Minimalistisch tot op het bot

Postuum..

amsterdam Ooit had Irving Penn, de legendarische fotograaf van de Amerikaanse Vogue, last van een lekkende kraan. De loodgieter kwam een paar keer langs, en ontdekte op zeker moment dat hij met een beroemdheid van doen had. De loodgieter riep: ‘U staat in de encyclopedie!’

‘Vanaf toen’, vertelde Penn in 1991 enigszins treurig aan Vicki Goldberg van The New York Times, ‘was onze relatie verpest. Het hebben van een lekkende kraan was niet langer belangrijk genoeg.’

Irving Penn, de man die er zowel in zijn foto’s als in zijn persoonlijke leven een ijzeren discipline op nahield, die binnen en buiten het fotografische kader tot op het bot minimalistisch en perfectionistisch was, en kantoor hield in wat door anderen dikwijls ‘het ziekenhuis’ werd genoemd, zo kaal en grijs was het er – die Irving Penn is niet meer. Hij overleed woensdag op 92-jarige leeftijd in zijn huis op Manhattan. Dat maakte zijn vriend en vertegenwoordiger Peter MacGill bekend.

Penn, geboren in Plainfield, New Jersey als zoon van een horlogemaker en een verpleegster (en broer van de latere filmregisseur Arthur Penn), begon in 1943 bij Vogue. Dat was nadat hij in Philadelphia was opgeleid als schilder en graficus, als art director had gewerkt bij het beroemde New Yorkse warenhuis Saks Fifth Avenue, en naar Mexico was vertrokken om te schilderen.

Dat laatste mislukte volgens hemzelf jammerlijk. Irving Penn schraapte de verf van zijn doeken en gebruikte ze voortaan als tafelkleden.

Bij Vogue, waar hij decennialang zou blijven, verwierf Penn bekendheid met zijn strenge, klassieke zwart-witfoto’s. Critici snapten er aanvankelijk niets van, vonden zijn commerciële werk te artistiek en zijn autonome werk te commercieel.

Penns modellen poseerden geïsoleerd in lege witte ruimtes, waar alle aandacht uitging naar de belijning van een jas, de details van een schoen. Accessoires werden op dezelfde manier benaderd: hij maakte er grafische stillevens van die gingen over vorm en volume. Zes jaar lang fotografeerde hij voor de Kersteditie van Vogue (in kleur) bloemen, gedetailleerd en met volle overgave.

De man die zelf onmiddellijk wegdook wanneer hij iemand met een camera zag, vereeuwigde veel beroemdheden, zoals Marcel Duchamp (staand tussen twee witte muren die een scherpe hoek vormen), Igor Stravinsky, Spencer Tracey en het elegante model Lisa Fonssagrives. In 1950 trouwde Penn met haar.

Penn vond het belangrijk dat zijn foto’s lang zouden blijven bestaan en zo esthetisch mogelijk zouden zijn – eigenlijk stond zijn hele leven in het teken van het ‘optillen’ van zijn foto’s naar het niveau van beeldende kunst, daar waar hij naar eigen zeggen de meest inspiratie vandaan haalde.

Halverwege de jaren zestig begon hij zijn foto’s zelf af te drukken met platinum, waardoor de fluweelachtige afdrukken nog langer houdbaar zouden zijn. Het kostte hem uren aan voorbereiding en ook nog eens uren in de donkere kamer.

Zijn vasthoudendheid wierp wel vruchten af. In 1984 schreef fotocriticus John Szarkowski lovende woorden in de catalogus bij Penns retrospectief in het Museum of Modern Art in New York. Het moet een feestje zijn geweest in het hoofd van Irving Penn, die tijdens zijn verblijf in Rome in 1944 totaal onverwachts de schilder De Chirico om de hals vloog, omdat hij diens werk zo bewonderde – een opmerkelijk gebaar van de anders zo gereserveerde en bescheiden fotograaf.

Naast beroemde mensen en volgens de laatste mode geklede modellen fotografeerde Penn ook totale vreemdelingen. In de jaren vijftig maakte hij een serie over handelsreizigers in Parijs, Londen en New York. Ook reisde hij naar Afrika en Nieuw Guinea om daar de ‘primitieve’ bevolking vast te leggen, in dezelfde strenge beeldtaal die hij voor de modefotografie gebruikte. Minder was immers nog altijd meer.

In 1996 doneerde hij het grootste deel van zijn nalatenschap aan het Chicago Art Institute. Zelf wierp hij zich, na een pauze van 43 jaar, weer op het schilderen, ook al keerde hij de fotografie nooit de rug toe.

Meer over