Met Ursula komt er abrupt een einde aan de Koo?s

Ze heetten allemaal Cornelis, de voorvaderen in de rechte manlijke lijn van Ursula den Tex en werden Co genoemd, Koo of Coo....

Aleid Truijens

Echte mannen waren het, hoewel in hun stand de term ‘heren’ gebruikelijker was. Machtige mannen. Ze behoorden tot de kleine kring van families die generaties lang vooraanstaande posities bezetten in het Amsterdamse stadsbestuur, de magistratuur, de handel, en in de landelijke politiek. Ze woonden in de grootste grachtenhuizen en ’s zomers ging het naar de weelderige buitens in het Gooi.

Alle Coo’s waren overtuigd liberaal. Ze studeerden vanzelfsprekend rechten. De laatste drie Coo’s waren bovendien jonkheer. Dat was te danken aan de prestaties van Koo den Tex (1824-1882), die het tot burgemeester van Amsterdam bracht en in de adelstand werd verheven. Ursula den Tex noemt haar familie ‘Amsterdamse geldaristocratie’.

Natuurlijk, vrouwen waren er ook in deze familie. Maar ze speelden geen rol in het openbare leven. Ze baarden nazaten, bestierden het personeel en brachten kapitaal en goede connecties in. Dat ging eigenlijk vanzelf. De 19de-eeuwse Amsterdamse elite kwam bijeen op diners, danspartijen, huwelijksfeesten en in Felix Meritis, het genootschap van de gegoede burgerij. Zo vonden jonge mensen vanzelf de ‘juiste’ partner.

In de loop van de negentiende eeuw groeide het fortuin van de familie Den Tex. Om alle Co’s te onderscheiden duidt de schrijfster ze aan met hun beroep. Koo ‘de burgemeester’ was de zoon van ‘de professor’, de Amsterdamse hoogleraar Den Tex (1795-1854), een sobere intellectueel. Van diens zeven kinderen was Koo de lastigste. Hij was de eerste die flink fortuin maakte, allereerst door te trouwen met een rijke vrouw. Het burgemeesterschap verhinderde hem niet om in het Duitse Ruhrgebied, waar zijn vrouw een kasteel had geërfd, met succes te investeren in de staal- en kalksteenindustrie.

Coo den Tex (1854-1907), de grootvader van de schrijfster, kreeg met recht de naam ‘de bestuurder’. Dankzij het familiekapitaal kon hij zich helemaal wijden aan talloze bestuursfuncties en commissariaten. Een netwerker die veel invloed uitoefende.

Diens zoon Co (1889- 1964) kreeg geen bijnaam van de schrijfster – hij is haar vader. Hij had ‘de militair’ kunnen heten, want hij was dol op wapens, cavalerie en marcherende regimenten. Hij trouwde met Anna baronesse Bentinck, werd burgemeester van Bloemendaal en kreeg drie dochters. Geen zoon, tot zijn spijt, zodat de rij van Co’s abrupt werd beëindigd.

De jongste, Ursula, werd geboren in 1933. Zij brak met veel familietradities. In de jaren zestig ging zij werken voor de PvdA; daarna werd ze journaliste bij Vrij Nederland. Na haar pensionering begon zij zich meer en meer te interesseren voor haar familiegeschiedenis. Ze schreef het levensverhaal van haar moeder, Anna baronesse Bentinck 1902-1989 (2003), en nu het verhaal van de vier generaties invloedrijke Den Tex-mannen. Zo werd zij, de schrijfster, de eerste vrouwelijke nazaat die ‘handelingsbekwaam’ was en in de openbaarheid trad, de hoedster van de familiegeschiedenis: ‘Vrouwen zijn niet alleen degenen die het leven doorgeven, zij zijn er in het algemeen ook beter in om het te handhaven, met weinig drama en volhardend.’ Volharding is zeker een eigenschap van déze Den Tex. Vele maanden moet zij hebben doorgebracht in het Amsterdamse Stadsarchief en de Universiteitsbibliotheek. Zij vond persoonlijke brieven, zakenbrieven, dagboeken, kinderbriefjes, officiële stukken, en vele meters dagboek van haar vader. Zo reconstrueerde zij de geschiedenis van haar familie, die sterk verweven is met de ‘grote’ geschiedenis, die van industrialisatie en (de)kolonisatie, twee wereldoorlogen en een economische crisis. Het opkomende socialisme zou goeddeels een einde maken aan bestuurlijke almacht van mannen als de Den Tex’en.

Over die grote geschiedenis en die van deze familie komen we in dit uitstekend gedocumenteerde en prettig geschreven boek veel te weten. Toch zijn de eerste hoofdstukken rommelig en verwarrend. Het ‘verhaal’ dat in de ondertitel wordt beloofd, komt niet van de grond. Dat komt misschien doordat de schrijfster veel bladzijden kwijt is aan het uitleggen wie nu wie is, en over welke bronnen ze beschikt. Daardoor lijken de eerste hoofdstukken van dit chronologisch geordende verhaal eerder op het commentaar bij bronnen. Soms wordt de inhoud van een hele doos even samengevat, ook als deze documenten ‘miniem feitelijke notities over gebeurtenissen van alledag’ bevatten. Alsof wij per se overal getuige van moeten zijn en de schrijfster ons vooral niet wil uitleveren aan haar verbeelding.

Die ordenende schrijfster zit haar verhaal aanvankelijk hinderlijk in de weg. Als lezer weet je te weinig van de ‘ik’ die je aan het werk ziet, om nieuwsgierig met haar mee te zoeken. Je weet nog niet wat de familieband voor haar betekent. Pas aan eind van het boek valt alles op zijn plaats. Naarmate we de twintigste eeuw naderen, wordt deze geschiedenis meeslepender. De personages krijgen gezichten, hebbelijkheden, een karakter. De mannen en vrouwen die de schrijfster als klein meisje aanstaarden vanaf hun schilderijen, komen tot leven.

De laatste delen zijn schitterend. Den Tex vertelt daarin over haar eigen vader. Het is een schrijnend portret, van een man die nooit werd die hij had willen zijn: een huzaar, een dapper militair, een koelbloedig leider – een ideale man volgens Kipling, zijn lievelingsschrijver. Zo dapper was hij niet. Hij was een conservatieve liberaal, die alles wat ‘rood’ was levensbedreigend achtte, maar zelf in de jaren dertig dweepte met het fascisme. Die burgemeester van Amsterdam had willen worden, maar in Bloemendaal bleef hangen, waar hij een Burgerwacht opzette. Tijdens de oorlog was hij lid van de Ordedienst – reden waarom hij twee jaar in een kamp in Sint- Michielsgestel werd vastgezet. Een lastige vader, op wie de dochter niettemin ‘verliefd’ was.

Het is jammer dat dit boek niet andersom geschreven is: beginnend bij dit portret, het spoor terugvolgend. Wel maakt het benieuwd naar het vervolg: hoe de adellijke burgemeestersdochter, opgegroeid tussen pistolen, stallen en schilderijen, zich staande hield tussen de losgeslagen meisjes en jongens van Vrij Nederland. Aleid Truijens

Meer over