boekrecensie

Meter/seconde is een scherpe satire op de Deense samenleving ★★★★☆

Stine Pilgaard schreef een vermakelijke parodie op de plattelandsidylle. Met droge Deense humor beschrijft ze de moeizame integratie van een vrouw in West-Jutland.

Stine Pilgaard Beeld Alexander Banck Petersen
Stine PilgaardBeeld Alexander Banck Petersen

In Denemarken was Meter/seconde, de derde roman van Stine Pilgaard, een regelrechte hit. Van het boek werden al meer dan 90 duizend exemplaren verkocht en het werd bekroond met verschillende prijzen, waaronder de Weekendavisen Literatuurprijs.

Dat succes is wel te begrijpen. Pilgaard schreef een uiterst vermakelijke roman over het leven in een piepklein gehucht in West-Jutland: Velling. Een jonge vrouw van begin 30 vestigt zich daar met man en kind. Hij is docent op een hogeschool en zij verdient de kost als vraagbaak in een krant, een soort ‘Lieve Mona’-rubriek. Haar integratie in de plattelandsgemeente verloopt moeizaam: gesprekjes willen maar niet vlotten in dit ‘land van de korte zinnen’. Ze probeert zichzelf aan te leren kort van stof te zijn en persoonlijke onderwerpen te vermijden. Gesprekken dienen over het weer te gaan. Daarom oefent ze zich in wolkensoorten en windsnelheden.

Droge humor is het handelsmerk van Pilgaard. Ze laat voortdurend zien hoe absurd alledaagse situaties zijn. Maar het zijn niet alleen de plattelanders die te kijk worden gezet, want het vrouwelijke hoofdpersonage doet ook aan zelfspot. Zij is een Bridget Jones-achtig type, een vrouw die haar eigen onhandigheid uitvergroot. Behalve dat ze geen normaal gesprek kan voeren, lukt het haar ook niet om haar rijbewijs te halen.

Ze voelt zich een totale vreemde in de sektarische gemeenschap van de hogeschool, die allerlei deugd bevorderende activiteiten organiseert, zoals volksliederen zingen en samen kokkerellen. Doodongelukkig wordt ze van al die blije mensen in dit ‘concentraat, een maggiblokje van menselijke dromen over gemeenschapszin die al zingend, dansend en pratend opgeroepen kunnen worden’. Ze hekelt de hysterische gedragingen van jonge ouders die hun kinderen op een voetstuk plaatsen en de natuurobsessie van de hogeschooldocenten. Op ultrajonge leeftijd krijgen de kinderen al hun eerste natuurcertificaat uitgereikt, terwijl de ecolerares gebraden bosmieren serveert op een thema-avond over het klimaat.

Deense parodie

Laat ironie nu het wezenskenmerk van de Denen zijn. Geen wonder dus dat zij zo smullen van deze parodie op de plattelandsidylle. De vraag is wel: is dit net zo vermakelijk voor mensen die minder goed zijn ingevoerd in de Deense samenleving? Deels wel: de problemen die mannen en vrouwen van alle leeftijden in de brievenrubriek spuien, zijn maar al te herkenbaar. Echtscheidingen, alcoholisme, jaloezie en werkverslaving, alles passeert de revue. De genante taferelen in de supermarkt, opgetekend uit de dagelijkse realiteit, zijn al even vermakelijk. Wie van de columns van Sylvia Witteman houdt, zal ruimschoots aan zijn trekken komen.

Lastiger zal het worden bij de passages die naar bekende Deense personen of plaatsen verwijzen, zoals de in Jutland geboren journalist Anders Agger of de stad Herning (‘het Dubai van Denemarken’). Of bij de herschreven versies van de Deense volksliederen, die verspreid in het boek te vinden zijn. Die zijn vooral grappig als je ook het origineel kent. Zo krijgt het socialistische protestlied ‘Als ik een rode vlag zie wapperen’ een geheel nieuwe lading. Pilgaard bezingt daarin het loodzware bestaan van de partners van hogeschooldocenten. Die hangen er maar wat bij, totdat het met het leven is gedaan. Pilgaard maakt hier gebruik van een bekend burlesk procedé: op verheven toon de platte werkelijkheid bezingen. De vertalers, Edith Koenders en Adriaan van der Hoeven, verdienen trouwens een compliment voor de wijze waarop ze alle liederen in fraai allitererend Nederlands hebben omgezet.

Uiteindelijk slaagt de hoofdpersoon er toch in om zich aan te passen aan haar nieuwe omgeving. Gesprekjes over het weer gaan haar steeds beter af en ze haalt haar rijbewijs. Op het eindfeest van de hogeschool houdt ze zelfs een toespraak over de voordelen van volwassenwording. Hoewel ook die passages van de ironie zijn vergeven, schuilt er – zoals met elke goede satire ‒ ook een kern van waarheid in. Zo mondt deze vlijmscherpe parodie op de hooggestemde socialistische idealen die velen in Denemarken prediken, uit in een lofzang op haar nieuwe thuis, West-Jutland: ‘Het land van de korte zinnen / beminnen / kan je leren als je wilt / een taal gemaakt van aarde, water, wind’. Succesvolle integratie betekent dus ook: de taal leren spreken van de bewoners, ook als ze nogal kort van stof zijn. Wie Deense ironie op zijn best wil ervaren, leze deze roman.

null Beeld Oevers
Beeld Oevers

Stine Pilgaard: Meter/seconde. Uit het Deens vertaald door Edith Koenders en Adriaan van der Hoeven. Oevers; 272 pagina’s; € 20.

Meer over