MODERNE KUIFJES OP WERELDREIS

De tijd is voorbij dat de fans maar moesten raden wat bands op tournee uitvoerden. De groep gaat op reis, en op het toerblog reist de fan mee....

ROBERT VAN GIJSSEL

Franz Ferdinand, Duitse snelweg, 5 juni 2006. ‘Ha allemaal, we zijn fijn terug in Europa, en reizen nu over de Autobahn van de ene kant van Duitsland naar de andere. Het weer is hier zoals in Glasgow in de winter: shit. We hadden een paar goede shows in Duitsland. Het concert in Neurenberg was op de plek waar de grootste nazi-parades van het Hitler-regime werden gehouden. Het was nogal wat om met een concert de horror van het verleden uit te drijven. Ik groet u allen. Nick.’

Franz Ferdinand toert de wereld rond. Op het toerweblog van de Britse band toert de fan mee. Even langs Pinkpop in Landgraaf, op weg naar ‘Metro Rock’ in Spanje, naar Frankrijk en dan weer eens naar de VS: Santa Barbara, San Francisco. En naar Australië. Gitarist Nick McCarthy: ‘Kwam net in de lift die tennisser tegen, Roger Federer. Die speelt hier een toernooi of zo.’

Nick, Alex, Bob en Paul maken wat mee. Ze zijn net terug uit Brazilië trouwens:

Franz Ferdinand, Sao Paolo, Brazilië, 5 februari 2006.

‘Zo, daar zijn we dan in Sao Paolo, en het is geweldig. Industrieel, smerig, vol leven. Precies zoals we het willen hebben dus. We hebben met een paar fantastische Braziliaanse muzikanten gewerkt aan een nieuw nummer. Meer kan ik niet zeggen. Maak je klaar voor een verrassing. Ha ha. Nick.’

Een rockband op wereldtournee. In een ander tijdperk was dat een mythische en ongrijpbare gebeurtenis, waarvan de fan zich alleen een heel wilde voorstelling kon maken. Gesloopte hotelkamers. Dronkenschap met vechtpartij in het vliegtuig. Orgies met groupies. Dat waren de nieuwsfeiten die Bowie en de Stones lieten lekken naar krant en poptijdschrift. Goede pr, dacht het tourmanagement. De fan moest het er maar mee doen.

In de online-eeuw is die stoere rock ’n’ roll-romantiek achterhaald. Internet heeft de relatie bandje-fan radicaal veranderd. Een band van nu staat naast zijn fan, zweeft niet langer ergens in een toer-boeing boven diens armetierige bestaan. Want diezelfde band realiseert zich te zijn ontdekt door de surfende muziekliefhebber op een website als MySpace.com of 3hive.com. Sites waar in het prille begin een bescheiden biografietje stond, en drie downloadbare singles. Een band krijgt een hit, niet omdat dat zo door hypende popmedia is bedacht, maar omdat de downloader de Arctic Monkeys massaal van het net trekt, voordat de New Musical Express ook maar in de gaten heeft dat er misschien een verhaal zit in ‘die fabrieksjongens uit Sheffield’.

Zo’n pro-actieve fan verdient respect. Met een toerdagboek wordt hij met dagelijkse regelmaat persoonlijk aangesproken. Wij mogen de wereld zien dankzij jou, denkt de band, dus laten wij weten hoe de wind waait in Australië. Het toerweblog is de onmisbare schakel geworden tussen de muzikant en zijn publiek.

Arid, Amsterdam, 14 maart 2002.

‘Jasper en David vliegen om 6 uur ’s morgens naar Amsterdam om twee nummers te spelen op de persconferentie van het Pinkpop-festival. Het is een wat duffe bedoening met veel speeches van allerlei mensen die iets met het festival te maken hebben, maar de respons is toch wel oké. (. . .) Complete chaos op het podium want dit was niet de afgesproken aankondiging, iedereen kijkt naar iedereen, onze manager mompelt iets van T-shirts en trapt het af, dus beginnen we maar direct met Life on Mars. Het publiek is compleet verrast en reageert fantastisch, ook op At the Close of Every Day en Me and My Melody. Als er een rock ’n’ roll-voordeelkaart bestaat, hebben we weer wat extra punten bijverdiend.’

Sigur Rós, Sydney, Australië, 14 april 2006.

‘Iedereen van de crew deed enorm zijn best, maar de goden keerden zich tegen ons en we hadden allemaal de ergst denkbare tijd op het podium. De band wist niet hoe zich door de set heen te vechten. Uiteindelijk waren we blij dat het optreden zo kort was. Het debacle leerde ons op zijn best één ding: dat Heysatan niet het soort nummer is dat je kunt droppen temidden van een luidruchtig, onoplettend publiek.’

Waarom zou je het aan de popkritiek overlaten je zojuist mislukte concert nog eens na te trappen en verder af te branden? In een intieme relatie met de fanbase past een intiem en eerlijk reisverslag. Wilde groupieseks?

Aqualung, backstage Theatre of the Clouds, Portland, Oregon, 16 maart 2006.

‘Ik verveel me. Klote, wat verveel ik me. Ik zit in de kleedkamer naast het stadion waar basketball wordt gespeeld als er geen concert wordt gehouden. Naast mij zitten Matt en drummer Dave. Zij bespreken het eten dat de catering net in een oven op wieltjes heeft gebracht. Zij vervelen zich. Volgens Matt is zijn eten (aubergine-ratatouille met gestampte knoflook en groenten) overladen met knoflookstamp, en zit hij na het eten van de ratatouille met een restant knoflookstamp, die hij nu zonder overig begeleidend voedsel dient weg te eten. Ik had kip. Die was roze van binnen. Ik ben pas nog heel ziek geworden van roze kip. Wij vervelen ons. Klote, wat vervelen wij ons. Ben Hales.’

Urenlange wachtsessies terwijl de roadies het podium opbouwen. Geestdodende dagdelen in de vliegveldterminal. Wat doe je dan? Even een digitaal fotootje maken voor op het toerblog: Franz Ferdinand in een strak Beatles-achtig rijtje achter de koffers op het vliegveld. Sigur Rós met verlegen Japanse fans op een groepsportret. Het toerdagboek is bezigheidstherapie.

Zanger Travis Morrisson van de Amerikaanse band Dismemberment Plan had nooit iets met die toerblogs. ‘Altijd dezelfde litanie over problemen met de bus, gezeur over optredens die best wel weer goed waren.’ Maar op 11 september 2001, ‘een dag waarop alle Amerikanen bij hun familie wilden zijn’, gespte Dismemberment Plan zich vast in de riemen van het vliegtuig. Op de dag van de terreuraanslagen tegen Amerika begon voor de band een Canadese en Europese tournee. Morrisson: ‘Ik realiseerde mij dat ik in een unieke positie zat.’ Een Amerikaanse rockband die direct na de aanslagen over de wereld reist, heeft misschien wel wat te vertellen.

Het toerdagboek van Dismemberment Plan laat zich lezen als een journalistiek reisverslag over een wereld in verwarring. Verscherpte controles aan de grens, gedoe met paspoorten, fans die na het concert niet met je praten over je muziek, maar over hoe het is om nu een Amerikaan te zijn.

Dismemberment Plan, Toronto, Canada, 15 september 2001.

‘Even voor onze tweede show dwaal ik door Toronto, en ik loop tegen een vreemde, zwijgende menigte aan die de straat verspert. Vreemde vibes. Iedereen heeft bloemen bij zich, ik denk nog dat het een begrafenis is. Maar ze blijken voor het Amerikaanse consulaat te staan. Het hele stratenblok is afgezet, er ligt een berg bloemen, teddyberen, brieven, Amerikaanse en Canadese vlaggen. De Canadezen blijven me vertellen hoe erg ze het vinden. Ze zijn net als de rest van de wereld geschokt te ontdekken hoe erg ze het vinden dat er iets met Amerika is gebeurd.’

Als moderne Kuifjes verbazen de frisse bandjes op wereldreis zich over de wondere wereld. Sigur Rós in China: ‘Tussen de wolkenkrabbers in Hongkong zweven enorme roofvogels op de termiek omhoog. Vanuit onze hotelkamer kunnen we ze zien. Wat doen ze daar?’ De Amerikaanse bassiste Melissa Auf der Mauer in Nederland: ‘Ik hou van Holland omdat de Nederlanders zo liberaal zijn! Je kunt het zelfs voelen in de manier waarop ze tegen de muziek aankijken: open minded en enthousiast.’

Wat eet de band? Waar slaapt de band? Hoe is het weer? Wat voelt de band na de jetlag en een mislukte gig?

En wat gebeurt er eigenlijk na de tournee, als moet worden gewerkt aan nieuw muzikaal materiaal? Nieuw op het net: het studiodagboek.

The Darkness, studio West End, Londen.

‘Om een bouzouki-sound te creëren gebruikten we voor Love Is Only A Feeling dertien akoestische gitaren. Op onze nieuwe plaat gebruiken we vijftien gitaren. Met 120 individuele gitaardelen, en twaalf solo’s! Het zal je niet verbazen dat we een extra tape-machine hebben moeten huren, we hebben nu al 48 banden volgespeeld!’

Meer over