Minder bezoekers voor kunstmusea

De bezoekcijfers van de grote kunstmusea zijn afgelopen jaar met 13 procent gedaald ten opzichte van 2006. Dat blijkt uit de prognoses van de bezoekersaantallen van tien grote musea.

Van onze verslaggeefster Anneke Stoffelen

Het Van Gogh Museum in Amsterdam is dit jaar het best bezochte museum van Nederland; Het Rijksmuseum, vorig jaar nog het meest bezocht, komt nu op de tweede plaats. De twee grootste musea trokken dit jaar beide minder bezoekers en dat is vooral te wijten aan het ontbreken van de blockbusters van het Rembrandtjaar, die in 2006 de cijfers flink opstuwden. ‘We hadden ook voorzien dat we zo’n topjaar met vijf Rembrandt-tentoonstellingen niet zouden overtreffen. Dit bezoekersaantal ligt in de lijn met de aantallen die we vóór 2006 trokken’, aldus Elles Kamphuis van het Rijksmuseum.

Het Van Gogh Museum scoorde in 2006 mede dankzij de tentoonstelling Rembrandt-Caravaggio. Dit jaar waren vooral de exposities Van Gogh en het Expressionisme en Max Beckmann in Amsterdam de grote publiekstrekkers.

Ook in sommige kleinere musea is een terugval te constateren na het Rembrandtjaar. Het Rembrandthuis leverde in 2007 31 procent van zijn bezoekers in; Stedelijk Museum de Lakenhal in Leiden (niet opgenomen in de toptien) daalde zelfs met 71 procent, van 128.000 naar 37.000 bezoekers.

Siebe Weide, directeur van de Nederlandse Museumvereniging, zegt nog geen inzicht te hebben in de totaalcijfers van alle musea in Nederland. ‘Maar een daling na zo’n succesvol Rembrandtjaar is eigenlijk niet meer dan logisch. Iedereen die ook maar iets kon verzinnen met Rembrandt haakte daarop aan. Dit jaar was het Michiel de Ruyter-jaar, maar dat heeft niet een dergelijk effect gehad.’

Ondanks de daling is Weide positief over 2007 als museumjaar. ‘Er is flink gescoord met opvallend weinig grote namen. Met name in de kunstmusea kun je natuurlijk een enorme hit hebben met een belangrijk kunstenaar. Maar zo’n tentoonstelling als Vreemde Dingen in het Boijmans wordt niet opgehangen aan Magritte of Dalì en blijkt het toch goed te doen bij het publiek. Heel knap. Dat geldt ook voor de jarenzeventig-tentoonstellingen in Nijmegen en Den Bosch.’

De stijgende musea in de lijst zijn dan ook instellingen die in 2006 niets van doen hadden met Rembrandt. Het Groninger Museum zit weer in de lift na een aantal moeizame jaren en haalde 195.000 mensen binnen, 24 procent meer dan vorig jaar. Volgens een woordvoerster is dat vooral te danken aan de succesvolle tentoonstellingen over de Finse kunstenaar Akseli Gallen-Kallela en de Japanse kunstenares Mariko Mori.

In de gezamenlijke Gemeentemusea in Den Haag (Gemeentemuseum, Fotomuseum, GEM en Escher in het paleis) is sinds het aantreden van directeur Wim van Krimpen in 2001 elk jaar een stijging van de bezoekersaantallen genoteerd en dat geldt ook voor 2007; 419.220 bezoekers tegen 368.000 in 2006. Opvallend genoeg was ook hier een onbekende Finse kunstenaar een grote publiekstrekker. De expositie Helene Schjerfbeck, het geheim van Finland veroorzaakte afgelopen zomer volle zalen in het Gemeentemuseum.

Siebe Weide: ‘Dat is misschien nog wel knapper dan het succes van het Rembrandtjaar. Het is makkelijker scoren met doeken van Rembrandt dan met een volstrekt onbekende Finse kunstenares. Wie had er voor dit jaar van Helene Schjerfbeck gehoord?’

Van Gogh Museum (ANP) Beeld
Van Gogh Museum (ANP)
Meer over