Milder

Recensenten zijn aartsvijand en leidsman tegelijk. Maar ook liefhebber. Deze zomer zeven portretten. Vandaag Arnold Heumakers, literair recensent bij NRC Handelsblad....

'Ik heb tien jaar lang wekelijks voor de Volkskrant een recensie geschreven en werk nu voor NRC Handelsblad. Voor de inhoud van mijn stukken maakt dat geen verschil. Ook het aantal reacties is ongeveer hetzelfde: twee à drie keer per maand krijg ik een brief.

Als je een recensie schrijft, word je alleen geconfronteerd met het werk, niet met de maker. Ik heb me lange tijd niet gerealiseerd wat ik aanrichtte in het huishouden van de schrijver, als ik een boek afkraakte. Nu krijg ik daar soms via via iets over te horen. Jankende huisdieren, huilende partners, kinderen die worden geslagen. Dat was nou ook weer niet de bedoeling, denk ik dan. Die wetenschap remt me overigens niet bij het oordelen. Recenseren is geen pastoraal werk, de ziel van de schrijver hoeft niet gekoesterd te worden.

Als criticus ben ik een voorlezer. Ik ben de eerste publieke lezer van het boek, en doe verslag van mijn bevindingen. Ik geef een indruk van en een oordeel over het boek. Dat zijn de belangrijkste aspecten van een recensie.

Het gaat mij veel meer om het boek dan om de auteur. Ik stel me drie simpele vragen: wat wil het boek, slaagt het erin dat te realiseren en is dat van betekenis? Zo ja, dan is het een goed boek. Zo nee, dan is het oninteressant, al kan het in zijn genre nog wel geslaagd zijn.

Recenseren is ook aan de hand van boeken bespreken hoe het er met de literatuur voorstaat. Ik probeer in mijn recensies een surplus te creëren, waardoor de lezer niet totaal aan het boek in kwestie is geketend. Een goede recensie valt in zichzelf als tekst te lezen, ook als het boek niet de moeite waard is.

Ik ben vanaf mijn zestiende gek van literatuur. Telkens als ik iets geweldigs gelezen had, kreeg ik zin om zelf iets te verzinnen. Ik heb dan ook fictie geschreven, maar was daar uiteindelijk niet tevreden over. Die behoefte is nu verdwenen, maar ik weet daardoor wel hoe moeilijk het is een goede roman te schrijven.

De behoefte om onder woorden te brengen wat ik van een boek vind, heb ik altijd gehad. Ik kan nu veel kwijt in recensies, essays enlezingen. Het is een ander genre dan de roman, maar de daad is hetzelfde. Het formuleren van je gedachten, het vastleggen ervan en ze daardoor pas echt doorgronden. Vaak weet je pas wat je kunt denken als je het hebt opgeschreven. Dat is het spannende van schrijven: je weet nooit helemaal zeker wat er uit komt.

Mijn invloed is niet groot. De schrijvers waar ik het meest enthousiast over ben, maken geen bestsellers. Een debuut, dat kun je onder de aandacht brengen. Daar heeft de kritiek soms invloed op. Die maakt een voorselectie uit het amorfe aanbod, die kan een onbekende naam eruit pikken. Vervolgens storten andere media zich erop en begint de trein te rollen.

Maar een auteur die eenmaal de positie van geliefd schrijver heeft bereikt, kan doen wat hij wil. Dan maken recensies niet meer zoveel verschil. Dat zie je bij een schrijver als Maarten 't Hart, die door de kritiek vaak buitengewoon hardhandig is aangepakt. Dat is aan zijn populariteit niet te merken.

In de loop der jaren ben ik milder geworden. Het plezier van het in de grond boren is verdwenen. Je maakt je vrolijk ten koste van een boek om een gevoel van leedvermaak op te roepen bij de lezers. Dat is een beetje te makkelijk. Als iets heel erg slecht of heel erg goed is, valt het schrijven erover me niet moeilijk. Maar de meeste boeken vallen er precies tussen in. Dan moet je heel genuanceerd aangeven wat precies de kwaliteiten ervan zijn.'

Harmen Bockma

Meer over