Mozart, 5 symfonieën olv Abbado. Archiv (2 cd's)

Slaaf en priester * * * * *

Roland de Beer

Naast historisch geïnformeerde Mozartdirigenten (Brüggen, Van Immerseel) en collega's uit de zogeheten mainstream (Muti, Davis) bestaat er een derde, tamelijk zeldzame buitencategorie van bezetenen die je zowel Mozartslaaf als Mozartorakel kunt noemen.
Senioren die niet uit een authentieke hoek komen, maar met het klimmen der jaren steeds meer aan Mozart verslingerd raken, doordringen in zijn universum, en hun eigen antwoorden vinden op steeds weer nieuwe strikvragen die het genie aan ze voortovert.

Josef Krips was zo'n Mozartpriester. Maakte rond 1970 legendarische opnamen met het Concertgebouworkest. Nog mediamieker: Sandor Végh, die tot ver na z'n 80ste het podium werd opgedragen, half verlamd voor zijn Camerata Salzburg stond en er (rond 1995) een steeds weergalozer Mozart uit haalde.

Met Claudio Abbado (75) lijkt het dezelfde kant op te gaan. Luister naar het langzame deel van de Jupitersymfonie, verklankt met een 'Orchestra Mozart' dat de Italiaan zelf heeft opgericht. Het muziekmaken heeft hier trekjes van bezweringskunst.

Abbado is van huis uit geen pure Mozartman. Hij was chef in de operahuizen van Milaan en Wenen en van de Berliner Philharmoniker. Stond aan de wieg van het festival Wien Modern, en richtte het Europees Jeugdorkest op, het Mahler Chamber Orchestra en festivalensembles in Luzern. In Bologna - waar Mozart als puber contrapunt studeerde bij Padre Martini - heeft Abbado uiteindelijk de genade ontvangen. Hij kon er vanaf 2004 aan het werk met een ensemble dat zich toelegt op Mozarts symfonieën, serenades en concerti.

Tekenend voor Abbado's zoekersmentaliteit, is dat zijn Orchestra Mozart de symfonieën op moderne instrumenten speelt, en voor de (later opgenomen) vioolconcerten een oud instrumentarium inzet. Beide klinken prachtig, maar Schönspielerei is niet het doel.

Abbado's kennelijke doel is de zevende hemel, te bereiken met aardse middelen als transparantie, uitgekookte frasering, variëring van minieme details, verwijzing naar operasferen en een eigen beleving van het tempo giusto; vaak aan de vlotte kant.

Opvallend is het intieme licht-schaduweffect in het strijkerwerk. Abbado heeft er het oor ongetwijfeld voor te luisteren gelegd bij Giuliano Carmignola, zijn op nuances verliefde vioolsolist en concertmeester.

Bij de symfonieën zit naast de Jupiter, de Praagse en de Hafner ook de vroege in A-groot, KV 201. Wie altijd gedacht heeft dat dit van alle symfonieën eigenlijk Mozarts mooiste is, komt niet bedrogen uit.

Meer over