Boekrecensie

Met veel humor trekt Lionel Shriver de minutieus geplande dood in twijfel ★★★☆☆

Lionel Shriver laat zien dat de dood moeilijk te plannen valt in een ideeënroman vol ironie. De personages hadden meer diepgang mogen krijgen.

null Beeld Silvia Celiberti
Beeld Silvia Celiberti

Lionel Shriver werpt zich in haar roman Tot de dood ons scheidt (Should We Stay or Should We Go) op een interessant vraagstuk. Wat is een verkieslijker dood: wanneer je nog gezond en bij je volle verstand bent zélf besluiten een eind aan je leven te maken, of wachten totdat het verval intreedt, maar het misschien te laat is om de beslissing nog in eigen hand te hebben?

Ze werkt haar ideeën uit via het Londense echtpaar Cyril en Kay Wilkinson. Hij is huisarts in dienst van de National Health Service, zij verpleegkundige in een ziekenhuis. Het is 1991 en Kays vader is na ‘vier jaar van geleidelijke achteruitgang, gevolgd door maar liefst tien jaar van pure verwording’ eindelijk gestorven aan alzheimer. Ook voor de nabestaanden was het ziekteproces een gruwelijke lijdensweg. Kay voelt dan ook geen verdriet, maar louter opluchting.

Dit willen Cyril en Kay zichzelf en hun kinderen absoluut besparen. Om nog maar te zwijgen van de zware aanslag die hun laatste, kwaliteitsarme levensjaren op het toch al zo onder druk staande Britse zorgstelsel zal betekenen. Dat wil vooral NHS-idealist Cyril niet op zijn geweten hebben.

Euthanasiepact

Hij komt met het idee een pact te sluiten: in het jaar dat de iets jongere Kay 80 wordt, 2020 (wat klinkt dat ongelooflijk ver weg!), zullen ze gezamenlijk euthanasie plegen. Als arts weet hij aan de benodigde Seconal te komen, die op een veilig plekje in de koelkast wordt bewaard. Het zal een waardig einde worden. En zo eindigt het eerste van de dertien hoofdstukken van deze roman.

In hoofdstuk 2 is het 2019. Beide echtelieden verkeren nog in prima gezondheid, maar ja, afspraak is afspraak. Kay bereidt tot in de minutieuze details hun uitvaartplechtigheid voor en begint aan een afscheidsrede: de kinderen en anderen weten immers van niets, dus ze heeft iets uit te leggen. Het wordt een document van 31 pagina’s, waarvan het voorlezen 92 minuten zal duren. Ja, ze heeft het getimed. En dan hebben we het nog niet over de talrijke geplande muzikale intermezzo’s.

Naarmate het hoofdstuk vordert, begint het euthanasiepact voor Kay steeds minder logisch en vanzelfsprekend te worden. En inderdaad: als het erop aankomt, lopen de zaken niet echt zoals gepland. Om het eufemistisch uit te drukken.

In hoofdstuk 3 zijn we weer terug bij af. Opnieuw naderen we de datum waarop het pact in werking moet treden, maar opnieuw blijken de aanvankelijk zo heldere afspraken minder gemakkelijk na te komen dan Cyril en Kay hadden verwacht.

Alle mogelijke variaties

En zo gaat het twaalf hoofdstukken lang: op Groundhog Day-achtige wijze beginnen de twee tachtigers telkens opnieuw aan hun allerlaatste levensfase en beleven ze alle mogelijke variaties waarop je volgens je eigen wensen aan je eind kunt komen. Of niet.

Soms krijgt de een op het laatste moment spijt, dan heeft de ander opeens twijfels. De ene keer besluiten ze naar een luxueuze instelling te verhuizen die op den duur helaas onbetaalbaar blijkt, de andere keer belanden ze door ingrijpen van hun kinderen in een infernale bejaardengevangenis. In weer een ander hoofdstuk – met een briljante slotzin! – verloopt alles zó perfect dat je als lezer naar adem hapt, verzwolgen als je dreigt te worden door de ironie. Aan de orde komt ook de variant waarin het echtpaar zich laat invriezen, om eeuwen later na ontdooiing in een handomdraai van hun gebreken te worden verlost.

Het is duidelijk dat Tot de dood ons scheidt in de eerste plaats een ideeënroman is. Op inzichtelijke en geregeld buitengewoon humoristische wijze maakt Shriver duidelijk dat het minutieus en lang van tevoren plannen van je eigen einde, zeker wanneer dat in zogenaamd harmonieuze samenspraak met je levenspartner geschiedt, geen rationele beslissing is, maar een van de condition humaine losgezongen vorm van zelfbegoocheling.

Karikatuur

Helaas gaat Shrivers voornemen een duidelijke boodschap uit te dragen soms ten koste van de literaire kwaliteiten van de roman. Cyril en Kay zijn, vooral in de eerste hoofdstukken, bijna bordkartonnen figuren: verzamelingen eigenschappen, geen mensen van vlees en bloed. Vooral de dominante Cyril is bijna een karikatuur: een rechtlijnige Guardian-lezer, pro alles wat naar Labour riekt en natuurlijk een Remainer: een vriend van die verderfelijke EU.

De Brexit speelt in vrijwel alle hoofdstukken een rol van betekenis en het lijdt geen twijfel waar Shrivers sympathieën liggen. Ook corona, met zijn ‘integrale lariekoek van handgels, mondkapjes en maskers, plastic handschoenen en wegwerpjassen’, maakt telkens zijn opwachting. Neil Ferguson, epidemioloog aan het Imperial College London, ontvangt schimpscheuten die Jaap van Dissel en Marc Van Ranst bekend in de oren zullen klinken. De auteur gunt ook zichzelf een cameo-optreden: de mensen die zich laatdunkend over haar uitlaten, zijn uiteraard sukkels.

Gelukkig betoont Shriver zich op de momenten dat ze van haar zeepkist afstapt wel degelijk de begaafde auteur die we kennen uit We moeten het even over Kevin hebben en De Mandibles. En na dertien hoofdstukken zijn haar personages toch nog uitgegroeid tot levensechte figuren. Of in elk geval bijna.

null Beeld Atlas Contact
Beeld Atlas Contact

Lionel Shriver: Tot de dood ons scheidt. Uit het Engels vertaald door Karina van Santen en Marian van der Ster. Atlas Contact; 335 pagina’s; € 22,99.

Meer over