bespringen. In het grote geheel der dingen helpt het geen bal natuurlijk, toch speur ik na elke abnormaal vernietigende natuurbrand in mijn tijdlijn naarstig naar beelden van nieuwe boompjes. Na elke luie, ongeïnformeerde of ronduit kwaadaardige opmerking die mensen zogenaamd vrijpleit van elk aandeel in de huidige crisis, zoek ik mijn zielenheil bij hen die onverwoestbaar positief planten in de grond stoppen.

‘Laat één boom groeien en mensen en dieren hebben er twintig jaar profijt van’, zegt Moussa Kamara uit Boki Dawe, een dorp bij de grens met Mauritanië. De 47-jarige bakker bakt ’s nachts honderden broden voor zijn dorpsbewoners en zodra de zon opkomt, gaat hij de kerriegele grond van zijn tolou keur omwoelen en peperwortelbomen planten. Eat that, klimaatontkenners.

Het belang van dit soort fotoreportages is groot. Net zo groot als de betekenis van de lokale groene bewegingen die ze belichten en die in veel Afrikaanse landen welig tieren. De beelden sturen weg van de nog altijd gebruikelijke clichés: de woestijn, de hitte, de honger, de oorlog, de werkeloosheid en – in de woorden van de Keniaanse Nobelprijswinnaar en fanatieke bomenplanter Wangari Maathai (gratis kijktip: de documentaire Taking Root, geheel te zien op YouTube) – ‘de perceptie dat Afrikaanse oplossingen voor Afrikaanse problemen niet bestaan, en dat Afrikanen niet net zo goed zijn in het aandragen van een visie voor de ontwikkeling van Afrika of in het ondernemen van concrete actie om dat voor elkaar te krijgen.’

Ze keren de beeldvorming. Ze zuiveren je tijdlijn en ze troosten je ogen. Ze zijn de peperwortelbomen onder de fotoreportages; ze doen het extra goed in landen waar het klimaatbenul nog volop in ontwikkeling is.

Meer over