Muur 17 juni 2007 Ronde van Italie

Over Tinkoff-meisjes en de spierwitte Broeoeoet

Erik Brouwer? Is dat niet die jongen van dat basketbalboek? Precies. Een maand geleden kwam het door velen geprezen De hemel is een basketbalveld uit. Nu is er zijn eerste boek over een niet-balsport, een sport waarin hij volgens de redactie van De Muur zelfs een 'relatieve buitenstaander' kan worden genoemd. Dat was, naast het feit dat Brouwer een leuk stukje kan schrijven, ook de reden dat hij werd gevraagd om drie weken de Ronde van Italië 'op de huid te zitten'.

We zeggen: Dino Buzzati. Weer helemaal goed. Buzzati was een gevierd Italiaans dagbladjournalist (oorlogscorrespondent en eindredacteur) bij Corriere della Sera en een al even beroemd schrijver. In 1949 waagde hij zich als niet-wielerkenner aan een project dat hem veel waardering zou opleveren. Buzzati sloot zich op in de Giro d'Italia van 1949 en deed daarvan een maand lang verslag in zijn krant. De bundeling kronieken, De Ronde van Italië, is onlangs in Nederland herdrukt.

Brouwer als Buzzati II dus. Zoiets ja. In hun boeken tonen beiden zich scherpe ooggetuigen met liefde voor de romantiek van de wielersport en met gevoel voor historie. Ook Brouwer heeft goed begrepen dat de Giro meer is dan drie weken fietsen door volwassen mannen. Het is een circus van sentimenten, afzien, kopmannen die hun knechten genadeloos op hun plaats zetten, en ook van winnaars.

Maar altijd en overal is er de connectie met het verleden. Met Giuseppe Garibaldi, Gino Bartali, Fausto Coppi, en toch ook Marco Pantani. Zij zijn bepalend geweest voor het Italiaanse cyclisme of de ziel van het land. Of voor allebei.

Verbaast Brouwer zich vaak, als een echte wielerleek? Verbazen is het niet. Wel merkt hij dingen op die zeer waarschijnlijk voorbijgaan aan de 'wielerprofessoren' die al jaren meegaan. Zoals de promotiemeisjes van de Tinkoff-ploeg, de Rus Pavel Brutt ('Broeoeoeoet') die na drie weken nog even spierwit is als bij de proloog, of het lot van de rodelantaarndrager van het peloton.

Meer over dat laatste, graag. De auteur gaat terug in de tijd. Naar Luigi Malabrocca, die een goede vriend werd van Coppi, maar een stuk minder hard fietste. Il Campionissimo boekte in de Giro van 1946 drie etappezeges en won de ronde een jaar later, Malabrocca eindigde als laatste, op 4 uur en 52 minuten van winnaar Bartali. Maar toen de Girodirectie in 1947 de zwarte trui voor de slechtste renner in het leven riep, groeide Malabrocca uit tot een attractie. Hij leverde hevige gevechten met zijn grote concurrent, de metselaar Sante Carollo. Zo ging hij tijdens een etappe in het café zitten om tijd te rekken, maar had hij de pech dat hij te laat over de finish kwam. Daardoor kreeg hij dezelfde tijd als het peloton toebedeeld.

Is de hele kroniek zo boeiend? Het zijn aardige verhalen, vlot geschreven door een auteur met een frisse blik. Brouwer toont zich minder bezield als in zijn vorige boeken, maar in de lijn van De Muur loopt de Giro-kroniek niet uit de pas.

Meer over