Met z'n allen één machtig akkoord

'Lifehouse Chronicles' - te bestellen via internet - is de missing link in de geschiedenis van The Who. Wat blijkt?...

Out here in the fields

I fight for my meals

I get my back into my living

I don't need to fight

To prove I'm right

And I don't need to be forgiven

Zo begint Baba O'Riley, een nummer dat Pete Townshend schreef voor zijn groep The Who. Voordat de tekst inzet is er eerst een wiebelig repeterend synthesizermelodietje, wat in die tijd - 1971 - in de popmuziek nog zelden vertoond was. Daarna valt met een harde klap de gitaar binnen, en kort daarop de galmende rockstem van Roger Daltrey: Sally take my hand, We'll travel south cross land, put out the fire, don't look past my shoulder. The exodus is near, the happy ones are here.

Het is een glorieus lied, een van de mooiste van Who's Next, wat weer de beste lp is die The Who ooit zou maken. Townshend had in die tijd zoals iedere zichzelf serieus nemende popartiest een geestelijk leidsman. In zijn geval heette die Meher Baba. Naar hem wordt in de titel verwezen. En Riley zou heel goed Terry Riley kunnen zijn, componist van minimal music. Dat Townshend daarvan in die tijd een tik meekreeg, is aan het intro te horen.

Waar het nummer intussen over ging, wie bijvoorbeeld Sally was en wie de hoofdpersoon, die zo'n moeite had om aan de kost te komen? Geen idee. Wat maakte het ook uit? De leden van The Who mochten dan wel met Tommy een naam hebben gevestigd als artistiekelingen van de Britse pop, dat wilde nog niet zeggen dat over iedere Sally diep was nagedacht.

Inmiddels zijn dertig jaar verstreken. Net als de meeste pophelden van toen kan ook Pete Townshend geen weerstand bieden aan de verleiding om de oude roem zo vaak mogelijk te verzilveren. Vorig jaar werden de oude hits weer eens te voorschijn gehaald, de heren trokken iets vlots aan, vervingen de jong overleden drummer Keith Moon door Zak Starkey, de zoon van Ringo Starr, stapten het podium op en speelden Baba O'Riley, Substitute en My Generation (met de fameuze regel 'hope I die before I get old'), alsof er niets was veranderd. Niets dan de toegangsprijzen - een kaartje kostte bij de Amerikaanse tournee zeshonderd gulden. Daltrey slingerde als vanouds de microfoon rond, en Townshend, och arme, geselde zijn Rickenbacker gitaar nog steeds met de molenwiek.

Dat is de ene kant van de zaak. Er is ook een andere, en die is interessanter. Sinds kort kan op internet een box met zes cd's worden besteld - de missing link in de geschiedenis van The Who. Lifehouse Chronicles is de titel van die box. Wat blijkt: de meeste nummers van Who's Next, maar ook een aantal songs van The Who By Numbers (1975) en Who Are You (1978) en van Townshends solo-lp Who Came First (1972), waren oorspronkelijk bedoeld voor een speelfilm, die The Life House moest gaan heten.

In het boekwerk dat de cd's begeleidt, doet Townshend de onderneming uit de doeken. Het is 1971, de rockopera Tommy wordt alom bewonderd, Townshend voelt zich tot alles in staat en zet zich aan een filmscript, waarin met terugwerkende kracht de contouren van internet te herkennen zijn. The Life House is gesitueerd in een onbestemde toekomst; het milieu is grondig verpest, de mensen dragen beschermende pakken en staan met elkaar in contact via the grid (het netwerk), een stelsel van draden en buizen dat hen voorziet van voedsel, medicijnen, informatie en amusement en dat ervoorzorgt dat Jumbo, de grote leider, geen omkijken naar zijn onderdanen heeft. Muziek geldt in die wereld als een subversieve kracht. Uiteindelijk wordt tijdens een illegaal concert de ban gebroken. Dankzij hetzelfde grid dat hen onder de duim houdt laten de bezoekers de muziek horen die in hun binnenste klinkt. Overbodig om te zeggen welke band bij dat concert moest aantreden.

De andere leden van The Who reageerden aanvankelijk enthousiast. In januari 1971 werd begonnen met een reeks openbare repetities in het Young Vic Theatre in Londen. The Who zou optreden met tapes en synthesizers, het geluid zou quadrofonisch klinken en het concert zou interactief zijn, wat betekende dat het publiek invloed op het verloop kon uitoefenen.

Hoe precies, dat werd niet duidelijk. Toen vervolgens Universal Pictures niet met een voorschot afkwam, raakte de film in de vergetelheid. Townshend geeft achteraf de schuld aan Kit Lambert, de manager van The Who, die liever Tommy verfilmde. Volgens anderen waren de ideeën van Townshend met de toenmalige stand van de techniek niet te realiseren.

Techniek is inmiddels in zo ruime mate voorradig, dat het toekomstperspectief van Townshend weer actueel is geworden. Vandaar dat de BBC vorig jaar besloot The Lifehouse als hoorspel uit te zenden. Opnamen van de uitzending, die plaatsvond op 5 december van het vorig jaar, beslaan twee van de cd's in de box.

De andere vier cd's bevatten aan The Lifehouse gerelateerde muziek. Meestal gaat het om bekende nummers in een andere versie, met Townshend die alle instrumenten speelt en ook zingt, met die ijle stem die ook van een paar Who-nummers bekend is. Het is het laboratoriumverslag van een muzikant die bijna wanhopig uit de beperkingen van het rockidioom wil breken. In uit de jaren zeventig stammende versies van Baba O'Riley, Who are you en Won't get fooled again zoekt hij die uitweg in synthesizer-exercities. Een reeks variaties uit de late jaren negentig klinkt heftiger, met overstuurde gitaren, een rapper en keyboards-geweld. Op de vierde cd mengt componist Townshend zich tussen zijn overleden collega's Scarlatti en Purcell met stemmiger werk, dat, uitgevoerd door het London Chamber Orchestra, als geluidsdecor bij het hoorspel wordt gebruikt.

Zoals vaker bij Townshend is de kracht van de ideeën groter dan zijn muzikale mogelijkheden. Dat hij geen groot solo-gitarist is, wordt ook hier soms pijnlijk duidelijk. Zijn stem is breekbaar, de arrangementen ontsporen soms in bombast. Lifehouse Chronicles is vooral roerend door het ongebroken optimisme dat eraan ten grondslag ligt: muziek als middel om de wereld te verbeteren. 'One note, pure and easy', zingt Townshend zijn Indische leermeester na. En als iedereen op zoek gaat naar de noot die in hem klinkt, dan vormen we samen een machtig akkoord. Het is de gesublimeerde versie van de agressie die The Who vaak aan de dag legde.

Opmerkelijk is hoezeer Townshend zich distantieert van de gitarenvernielende adolescent die hij vroeger was. 'Ik had de kans om een betere wereld te maken. Heb ik die benut? Tragisch genoeg is het antwoord nee. Ik was niet meer dan een behendige en praatzieke popster.'

Met deze box is voor hem het Lifehouse niet afgesloten. Townshend werkt inmiddels aan The Lifehouse Method, een computerprogramma dat deelnemers via internet in staat stelt hun bijdrage te leveren aan een compositie die zich in een tijdsbestek van maanden ontwikkelt.

Meer over