Moliere

'De Mozart van het theater', noemt regisseur Dirk Tanghe hem. Molière, het alias van de komedieschrijver en acteur Jean-Baptiste Poquelin (1622-1673), combineerde lichtvoetigheid met rake spot....

Op zijn sterfbed wilde niet één dokter naar hem komen kijken. Ook de priesters lieten het afweten. Molière gaf de geest zonder de Heilige Sacramenten en zonder zijn duivelse beroep te hebben afgezworen. Zijn nabestaanden konden het lijk in Parijs nergens kwijt. 'Een dag na zijn dood roepen zij de hulp in van de koning die de aartsbisschop ontbiedt. Die legt de koning uit dat de wet niet toestaat de gestorvene in gewijde aarde te begraven. ''Tot welke diepte strekt die gewijde aarde zich wel uit?'', vraagt de vorst. ''Tot vier voet, majesteit.'' 'Mijn beste aartsbisschop, mag ik er dan bij u op aandringen hem te begraven op een diepte van vijf voet?'

Die tekst uit de biografie van Boelgakov, Het leven van de Heer Molière, zou een dialoog van Molière zelf kunnen zijn. De koning had zich altijd om zijn stukken verkneukeld. Desondanks werd de auteur die nacht zonder enig ritueel in een achteraf hoekje van een Parijs kerkhof begraven. Gehaat als hij was door degenen die hij in zijn komedies te kijk had gezet: de kerk, de medische stand en de knipmessende hofhouding.

Al krijg je er nu geen arts of kerkvader meer mee op de kast, die komedies maakten Molière wereldberoemd. Toch raakten zijn stukken hier de afgelopen decennia wat in het vergeetboek. 'In Nederland zijn we meer gericht op het Duitse toneel', zegt dramaturg Guus Baas. 'Molière doet altijd alsof hij het nergens over heeft, terwijl de Duitsers in elk boomblad de totale existentie willen weerspiegelen. Dat laatste ligt ons Nederlanders waarschijnlijk beter. Bovendien leunt zijn stijl aan tegen de commedia dell'arte, vol gebaartjes, heel ostentatief. Dat nemen wij nauwelijks nog serieus.'

Dit seizoen is Molière weer opvallend in trek. De Vlaming Dirk Tanghe die dit seizoen Tartuffe regisseert: 'Welk stuk je ook neemt, De Vrek, Tartuffe, Dom Juan of De Ingebeelde Zieke, ik verslind dat. Maar als je die figuren geen waarachtigheid geeft, zijn het flauwe stukjes. Zo'n vrek, zo'n mensenhater, je moet echt graven in de passie die hen beweegt. Het vraagt veel intelligentie van de acteur om zo'n rol geloofwaardig neer te zetten. Het draait altijd om een gepassioneerd iemand die zich vastklampt aan een persoon of een zaak en voor die hartstocht moet je begrip wekken, anders is de basis weg. Iedereen heeft iets van de Vrek of van Tartuffe in zich, dat moet een publiek raken. Die waarachtigheid zit in elk stuk, hoezeer Molière het ook verpakt in een vorm die een niemendalletje doet vermoeden.'

In 1643, 21 jaar oud, ontvluchtte Jean-Baptiste Poquelin het ouderlijk huis. Voor de tapijtweverij van zijn vader of voor de advocatuur voelde hij niets, hij had stiekem les genomen bij Scaramouche, de beroemde Italiaanse commedia dell'arte-acteur die hij als jongetje aan de hand van zijn grootvader al had zien spelen. Met de actrice Madeleine Béjart, zijn levensgezellin, richtte hij een gezelschap op waarmee hij Parijs verlaat. Veertien jaar lang zwierven ze door de provincie, spelend op markten en pleinen. Daar groeide hij uit tot een raskomediant. Zijn rol van Scapin, een knecht à la Charlie Chaplin, werd razend populair. Onder zijn toneelnaam Molière werd hij de leider van de troep en begon hij stukken te schrijven, platte kluchten, maar met briljante dialogen.

Toen hij in 1658 terugkeerde naar Parijs en voor de koning mocht optreden, werd zijn vroegere leermeester Scaramouche zijn collega. Om beurten bespeelden ze het theater dat het gezelschap van Molière door Lodewijk XIV kreeg toegewezen. De koning hield hem de hand boven het hoofd en de komediant was hem ter wille: hij schreef amusante gelegenheidsstukjes vol muziek en ballet. Maar in zijn komedies stak hij de draak met de opgedirkte hofkliek die hij om zich heen zag. Zo werd hij heen en weer geslingerd tussen loyaliteit aan de koning, zijn broodheer, en zijn eigen rebelse inborst.

De premières draaiden vaak uit op een gigantische rel. Molières naam circuleerde volop in het hoofdstedelijke roddelcircuit, ook door zijn huwelijk met de veel jongere Armande, dochter van Madeleine Béjart, van wie zijn vijanden beweerden dat het zijn eigen dochter was. Na de vertoning van Tartuffe kon zelfs de bescherming van de koning niets meer uithalen. Het stuk waarin de vrome huichelaar Tartuffe de goedgelovige burger Orgon van al zijn bezit berooft, werd verboden.

Zes jaar lang vocht Molière om zijn stuk alsnog te kunnen spelen. Ten einde raad herschreef hij het slot: er wandelt een koninklijke bode binnen die Tartuffe op het nippertje arresteert en een bijna ironische lofrede op de goedheid van de koning afsteekt. In Tartuffe zette Molière niet alleen de 'vromen', maar ook de brave burgers te kijk. Hij werkte met karikaturen: de hypochonder, de huichelaar, de parvenu of de brutale knecht. Het publiek hield van die types en Molière maakte er - voor zijn slachtoffers vaak al te - herkenbare mensen van.

Ook zichzelf spaarde hij niet. Vooral de waarheidszoeker Alceste uit De Mensenhater vertoont veel gelijkenis met Molière zelf. Temidden van een stel sjieke lanterfanters weigert Alceste de eerlijkheid geweld aan te doen. Alceste is hopeloos verliefd op de mooie Célimène die een schare aanbidders om zich heen heeft en hem uiteindelijk afwijst. Destijds werd die Célimène gespeeld door Molières tweede vrouw Armande. Zij bedroog hem in het openbaar, terwijl hij nog steeds van haar hield. Zelf speelde hij Alceste, die hij de schrijnende tekst in de mond had gelegd: 'Ik zou haar moeten haten, maar ik kan het niet.' Het publiek moet hard om hem hebben gelachen.

'Behalve God en de koning voert Molière hier een nieuwe machtsfactor op: de vrouw', zegt Aus Greidanus die het stuk bij De Appel regisseert. 'Zolang een vrouw niet kiest uit haar minnaars, heeft ze de macht. Célimène kiest niet, ze houdt haar minnaars aan het lijntje. Dat overkwam hem zelf natuurlijk ook.' De Mensenhater ligt dicht bij Thomas Bernhard of Botho Strauss, vindt Greidanus. 'Iedereen praat over liefde, over zichzelf. Het draait allemaal om eigenbelang. Alceste is een Don Quichotte, een eenling die zich keert tegen de hypocriete maatschappij. Maar hoe ver kom je daarmee en hoe meedogenloos ben je daarin jegens anderen? In de praktijk moet je altijd een beetje marchanderen.'

Molière was een komediant ondanks zichzelf. Zijn hele leven heeft hij tragedies willen spelen, terwijl hij dat juist niet kon. Maar in het komische genre was hij als acteur niet te evenaren, als geen ander wist hij de parterre te bespelen. Tijdgenoten vertellen dat hij verschillende stemmetjes gebruikte en zich een waggeltje had aangemeten waardoor hij meteen werd herkend. In L'Impromptu de Versailles voert hij zichzelf op, sprekend tot zijn acteurs: 'Voilà, le brouhaha! Ah, die hoogdravendheid! Waarom niet wat menselijker, laat die opgeblazen toon varen. Komediespelen is mensen laten zien hoe ze werkelijk zijn.'

Greidanus: 'Hij keek om zich heen en pikte op wat hij zag. Niet letterlijk, hij giet het in die fantastische verzen. Die geven een bepaalde sfeer. Vertaal je zijn tekst in proza dan haal je zoveel van Molière weg.' Dirk Tanghe gooit in zijn regies die verzen rigoureus overboord, voor hem is Molière niet heilig. 'Op school werd zo'n tekst alleen maar grammaticaal behandeld, terwijl Molière juist zo hartstochtelijk schreef over vaders en moeders, dochters en zonen. Het zijn familiedrama's, maar ook heerlijke ensemblestukken, ze zijn echt geschreven voor zijn eigen troep. Alleen, dat rijm kies ik niet. Ik ben er meer op uit het stuk bloot te leggen, zodat ik de inhoud niet verlies, ontdaan van dat poppenkastgedoe.

'Molière was een gedreven mens die stond voor wat hij moest maken. De koning zag hem graag, maar hij was ook een gevaar voor die meute aan het hof, dat dorp vol huichelarij. Hij stond ver van het volk, maar hij schreef voor het volk, was de nar van het volk. Kijk naar Le Bourgeois Gentilhomme, in no time moet hij een gelegenheidsstukje maken voor de koning en dan ziet hij toch kans om een mens neer te zetten van vlees en bloed, terwijl hij op het eerste gezicht puur lijkt te gokken op vermaak en vertier. Hij is de Mozart van het theater. Ik weet zeker dat hij, als ze repeteerden, tien bladzijden in vijf minuten moet hebben geschreven. Zijn stukken zijn partituren, in de muziek heb je noten met vleugeltjes eraan, dat kun je in tekst niet opschrijven, maar het heeft een ritme en een vaart, dat is ongelooflijk.'

Op het toppunt van zijn roem, rijk en succesvol, liet het lot Molière niet met rust: zijn jonge vrouw bleef hem bedriegen, zijn levenskameraad Madeleine Béjart was gestorven, zijn jongste kind leefde niet langer dan een maand. Tot overmaat van ramp had de koning zijn sympathie verplaatst naar de componist Lully, een rasvleier. Molière tilde er zwaar aan en kreeg steeds meer kwalen. In 1673 schreef hij zijn laatste stuk, De Ingebeelde Zieke, waarin hij de spot dreef met de angst om te sterven. Ook de artsen kregen er van langs, ze werden neergezet als monsterlijke kwakzalvers. Met Molière zelf in de titelrol werd het een daverend succes, maar tijdens de vierde voorstelling kreeg hij een toeval. Een paar uur later stierf hij, stikkend in een golf bloed.

Boelgakov schrijft: 'Op zijn graf liet zijn vrouw een stenen grafplaat leggen en zij gaf opdracht honderd bossen brandhout naar de begraafplaats te vervoeren opdat de daklozen zich er zouden kunnen warmen. Al in de eerste, barre winter is er op die grafplaat een geweldig groot vuur gestookt. Door de hitte is de plaat gebarsten en uiteengevallen. Toen er honderdtwintig jaar later, ten tijde van de Grote Revolutie, commissarissen verschenen om het stoffelijk overschot van Molière op te graven en over te brengen naar het mausoleum, kon niemand meer precies aanwijzen waar hij ter aarde was besteld.'

De Mensenhater door Toneelgroep De Appel, regie Aus Greidanus. Vanaf 8 oktober in het Appeltheater, Den Haag. De Mensenhater door Maten/De Onderneming, regie Waas Gramser. 15 oktober in Aalst, vanaf 17 oktober in Rotterdam. Tartuffe door De Nieuwe Paardenkathedraal, regie Dirk Tanghe. Première 1 april 1998.

Meer over