Moeder dierbaar geportretteerd als een klerewijf

Geluk? Wieso Glück? door Sylvia de Leur, regie George Groot. Gezien 22 oktober in Bellevue Amsterdam, daar nog t/m 25 oktober....

Das Kind. Zo werd ze genoemd door haar moeder, Das Kind. Het kind dat niet gewenst was, maar dat er toch kwam omdat de vader dat graag wilde. Das Kind, dat was Sylvia de Leur, en de moeder de danseres Hertha Sommer. Tussen deze moeder en dochter is het een levenlang moeilijk geweest, zoals het vaker moeilijk is tussen moeders en dochters. Sommigen gaan dan in therapie, in het geval van Sylvia de Leur heeft het geresulteerd in het theaterprogramma Geluk? Wieso Glüuck?.

Het is een citaat van de moeder toen haar dochter maar weer eens een paar plantjes voor haar meenam.

'Kijk mam, klavertjes vier, die brengen geluk'

'Geluk? Wieso Glück?'

De Leurs moeder was een Duitse, haar vader een Nederlander en beiden waren artiest. Na de bevalling kon de moeder niet meer dansen, omdat haar figuur was verpest. De vader was violist, het gezin trok door Oost-Europa en trad op in varièté's. In de oorlog vluchtte ze naar Nederland.

Heel haar leven heeft de moeder haar dochter dwars gezeten. Ze verweet haar schuldig te zijn aan het stoppen van haar carrière en dus op levensgeluk. Ze ging aan de drank, werd een onaangenaam en onaangepast mens. Ze heeft haar dochter altijd het gevoel gegeven dat ze waardeloos was.

Het is een karrenvracht aan ellende die in Geluk? Wieso Glück voorbij trekt. De voorstelling is het resultaat van het VARA-programma De Show van je Leven waarin bekende Nederlanders werden geconfronteerd met een dilemma. Zo werd Willem Nijholt gevraagd of zijn correspondentie met Gerard Reve mocht worden uitgegeven; juist vorige week verscheen die bundel. Theatermaker George Groot vroeg aan Sylvia de Leur of ze nu eindelijk eens een programma over haar moeder zou willen maken.

Theater als therapie? 'Nee, geen therapie, maar het ruimt wel lekker op', heeft De Leur er zelf over gezegd. Het meest opmerkelijk aan Geluk? Wieso Glück? is dat ze zonder enige rancune terugkijkt op het leven van die moeder die natuurlijk een klerewijf moet zijn geweest, een ondankbaar drankorgel, en erg in het verleden vastgeklemd. Maar De Leur speelt haar met zo veel compassie en ook humor dat je dat gekke mens zelfs grappig gaat vinden. De vrijages met de buurman, de herinneringen aan de Duitse liedjes, de grandeur waarmee ze haar leven probeerde op te fleuren - met dat alles schetst De Leur een dierbaar portret van haar moeder.

De Leur speelt vooral de moeder en een beetje zichzelf, simpelweg door veel lippenstift op de doen (de moeder) of weinig (zichzelf). Zo moet die relatie ook geweest zijn, opsmuk tegenover bescheidenheid, lawaai tegenover stilte. Die soberheid en het volledig ontbreken van vals sentiment, is ongetwijfeld ook de verdienste van regisseur George Groot die De Leur knap binnen de grenzen hield van wat je in het theater kan en wil horen.

In opzet lijkt deze solo een beetje op U bent mijn Moeder van Joop Admiraal. Admiraal maakte de moeder-kind relatie echter veel universeler, en schreef daarmee theatergeschiedenis. De Leur doet dat niet, ze zou het ook niet willen, daarvoor is haar verhaal te particulier. Ze is te veel die ene dochter die wat op te ruimen heeft met die ene moeder.

Die moeder kan overigens, ook al is ze nu dood, erg trots zijn op haar dochter.

Hein Janssen

Meer over