interview

Na 41 jaar neemt Peter Weening afscheid als programmeur van de Groningse concertzaal Vera

Met zijn drietrapsraket – ‘Je moest over een band kunnen lezen, hun plaat kunnen kopen en ze kunnen zien optreden’ – stond Weening in de jaren tachtig aan de basis van een gezonde muziekscene in de stad.

Peter Weening, scheidend programmeur van de Groningse concertzaal Vera. Beeld David Vroom
Peter Weening, scheidend programmeur van de Groningse concertzaal Vera.Beeld David Vroom

Op 1 oktober neemt Peter Weening (66) afscheid van zijn club Vera in Groningen. Na 41 jaar vindt de het langst aan één concertzaal verbonden programmeur van Nederland het mooi geweest. Vera (capaciteit 450 bezoekers), internationaal beroemd om de ruimhartigheid waarmee het vooral een podium werd waar elementaire, rauwe rock-’n-roll en bands van Sonic Youth en Nirvana tot de White Stripes als eerste werden omarmd, kan op zoek naar een nieuwe programmeur.

Nee, met de voor ieder podium rampzalige coronatijd heeft zijn besluit niets te maken, vertelt Weening vanuit zijn met lp’s en cd’s volgestouwde kantoortje achter het Vera-podium. ‘Ik had de datum een paar jaar geleden al eens genoemd. Dan ben ik precies 66 en vier maanden, en pensioengerechtigd.’

De Groningse burgemeester Koen Schuiling, met wie Weening in de jaren zeventig nog rechten studeerde, was verbaasd geweest toen hij het hoorde. ‘Maar je hebt toch de mooiste baan op aarde, vond hij. Ja, maar ik ben moe, was mijn antwoord.’

41 jaar bandjes boeken is ook vermoeiend, zeker als je zoals Weening alle artiesten zelf wilt ontvangen, ze waar nodig een handje helpt bij het opbouwen van hun installatie en na afloop nog even met ze wilt babbelen. ‘Ik beschouw dit toch een beetje als topsport. Het is moeilijker om aan de top te blijven dan om er te komen.’

Peter Weening in zijn kantoor in de Groningse concertzaal Vera.  Beeld David Vroom
Peter Weening in zijn kantoor in de Groningse concertzaal Vera.Beeld David Vroom

Weening kwam in 1980. Hij was sinds 1978 al medewerker van de Vereniging Vera, draaide plaatjes en zat in de feestcommissie. Eerst werd hij tapper, toen het aanbod kwam om te gaan boeken moest hij toch even nadenken. Was het niet beter om toch eerst nog even zijn kandidaats rechten te halen? ‘Ik heb geen tentamen meer gehaald, stopte met mijn studie en heb een uitkering genomen. Ja, zo ging dat in 1980 nog: je nam een uitkering.’

Maar hij ging vervolgens wel hard aan het werk, zoals ieder lid van de vereniging die Vera nog altijd is. Weening hield tot 1994 een uitkering; toen kwam er wat subsidiegeld, waarmee het minimumloon van de boeker kon worden bekostigd, maar veel meer is er de afgelopen jaren niet bij gekomen. ‘Op dit moment worden er vijftien man op de een of andere manier betaald, en heeft Vera 230 onbetaalde medewerkers. Vrijwilligers mogen we ze niet noemen, want ze zijn lid van de vereniging en dan ben je verplicht voor Vera te werken.’

Maar voor het geld is Weening ook niet in de concertbusiness gegaan. Het was zijn liefde voor muziek die hem dreef, en begin jaren tachtig was het voor liefhebbers van spannende muziek en opwindende nieuwe bandjes een toptijd. ‘Vooral uit Engeland kwamen toen erg veel zogeheten newwavebands deze kant op. Die werden vaak door nieuwe Nederlandse agenten overgehaald een tourtje van vier of vijf optredens te doen. XTC, Gang of Four, Simple Minds en Joy Division kwamen allemaal het kanaal over.’

Met zalen als Vera, de Amsterdamse Melkweg en Paradiso, Doornroosje in Nijmegen, De Effenaar in Eindhoven, Tivoli in Utrecht en de Gigant in Apeldoorn ontstond er een begin van wat later het ‘clubcircuit’ ging heten. ‘Een geweldige tijd om in te stappen’, aldus Weening, die in 1981 aan zijn jaarlijkse tripjes naar Londen begon.

Daarbij ging hij langs bij agenten en vooral bij platenlabels, om zich voor te stellen. Hij werd overladen met nieuwe platen en was de hele dag bezig met bellen om zich op de gastenlijst te laten zetten voor de nieuwste hotte Britse bands. Want zijn uitkering stond uitgaven aan dure concerten niet toe. Slapen deed hij bij bevriende Engelse boekers.

Dat ging zo’n vijf jaar door. ‘Een mooie tijd voor Britse bands hier. The Sound, Echo & The Bunnymen, The Comsat Angels – ze kwamen allemaal meerdere keren langs.’

De door Weening zeer bewonderde band The Smiths vormde in 1984 een keerpunt. ‘Dat was de eerste Britse band die in Nederland geen tourtje wilde doen. Ze waren zo succesvol in eigen land dat ze Nederland oversloegen. Dat werd gewoonte daar: band wordt succesvol in eigen land en komt niet meer naar de Nederlandse clubs.’

null Beeld David Vroom
Beeld David Vroom

Geen probleem, want daar waren ineens The Gun Club, Dream Syndicate, The Replacements en Sonic Youth: vanaf 1983 waren het niet langer de Britse bands wier namen op de affiches prijkten, maar Amerikaanse. ‘Allemaal bands die in eigen land al zo veel hadden gespeeld dat ze echt iets konden neerzetten. Waar Britse bands vaak nog te weinig vlieguren hadden gemaakt, konden Amerikaanse bands hun sets behalve met eigen werk ook vullen met vele covers, en zo wel uren doorspelen.’

Het aanbod was groot, de kwaliteit goed, maar de namen waren niet altijd even bekend. Dus moest er reclame worden gemaakt, en het beste medium daarvoor bleek de eigen Vera Krant. ‘Inhoud is mijn werk, maar commercie is mij hobby, zeg ik altijd. Er waren in de jaren tachtig voor de promotie drie dingen belangrijk: je moest over een band kunnen lezen, hun plaat kunnen kopen en ze kunnen zien optreden.’

Vera had het podium, Elpee en andere platenzaken zorgden dat ze platen in huis hadden – en schrijven, dat deed Weening zelf. Lokaal toonaangevend werd zijn eigen Trash That Beat-hitlijst, die in de Vera Krant een prominente plek had en waarin Weening naast succesnummers van de Swingavond ook platen zette van artiesten die nog zouden komen spelen.

Trash That Podcast

Sinds enkele maanden maakt Peter Weening samen met Mark Lada, bekend als voorman van de band Traumahelikopter, de podcast Trash That Podcast. Het idee is simpel: chronologisch alle platen bespreken die van 1983 tot 2013 werden gepubliceerd inTrash That Beat, de hitlijst in de Vera Krant. De heren hebben veel te bespreken; na tien afleveringen zijn ze pas in 1988, bij het album Surfer Rosa van de Pixies. Met de podcast geeft Weening een mooi stuk Vera-historie prijs en het enthousiasme waarmee de twee mannen de albums bespreken, doet je als luisteraar steeds weer terugduiken in je platenkast.

Weenings drietrapsraket begon te werken. De wisselwerking tussen krant, winkels en club zorgde voor het ontstaan van een gezonde scene. ‘Iedere twee weken op donderdagavond een nieuwe Vera Krant met nieuwe bands en tips was echt iets waar mensen naar uitkeken.’

Er was publiek voor de bands waarvoor Weening zich graag sterk maakte. Zijn criteria waaraan bands moesten voldoen waren ‘goede sound, songs en soul, met show als vierde s, maar dat vond ik minder belangrijk’.

Internationaal vermaarde bands als Sonic Youth en Dinosaur Jr. kwamen in hun beginjaren graag naar Vera, waar ze meer publiek trokken dan elders. En ze hadden zelf ook weer tips die ze met Weening deelden. ‘Steevast kwamen de bandleden van Sonic Youth met namen van bands die ik nog niet kende. Die noteerde ik dan. Mochten ze later worden aangeboden, dan wist ik dat het goed zat.’

Zo werd Weening eind jaren tachtig getipt over het Sub Pop-label uit Seattle. Het was het label waarop in 1989 Nirvana debuteerde, maar toen de band van Kurt Cobain eind dat jaar naar Nederland kwam, was de andere band die op de affiche stond, Tad, in Vera populairder. ‘Er waren 95 betalende bezoekers, maar die waren er nog lang niet allemaal toen Nirvana als eerste begon.’

Nirvana zou niet meer naar Vera terugkomen, maar na het miljoenensucces van hun tweede album Nevermind (1991) brak de Seattle-sound, met bands als Pearl Jam en Soundgarden, wel definitief door. ‘Ik vond Soundgarden eigenlijk wat te veel hardrock, een beetje nep ook, die gilzang. Pearl Jam kwam in maart 1992 en ook hun plaat Ten vond ik niet zo goed. Een beetje te clean. Maar live waren ze veel ruiger dan op de plaat.’

Een topavond, zo vond ook Pearl Jams Eddie Vedder, die vier jaar later nog eens terugkwam. ‘Daar stond hij ineens om half zeven ’s avonds voor de deur, met strooien hoed en zonnebril. Hij was van Schiphol met de trein naar Vera gekomen.’ Niet om met Pearl Jam te spelen, maar om naar de Fastbacks te kijken.

Peter Weening Beeld David Vroom
Peter WeeningBeeld David Vroom

‘Dat was toen het voorprogramma van Pearl Jam, en die waren een dag vrij tussen de Pearl Jam-shows in Hamburg en Amsterdam. Ik zag dat gat in het tourschema en boekte de Fastbacks apart. Er waren driehonderd man en het gonsde al een beetje: zou Eddie Vedder ook komen? Dat hij dan ook echt kwam vond ik zo mooi, en dat hij nog even snel een bandje formeerde om het voorprogramma van zijn eigen voorprogramma te doen vond ik helemaal geweldig.’

Artiesten komen graag terug naar Vera, dat altijd is doorgegaan met het programmeren van stevige, rauwe en elementaire rock, ook toen dat na de grungejaren negentig even niet meer hip was.

Dance, daar heeft Weening nooit aan gewild. Aanvankelijk niet vanwege de geluidsoverlast door een combinatie van dreunende beats en slechte isolatie, maar na de verbouwing van eind jaren negentig nog steeds niet, omdat een danceprogrammering volgens hem niet te rijmen viel met de traditie van Vera.

‘Dance is vooral iets voor in de nacht. Dan krijg je eigenlijk twee clubs met een eigen programmering in één gebouw. Los van het gebouw zijn er nog de mensen die hier werken, dat zijn geen puppets on a string. Ik kan niet van mijn mensen vragen om voor hun zes consumptiebonnen tot zes uur in de ochtend bij de deur te blijven zitten. Je krijgt ook een heel andere sfeer dan bij concerten. Ik ben nog altijd bang dat de nacht- of partycultuur het fragiele Vera-systeem gaat ontwrichten en de mooie dingen hier vernietigt.’

En mooie attracties voor Vera zijn er nog genoeg, vindt Weening. Er is de laatste jaren veel veranderd: de Vera Krant bestaat sinds 2013 niet meer, het publiek haalt zijn informatie van internet. Maar behoefte aan rauwe, intense livemuziek zal er volgens Weening altijd blijven. 2019 was bijvoorbeeld weer een erg goed jaar, met een gemiddeld aantal bezoekers van 167, het hoogste in tien jaar.

‘Ik stop er dan ook niet mee omdat ik er geen zin meer in heb. Wat ik achterlaat, is een mooie zaal en een groot netwerk. Het laatste jaar was natuurlijk waardeloos, maar dan vooral voor jonge mensen die nergens heen konden. Ik ben een oude bok en moet niet zaniken. Ik had lekker veel tijd voor ons volkstuintje, dat mijn vriendin en ik al twintig jaar hebben. Daar ga ik de komende periode weer veel tijd in doorbrengen.’

Meer over