Drama

Milk

Conventionele Gus van Sant

Bor Beekman

Regisseur Gus van Sant laat zijn film Milk, een portret van de Amerikaanse homoactivist Harvey Milk, beginnen met archiefmateriaal van politieacties tegen homo's. Indringende beelden zijn het, van agenten die homokroegen binnenvallen, de cliënten arresteren en daarbij grof geweld gebruiken.

Dan verschijnt Harvey Milk (gespeeld door Sean Penn) in beeld, die eind jaren zeventig, thuis aan zijn tafel, een taperecorder inspreekt. Deze opname, zo zegt hij in de microfoon, mag alleen worden afgespeeld in het geval dat hij wordt vermoord. Met die ongecamoufleerde hint naar de gruwelijke afloop van Milk, geeft Van Sant weinig weg. Daarvoor is zijn primair beoogde (Amerikaanse) publiek te goed bekend met het treurige einde van het leven van de man die, als eerste openlijk homoseksueel, in Amerika een politieke functie bekleedde, in San Francisco, Californië.

Het is regisseur Van Sant hier niet te doen om spanningsopbouw. Hij wil slechts de toon zetten vóór de film terugspringt in de tijd, zodat ook de lichtzinnige en losbandige filmscènes uit Milk in het hoofd van de kijker steeds donker bijgesteld worden - het komt niet goed.

In 1970 leidt Harvey Milk een onopvallend burgerbestaan, in New York. Hij is veertig en nog gewoon in de kast. En ontevreden: 'Ik heb in mijn leven nog niks gedaan waar ik trots op ben', zegt hij tegen een knappe jonge hippie, die hij oppikt in een metrostation. Die hippie, Scott (James Smith), voert Milk mee naar San Francisco, waar de twee een winkel openen, in wat al snel het bruisende (en door politie en politici vervolgde) hart wordt van de homo-gemeenschap.

Eenmaal openlijk homoseksueel, en politiek actief op buurtniveau, roept Milk alles en iedereen op uit de kast te komen, en wordt hij - na tal van campagnes - eindelijk verkozen tot een van de 'supervisors' van de stad. Een andere supervisor is Dan White (Josh Brolin), katholiek gezinshoofd, oud-politieagent en - zo suggereert Milk - heimelijk homoseksueel. De gespannen scènes tussen Penn en Brolin behoren tot de beste van de film, die in vorm opvallend conventioneel uitpakt.


Ondanks een gevarieerde stoet aan bijfiguren, draagt Sean Penn de film. Hij toont andermaal zijn talent om volledig in iemands huid te kunnen kruipen. Hij neemt maniertjes in zijn spel op die doorleefd en authentiek voelen, en niet als een gelikte kopie.

Waar Van Sant met films als Elephant (2003) en Last Days (2005) liet zien hoe je historisch geweld kunt omzetten in prikkelende filmkunst, laat hij in Milk weinig ruimte voor interpretatie. Zo wordt de emotieversterkende muziek ingezet op de gebruikelijke momenten. Vakkundig en gebalanceerd. Maar artistiek toch ook wat teleurstellend.


Meer over