Musea toch bij ‘wedstrijdje’ van de Mondriaan Stichting

Nee, het is geen ommezwaai, verzekert Alexander van Grevenstein vanuit Maastricht. De directeur van het Bonnefantenmuseum wil het met alle plezier uitleggen....

Van onze verslaggever Rutger Pontzen

De stichting had het plan nog maar nauwelijks gelanceerd of prompt lieten verscheidene musea weten er niets in te zien, waaronder het Groninger Museum, Gemeentemuseum Den Haag en het Bonnefantenmuseum. Zo betoogde Van Grevenstein vorige maand nog dat hij niet wenste mee te ‘dobbelen’.

Zijn collega van het Groninger Museum, Kees van Twist, had al laten weten dat het gebrek aan een divers kunstpubliek te serieus was om er een ‘wedstrijdje’ van te maken. En volgens Gemeentemuseum-directeur Wim van Krimpen toont de prijs bovendien aan dat het kunstbeleid ‘verpolitiekt’ is. Hij ziet de roep om meer allochtonen en jongeren in het museum als gedram van de overheid, dat door de Mondriaan Stichting klakkeloos wordt overgenomen.

Krachtige taal, maar inmiddels blijkt alles weer anders te zijn. Afgelopen week liet de Mondriaan Stichting weten dat er uiteindelijk negen inzendingen op de prijs waren binnengekomen. Waaronder één gezamenlijke aanmelding van de grootste negen musea voor moderne kunst: Kröller-Müller Museum, Museum Boijmans Van Beuningen, Van Abbemuseum, Stedelijk Museum, De Pont, Centraal Museum en, jawel, de drie musea van Van Twist, Van Grevenstein en Van Krimpen.

Alexander van Grevenstein vindt het geen vreemde U-bocht. Hij meent dat door gezamenlijk in te zenden de negen musea niet langer elkaars concurrenten zijn. ‘Zo omzeilen we de competitie.’ Kees van Twist onderschrijft die gedachte. Als voorzitter van het zogenoemde ‘miniconvent’, waarin de negen musea afspraken met elkaar maken, is hij inhoudelijk nog steeds ‘mordicus tegen’ de prijsvraag. Ook al moet hij toegeven dat de inzending van de negen musea inderdaad onderdeel blijft van een wedstrijd. Zeker omdat hij niet kon verhinderen dat vier musea uit het miniconvent ook nog eens apart een plan hebben ingediend.

Een daarvan is Wim van Krimpens Gemeentemuseum. Hij vindt het miniconvent een ‘aardig clubje’, maar hun voorstel te educatief. Liever besteedt Van Krimpen de vijf ton aan een project van de Weense kunstenaarsgroep Gelitin. ‘Noem het positief opportunisme.’

Meer over