beeldende kunst

Mickey Yang bekritiseert in haar dubbelzinnige expositie het westerse geflirt met Aziatische filosofie ★★★☆☆

Een geluk dat de goed gemaakte tentoonstelling, die vorig jaar in Osnabrück moest worden afgeblazen, alsnog te zien is in Den Haag.

Mickey Yang, Upaya (2020), videostill Beeld Mickey Yang
Mickey Yang, Upaya (2020), videostillBeeld Mickey Yang

De wierook brandt, de klankschalen staan klaar. Een prettige vrouwenstem vertelt een verhaal vol termen die vertrouwd klinken: harmonie, energie, adem diep in. Even lijkt het alsof in KM21 (de nieuwe naam voor Museum Gem) in Den Haag elk moment de meditatiekussentjes en yogamatjes tevoorschijn kunnen komen. Alsof kunstenaar Mickey Yang (33) de museumbezoeker in een rustgevende zentoestand gaat wiegen.

Integendeel. Yang, die opgroeide in Nederland bij Chinees-Singaporese ouders, maakte geen spiritueel centrum. Er gebeuren veel te vreemde dingen in deze museumzaal: de klankschalen en trommels tingen en tokken bijvoorbeeld uit zichzelf en er rollen twee opvallende ‘poortwachters’ van gegoten metaal heen en weer op wieltjes.

En in de film met die vrouwenstem wordt juist kritiek geleverd op hoe wij in Nederland (of in het ‘Westen’) flirten met Aziatische filosofieën. Het boeddhisme kwam bijvoorbeeld hierheen met de belofte tegenwicht te bieden aan onze hebzucht, maar wordt inmiddels ‘toegepast’ in het bedrijfsleven en het leger om de productiviteit te verhogen. Zo verworden filosofieën en religies uit Azië tot ‘exotische zelfhulp’, meldt de film.

Die kritiek is natuurlijk niet heel verrassend of nieuw. Sterk is wel hoe dubbelzinnig Yang haar tentoonstelling heeft gemaakt. De verleidingen van exotische zelfhulp zijn namelijk volop aanwezig: in de instrumenten, gedempt oranje licht, een lichtkrant die spirituele mantra’s opdist. Wie langer blijft staan komt er bovendien achter hoe goed de installatie in elkaar zit. Eigenlijk sta je midden in een muziekinstrument, waarin het geting en getok, de bewegende sculpturen en de film op elkaar zijn afgestemd.

Deze tentoonstelling zou afgelopen winter in Kunsthalle Osnabrück te zien zijn. Nadat die was opgebouwd moest de kunsthal vanwege coronamaatregelen sluiten, zo lang dat de tentoonstelling uiteindelijk weer, ongeopend, moest worden ingepakt. Yang maakte nog gauw een video die – gelukkig – werd gezien in het Haagse museum, dat haar vervolgens uitnodigde. Daarmee heeft KM21 nu de primeur, de eerste museale solotentoonstelling van de kunstenaar.

In haar mengeling van technieken laat Yang zich niet makkelijk typeren. Zo gebruikt ze in haar kunst piepschuim, metaal, een lichtkrant, bassins vol water, klei, geluid en film. Wat van metaal is en beweegt, herinnert natuurlijk aan Jean Tinguely’s machines. En Yangs mechanische muzikale theater doet ook denken aan de beroemde installaties van William Kentridge. Onbezielde objecten die door een onzichtbare dirigent tot leven komen hebben iets betoverends. Alsnog kans op een spirituele ervaring dus.

Mickey Yang, Upaya

Beeldende kunst

★★★☆☆

KM21, Den Haag
T/m 15/8

Meer over