Film

Met zijn minimalistische drama Rizi verkent Tsai Ming-liang op tedere en kalme wijze zijn vertrouwde universum ★★★★☆

De twintig minuten durende scène waarin een vijftiger een twintiger betaalt voor een massage met happy end is opmerkelijk aangrijpend.

Rizi Beeld
Rizi

‘Deze film is opzettelijk niet ondertiteld’, waarschuwt Tsai Ming-liangs minimalistische drama Rizi (Dagen). Vervolgens duurt het een dik half uur voordat een van de hoofdpersonages, twee naamloze eenlingen in Taipei, überhaupt iets zegt.

Toch is het geen overbodige disclaimer: door de expliciete ondergeschiktheid van de dialoog komt de nadruk in Rizi des te meer op de lichaamsexpressie van de acteurs te liggen, bij hun (repetitieve) handelingen en het landschap. De twintiger (de Laotiaanse debutant Anong Houngheuangsy) die zwijgend staat te koken in een geïmproviseerd keukentje. De voor zich uit starende vijftiger (Tsai’s eeuwige muze Lee Kang-sheng), gefilmd door een ruit die de reflectie van wuivende bomen en een zachte witte lijn over Lee’s bloedserieuze gezicht legt. Beelden die even ongrijpbaar zijn als dat ze in hun strenge schoonheid voor zich spreken.

Rizi, uitgebracht in de zomerreeks Previously Unreleased van filmmuseum Eye, volgt daarmee het pad dat Tsai met zijn vorige tien speelfilms baande en dat zijn eindpunt leek te hebben bereikt: bij het verschijnen van Stray Dogs (2013) kondigde de Taiwanese grootmeester van de slow cinema zijn pensioen aan.

Evenwel bleef hij kortfilms, documentaires en VR-producties maken. En nu is er dan toch een nieuwe speelfilm, die goeddeels als een verdere verkenning van het vertrouwde Tsai-universum voelt. Zo worstelt de vijftiger met chronische nekpijn, net als de door Lee gespeelde protagonist uit The River (1997) en net als Lee zelf. Dat Tsai op een gegeven moment letterlijk met hem de straat opgaat, de cameravoering niet langer statisch maar documentaire-achtig los, geeft dan weer een onverwachte impuls: alsof de film opeens beter doorbloed raakt.

De hoofdpersonages houden zich ieder op in hun eigen nis van Rizi, tot ze elkaar treffen in een hotelkamer, waar de vijftiger de twintiger betaalt voor een massage met happy end. Wat een scène is dat, met zijn onverstoorbare aandacht voor de geluiden en aanrakingen, en vooral ook voor Lee’s gelaat: haast tastbaar is de gelukzaligheid die zijn personage ervaart.

Zo’n twintig minuten duurt de episode. Als toeschouwer kan je makkelijk denken: waarom moet ik hier zo uitgebreid naar kijken? Waar haal ik het geduld vandaan? Maar wijd je toe, en de scène blijkt na alle desolaatheid opmerkelijk aangrijpend, net als de gezamenlijke douchebeurt en het afscheid waarbij de oudere man de jongere een speeldoosje schenkt.

Goed dat Tsai zijn pensioen negeerde: zo teder en warm liet hij zich nog niet eerder zien.

Rizi

Drama

★★★★☆

Regie Tsai Ming-liang

Met Lee Kang-sheng, Anong Houngheuangsy.

127 min., in 11 zalen en vanaf 2 september via Picl.

Meer over