tv-recensieEmma Curvers

Na 11 jaar kon volkszanger Wouter voor het eerst buiten voetballen met zijn zoontjes

null Beeld

In We gaan het maken worden mensen met een beperking geholpen zonder zieligerds van ze te maken.

Wouter is 34, vader van twee zoons, volkszanger, en hij heeft al elf jaar geen streepje zonlicht gezien. Kan niet vanwege zijn auto-immuunziekte, lupus. ‘Alsof ze met een aansteker over je huid gaan’, zo omschrijft hij het gevoel van uv-licht. Zijn zoontje Jason, Ajax-fan, begint naast hem te huilen. Hij wil voetballen met zijn vader. ‘Al is het maar een halfuur!’, zegt Wouter. Dat klinkt allemaal smartelijk en dat is het ook, maar toch is We gaan het maken (Bnnvara) geen programma vol jankende violen.

Hier is Wouters situatie geen meelijwekkende impasse, maar vooral een praktisch probleem dat nóg niet opgelost is – en daar gaan presentator Patrick Lodiers, de Universiteit Twente en een team van ontwerpers verandering in brengen. De tweede kandidaat in aflevering 2 is Esther, een amateurtoneelspeler en moeder die door een pneumokokkenbacterie haar vingers en benen is verloren. Ze voelt zich niet gehandicapt, behalve dan als ze naar toneelrepetitie wil, op de eerste verdieping boven een café. Met een apparaatje waarmee ze zélf de trap op kan, zou ze onafhankelijker zijn.

Ga er maar aan staan. Ontwerper Wouter Eggink tapet zijn vingers af om te kijken hoe het is om vingerloos de trap op te klimmen en knutselt een soort hielstuk van karton en ducttape. Intussen zoekt ontwerper Hellen van Rees voor vader Wouter vergeefs naar een honderd procent uv-dichte stof. ‘Het moet iets worden waar hij zich goed in voelt’, zegt Hellen als ze bij hem op bezoek gaat. Wouter moet meedenken over zijn masker: wil hij een Ajaxmasker of juist iets dat op zijn gezicht lijkt?

Wouter (tweede van links) gaat buiten voetballen met zijn zoontjes in ‘We gaan het maken’. Beeld Bnnvara
Wouter (tweede van links) gaat buiten voetballen met zijn zoontjes in ‘We gaan het maken’.Beeld Bnnvara

Het programma, dat is gebaseerd op het Britse The Big Life Fix, benadert zijn kandidaten als gelijken in een samenwerking. Niet als zieligerds, waar de barmhartige programmamakers wel even met televisiegeld komen smijten om de boel een-twee-drie beter te toveren. Ze investeren vooral hun tijd. We gaan het maken gaat, en ik besef dat ik nu klink als de marketingafdeling van een Zweedse meubelgigant, ook over het verschil dat aandacht maakt. De ontwerpers piekeren zich maandenlang een breuk.

De eerste prothese werkt niet en Hellen kan maar geen uv-dichte stof vinden. Na de zoveelste doorwaakte nacht doet ze eindelijk de gouden greep: goudkleurig lamsleer. Ze naait er een masker van, waarmee vader Wouter eindelijk kan gaan voetballen. ‘Dit gaat mijn leven veranderen’, zegt hij. Zijn zoontjes fantaseren al over een tripje naar het pretpark. Esther krijgt onderbindvoeten, waarmee haar hak aan de achterkant wordt verlengd. Ze klimt er achteruitzittend de trap mee op naar de oefenruimte, waar een juichende toneelvereniging wacht.

Het oogt zo eenvoudig, een masker en een voetstuk, en toch wekt We gaan het maken ontzag voor het ontwerp, de vondst en de hobbelige weg ernaartoe. Misschien geldt voor tv-programma’s wel hetzelfde als voor een goed ontwerp. Het lijkt zo makkelijk, maar vaak moet je eerst honderd keer falen voor je de juiste formule hebt. De makers van We gaan het maken hebben ’m in elk geval helemaal te pakken.

Meer over