MISSIONARISSEN VAN DE FILM

Palestina mag dan zondag met Paradise Now meedingen naar de Oscars, de Palestijnse gebieden kennen welgeteld één bioscoop. Een Palestijnse vrijwilligersorganisatie probeert iets van een filmcultuur op te bouwen, door les te geven aan cameramensen en films te vertonen op scholen....

ALEX BURGHOORN

Als Muayad Alayan terugdenkt aan zijn tijd in San Francisco, dan loopthet water hem in de mond. 'Zit je daar zomaar met vijf man in een café,dan zijn er geheid een cameraman, een lichtman en een regisseur bij. Metgemak vind je er veertig jongeren die gratis en voor niets aan je filmwillen meewerken, omdat ze weten dat jij ook meewerkt als zij een plannetjehebben.'

Kom daar maar eens om in Ramallah, Bethlehem, Nablus, Hebron, Gaza-Staden Rafah! Of in Beit Zafafa, het Palestijnse dorp ten zuiden van Jeruzalemwaar de 21-jarige Alayan is geboren.

Pas drie maanden is hij terug van de West Coast, na tweeënhalf jaarstudie aan de filmafdeling van het City College in San Francisco. Deenergie van de Amerikaanse droom is hij nog niet kwijt, want Muayad Alayanheeft het in zijn hoofd gehaald een Palestijnse filmcultuur op te bouwen - desnoods eigenhandig. 'Toen ik vijftien was en meer van film wilde weten,kon niemand mij helpen. Dat moet veranderen.'

Als een profeet van de cinematografie wervelt hij daarom door BeitZafafa: de jonge Palestijnse regisseur werkt aan een film over de jeugd vanzijn ouders, hij vertoont elke week in de middelbare school voor veertigleerlingen een Palestijnse film (Jenin, Jenin, Divine Intervention , datwerk) én hij leert op vrijdagmiddagen drie jongens en vier meisjes vanvijftien de geheimen van de Canon XL 2-camera en het spelen van eendialoog.

Op aanwijzingen van Muayad schuift Laila tijdens de derde les haarhoofddoek iets opzij om de camera op haar schouder te kunnen zetten. Meteen brede grijns zegt Mahmoud: 'Action!' - hij heeft vandaag de taak vanregisseur toegewezen gekregen. Prompt komt Hanan de deur van hetgemeenschapshuis uitgelopen, rugzak losjes over de schouder. 'Jij hier?',zegt ze verbaasd tegen Mohammed, die haar staat op te wachten. 'Heb jegedaan wat je van plan was?', vraagt hij haar nerveus. 'Ach wat', zegt zebars en ze beent hem voorbij. 'Cut!', roept Mahmoud.

Het zijn de beginselen van de beginselen. Maar het is dan ook je reinstepionieren wat Alayan en een handvol andere filmfanaten in de Palestijnsegebieden doen. Immers, sinds het uitbreken van de eerste Intifada, in 1987,zijn op één na alle bioscopen gesloten. Alleen het Al Kasaba-theater inRamallah op de Westoever, de officieuze Palestijnse hoofdstad, is nog inbedrijf. Soms draaien er films in culturele centra in Bethlehem of hetoostelijke, Palestijnse deel van Jeruzalem. Maar vanwege de Israëlischecheckpoints en het stringente reisvergunningenbeleid onder de bezetting ishet voor veel Palestijnen onmogelijk die steden te bereiken. De Gazastrookis al helemaal bioscooploos.

Het is zo bezien enigszins onwerkelijk dat 'Palestina' zondag meedingtnaar de Oscar voor de Beste Buitenlandse Film. Maar zoals alle grotePalestijnse films is de Oscar-kandidaat Paradise Now gemaakt door eenPalestijn van buiten - regisseur Hany Abu-Assad woont in Nederland. 'AlsHany komt filmen, neemt hij zijn crew mee uit Amsterdam', zegt MuayadAlayan. 'Als Michel Khleifi komt, neemt hij zijn mensen mee uit Brussel enEli Suleiman komt met zijn vrienden uit Parijs. Geen wonder, want er ishier niemand.'

De cijfers uit het enige onderzoek dat ooit is gedaan naar dePalestijnse filmindustrie, spreken voor zich. Op de Westelijke Jordaanoeverwonen 85 regisseurs, cameralieden en acteurs - in de Gazastrook wonen ertwee. De inventarisatie, uit 2005, is van de A.M. Qattan Foundation,gerund door een Palestijnse familie in Groot-Brittannië. Het fonds vooreducatie en cultuur is werkzaam in de Arabische wereld vanuit de gedachtedat 'een samenleving niet de gevolgen van oorlog, tirannie en onwetendheidkan verwerken zonder burgers die verlicht, moedig en creatief zijn'.

Met 640 duizend euro van de Europese Unie is de Qattan Foundationanderhalf jaar geleden begonnen aan het 'Palestijns Audiovisueel Project'om de fundamenten te leggen waarop een filmindustrie kan worden gebouwd.'Alleen investeringen en opleidingen van lange termijn kunnen de baaierdaan initiatiefjes omvormen in een industrie en de weg openen naar eenbloeiende en levende kunstvorm', zegt filmproducent en regisseur Omaral-Qattan, die vanuit Londen directeur is over het project. Op dedépendance in Ramallah coördineert Abir Arafat in haar eentje de toekomstvan de Palestijnse film.

Het betekent in de praktijk onderwijzen, onderwijzen, en nog eensonderwijzen. Samen met regisseur Michel Khleifi (1950) is Omar al-Qattan(1964) twee keer afgereisd om les te geven aan jonge Palestijnsecameramensen en televisiejournalisten die zich willen verbreden. Khleifien Al-Qattan zijn cracks: de eerste won in 1987 met Wedding in Galilee deprijs van de filmcritici op het festival van Cannes en de tweede won in1991 op het documentairefestival IDFA in Amsterdam de Joris Ivens Award metDreams & Silence. Samen geven ze een zwengel aan de eerste Palestijnsefilmopleiding.

Maar zo mogelijk belangrijker is de verspreiding vanfilmprojectieapparatuur over veertien middelbare scholen op de Westoeveren vijf in de Gazastrook voor een lesprogramma rond westerse en Arabischefilmklassiekers. Het is, hoe geïmproviseerd van opzet ook, waarachtig eennetwerk van cinemaclubs. Hier kunnen jongeren gezellig met zijn allen inhet donker naar een film komen kijken - in plaats van op de televisie bijpapa en mama thuis. 'Behalve de films die wij leveren, moedigen we descholen ook aan op de markt dvd's te kopen', zegt Abir Arafat. 'In Jeningebruikt de lerares die de filmles onder haar hoede heeft, de apparatuurook om met haar poëzieclub lekker films te kijken.'

Tussen twee portretten van Yasser Arafat hangt in de kelderzaal van dejongensschool Al Rashidien het grootste filmdoek van Hebron: het is eendiascherm. 'Een doorbraak', zegt schooldirecteur Hashem Farouk. De filmzaalis de eerste bioscoop uit de geschiedenis van Hebron - en die geschiedenisgaat ver terug, want in de grootste stad op de Westoever liggen volgens deoverlevering de aartsvaderen Abraham, Isaak en Jakob met hun vrouwenbegraven.

'Hebron is een conservatieve stad - u bent hier niet in Ramallah ofBethlehem', zegt Farouk. 'De ouders waren aanvankelijk tegen het vertonenvan films. Het zou de goede zeden aantasten. Soms zien ze dingen op detelevisie met mannen en vrouwen en seks - ze denken dat dat in de bioscoopook zo is. Met jongens op deze leeftijd moet je voorzichtig zijn.'

In zijn jonge jaren ging Hashem Farouk naar de Indiase films die eindjaren zeventig draaiden in de bioscopen van Bagdad, in Irak. Saddam Husseinbood Palestijnen destijds de kans gratis te studeren en Farouk haalde zijnbul in de Engelse letteren. Bij terugkeer werd hij leraar, immers: 'TheChild is the father of the Man - dat is van de dichter William Wordsworth,als u dat wat zegt.'

De Al Rashidien-school heeft tot nu toe drie films gekregen van deQattan Foundation: Pantserkruiser Potemkin (1925) van Sergei Eisenstein,Das Kabinet des Doktor Kaligari (1920) van Robert Wiene en Modern Times(1936) van Charlie Chaplin. Het moeten er tien worden, maar het is moeilijkklassiekers met Arabische ondertiteling te vinden, zegt projectcoördinatorAbir Arafat. 'Bovendien heeft het ministerie van Onderwijs ons verbodenNorth By Northwest van Alfred Hitchcock te verspreiden. Daar zit een kusin.'

De 17-jarige jongens uit de hoogste klas van de middenstandsopleidingkijken vanochtend Modern Times. Voor de tweede keer alweer. 'Het leert onsveel over de industriële revolutie', zegt Ahmed. 'Hoe fabrieksarbeidersworden uitgebuit.'

Alleen Ibrahim is ooit in Ramallah naar de bioscoop geweest. 'Deambassade zit in het gebouw draaide er. Het is een comedy uit Egypte,waarin een man op een dag thuiskomt en ziet dat tegenover hem zich deIsraëlische ambassade heeft gevestigd.'

Schoolhoofd Farouk wil zijn leerlingen met de films een 'tijdelijkeuitweg' bieden uit de misère van alledag. 'Ons leven gaat alleen maar overpolitiek en oorlog, over checkpoints, over moord en doodslag, overaanslagen, over lijden. Deze jongens hebben nooit vakantie - ikzelf ben altwintig jaar de stad niet uit geweest voor een weekendje weg. Af en toe eenfilm kijken en ontspannen helpt je je staande te houden.'

Van Paradise Now - over twee jongens uit Nablus die zijn gerecruteerdvoor het plegen van een zelfmoordaanslag in Tel Aviv - heeft Farouk nognooit gehoord. 'U bedoelt toch niet Paradise Lost van Milton, hè?'

Weinig Palestijnen hebben de film van Hany Abu-Assad nog gezien. MaarMuayad Alayan, de jonge regisseur uit Beit Zafafa, weet één ding zeker:'Als Paradise Now na de Oscar-uitreiking eenmaal op dvd beschikbaar is, ishet binnen no time de meest gekopiëerde film.'

Doorgaans maakt May Odeh korte nieuwsitems voor het kinderkanaal van AlJazeera, 'over het dagelijks leven van Palestijnse kinderen'. Maar echtbevredigend vindt ze het niet. 'In het nieuws schilder je mensen altijd afals dader of slachtoffer. Veel diepgang is er niet.' Op de opleiding vande Qattan Foundation probeert ze te leren filmen met een langere adem,zodat 'je veel dieper kan gaan, je de stand van de samenleving kanoverpeinzen'.

Het mooie aan Paradise Now is dan ook dat de twee jongens als echtemensen worden geportretteerd, zegt Odeh, die de film in haar woonplaatsRamallah zag. 'Het zijn geen helden.' Jammer alleen dat er zo weinigaandacht is voor 'het lijden onder de bezetting dat voorafgaat aan hetbesluit om zich op te blazen'.

Het is kritiek die Muayad Alayan al vaker heeft gehoord van Palestijnenen Arabieren die Paradise Now zagen - met Abu-Assad was hij in december nogop het filmfestival van Dubai. 'Iedereen hier is gewend te kijken naar denieuwszenders Al Arabiya en Al Jazeera en daar zien ze dag in dag uitzogezegd de werkelijkheid', zegt Alayan. 'Vandaar dat ze dat ook verwachtenin Paradise Now.' Het is de paradox van cinema in Palestina: vrijwel nooitmaakt een Palestijn een film, maar vrijwel non-stop zijn de Palestijnen inbeeld op de journaals.

'Altijd zijn hier televisiecamera's en altijd lokken die dezelfdereactie uit: Laat zien wat de Israëli's ons aandoen!' Als dat niet deboodschap is van een film, dan zaait dat verwarring. Maar om in de wereldgehoord te blijven worden, moeten we op een andere manier gaan vertellen - de simpele uitbarsting van woede over de ellende die de Israëlischebezetting brengt, werkt niet meer. We moeten daarom leren langedocumentaires en dramafilms te maken.'

Het is simpel, zegt Muayad Alayan: 'Tot de bezetting van de Westoeveren de Gazastrook in 1967 had Israël het sterkste verhaal - over denoodzaak van de joodse staat, et cetera. Maar door ons land af te pakken,hebben ze hun verhaal vergooid en ons het verhaal over het land Palestinagegeven.'

Het zijn mooie gedachten, zegt schoolhoofd Farouk Hashem. 'Zo kunnenwe uren praten over cinema - ik hield toch zo van die romantische films.Maar mijn grootste zorg is of ik mijn salaris deze maand wel krijg.'

Muayad Alayan zucht. 'Ik ken een goede cameraman in Ramallah, maar ikdurf hem niet te vragen een dag lang voor niets te komen werken aan mijnfilm, als hij diezelfde dag ook bij persbureau Reuters 150 dollar kanverdienen.'

Meer over