Museum verrijkt met twee representatieve collecties Bonger herenigd met Van Goghs

De collectie André Bonger is in meer dan één opzicht thuisgekomen. Geografisch, omdat de in 1936 gestorven verzamelaar om de hoek woonde van de plek waar nu het Van Gogh Museum staat in Amsterdam....

BOB WITMAN

Van onze verslaggever

Bob Witman

AMSTERDAM

Deze collectie valt sinds gisteren toe aan het Van Gogh museum, dat een gouden decembermaand doormaakt. Eerst was er het nieuws dat de langverwachte expansie na jaren juridisch gebakkelei door kan gaan - een uitbreiding mogelijk gemaakt door een Japanse gift van 37,5 miljoen gulden. En woensdagmiddag zat de directie zij aan zij met staatssecretaris Nuis te glunderen bij de bekendmaking van de aankoop van de felbegeerde collectie Bonger: een aanwinst van veertien miljoen.

De inkt onder de aankoopakte was nog nat. Na een jaar onderhandelen met de erven-Bonger had Nuis diezelfde middag zijn handtekening gezet onder de overeenkomst. De staat betaalt 12,5 miljoen en het museum 1,5 miljoen voor 106 kunstwerken. De erven-Bonger hebben één werk buiten de verkoop gehouden. Het is een vroege versie van een beroemd motief van Redon, Les Yeux Clos. Dit is geschonken.

Er bestond al een goed contact tussen museum en de erven-Bonger sinds de overzichtsexpositie van Odilon Redon in 1994. Het was de wens van de erven dat de collectie naar het Van Gogh zou gaan. Daar is de verzameling het meest op zijn plaats. Niet alleen vanwege de band tussen Theo van Gogh en André Bonger, maar ook door de overeenkomst in stijl van verzamelen. Zoals Theo van Gogh een belangrijke rol in het oeuvre van zijn broer speelde, door zijn constante aandacht en aanmoediging, zo was Bonger geestelijk en financieel hoeder van Odilon Redon en Emile Bernard.

Toen Bonger in 1880 als negentienjarige in Parijs aankwam, had hij slechts oppervlakkige kennis van schilderkunst. Literatuur was zijn eerste interesse. Deze voorliefde bracht Bonger in contact met schrijver/criticus Busken Huet, die toen in Parijs woonde. 'Een knappe jongen op mijn woord, die Lessing, Saint-Beuve en Shelley leest', schrijft Busken Huet in 1881. Via hem werd Bonger geïntroduceerd op de zojuist opgerichte Club Hollandais. Daar liep hij tegen kunsthandelaar Theo van Gogh aan, een ontmoeting die zijn leven verregaand zou beïnvloeden.

Tot dan toe had Bonger alleen kennis gemaakt met de weinig progressieve schilderijen die in de Parijse salons werd getoond. Bijvoorbeeld van Alma-Tadema - toevallig nu te zien in het Van Gogh Museum. Over diens suikerzoete Jaargetijden schreef hij verrukte brieven naar huis: 'Vooral het 2e is bijzonder fraai, een vrouw zeer donker van uiterlijk, met gesloten ogen, rust in een zeer gemakkelijk houding. Deze is zoo sierlijk en naturlijk, de kleuren zoo sprekend, dat men ieder oogenblik meent haar de ogen te zullen zien openen en opstaan.'

Toen Theo van Gogh hem in 1881 mee nam naar een expositie van impressionisten, vond Bonger maar één schilderij mooi. 'De uitvoering was nevelachtig maar vol poëzie. Wordt dat onbestemde overdreven, dan vervallen de schilders in het onzinnige. Er komen dan onbeschrijflijke groene en blauwe tinten te voorschijn, waaraan men geen mouw passen kan.'

Tien jaar later hing zijn huis vol Van Goghs en Cézannes. Dat was zeker de invloed van Theo van Gogh met wie hij een hechte vriendschapsband smeedde en aan wiens ideeën hij grote waarde hechtte. In 1885 schrijft Bonger. 'De ogen gaan me iedere dag wijder open.'

In 1889 trouwde Theo van Gogh met Bongers zus Johanna. André Bonger had toen ook al kennis gemaakt met broer Vincent van Gogh. Het boterde niet echt tussen de assuradeur en de bohémien. Bonger had wel grote waardering voor het werk van Vincent, maar diens levenswijze beviel hem minder. 'Le bohémien est un être nul', vond hij. En in 1886 schreef hij aan zijn ouders: 'Ik meen u reeds van de zomer verteld te hebben hoe zonderling die broer geleefd heeft. Die kent nu bepaald geen sociale toestanden. Hij ligt het iedereen overhoop. Theo heeft dan ook heel wat met hem te stellen.'

Toch bezat Bonger in het begin van de eeuw zeven werken van Vincent van Gogh, dat blijkt uit verzekeringsaktes die zijn onderzocht door J. Locher in zijn boek Vormgeving en structuur. Volgens Locher is het niet zo dat Bonger kritiekloos de smaak van Theo van Gogh volgde. Die laatste was bijvoorbeeld nauwelijks onder de indruk van Odilon Redon (1840-1916). Terwijl Bonger grenzeloze bewondering voor de symbolist had.

Bonger zag Redon in 1891 in Parijs voor het eerst, de ontmoeting was geregeld door Emile Bernard (1868-1941) die andere belangrijke schilder in de Bonger-collectie. De vriendschap tussen Bonger en Redon zou duren tot de dood van de schilder in 1916. Hij stimuleerde Redon met geld en aanmoedigingen, zoals Theo dat bij Vincent deed. Ook Redon viel geen eenduidige waardering ten deel. zijn onheilspellende cyclopenogen en melancholische houtskooltekeningen maakten verdeelde reacties los.

In 1892 keerde Bonger terug naar Nederland en raakte financieel in goede doen, waardoor hij zijn collectie kon uitbouwen. Naast Redon en Bernard bezat hij Cézannes en Van Goghs. Deze werken zitten al jaren niet meer in de collectie. In 1969 deed de familie de laatste Van Gogh, Montmarte claire de lune, cadeau aan het Van Goghmuseum.

En nu volgt dan de verkoop van de gehele collectie, in de traditie van de goede relatie tussen de Van Goghs en de Bongers. Het werd door conservator L. van Tilborgh van het Van Gogh Museum samengevat met: 'Bonger was nooit aan de kunst geraakt zonder Theo van Gogh en Theo was nooit aan zijn echtgenote geraakt zonder Bonger.'

De verwerving van de collectie past goed in het beleid van het Van Gogh Museum om de kerncollectie uit te breiden met tijdgenoten van Vincent van Gogh. Het museum is dankzij de aankoop twee representatieve collecties rijker geworden. 49 tekeningen, schilderijen, litho's en pastels van Redon. En vijftig schilderijen, aquarellen en houtsnedes en tapisseriën van Bernard.

De erven zullen overigens de collectie niet ineens, maar over een periode van zeven jaar overdragen. Tot 6 januari is een voorlopig deel van de aanwinsten in het Van Gogh Museum te zien.

Meer over