InterviewKampense studententijd

Met rode oortjes langs de vrijgevochten eerste lichting van de Christelijke Kampense academie

Acrobatiekles (1980) met eerste- en tweedejaarsstudenten van de Christelijke Academie voor Woord en Gebaar in Kampen.Beeld Fotoalbum Berry van Galen

Met de nieuwe Christelijke Academie voor Expressie door Woord en Gebaar hoopte het gereformeerde Kampen op een artistieke impuls voor de geloofsbeleving. Het kreeg een wilde invasie van vrijgevochten acteurs. Een unieke generatie, naar later bleek. 

‘We moeten het nog over seks hebben!’, schatert regisseur Alize Zandwijk. ‘Over het grote bed op zolder, aan de Graafschap, hoe goed dat werd gebruikt. En hoe die dokter in Kampen mij weigerde te steriliseren.’ 

De sfeer in Almere, op maandagochtend, is uitgelaten, als bij een reünie. Op tafel liggen fotovellen uit privéalbums. Herinneringen aan de uitzonderlijke start van de Christelijke Academie voor Expressie door Woord en Gebaar vliegen over en weer. Alle geïnterviewden behoorden in 1979 tot de eerste lichting studenten van de net opgerichte christelijke academie voor dramadocenten in het gereformeerde Kampen. De een ziet ‘ontregelingsoefeningen’ tussen onthutste kerkgangers nog levendig voor zich; de ander diept ervaringen op aan met olie en stro ingesmeerde lichamen tijdens een weekendje ‘rebirth-therapie’.

Marianne Seine heeft het buitenterrein van haar theatergroep beschikbaar gesteld voor een ‘klassenfoto’. De harde kern van de startersgroep – deels nog goed bevriend – staat podiumbreed opvallend hoog aan de top. Neem de gelauwerde actrices Marieke Heebink (57) en Anneke Blok (59), met meerdere Gouden Kalveren en Theo d’Ors op hun schouw, Johanna ter Steege (58), volgens cineast Stanley Kubrick ‘de beste actrice ter wereld’, en de eigenzinnige kopstukken Paul R. Kooij (63, acteur) en Cees Debets (60, directeur van Het Nationale Theater). Plus toonaangevende makers zoals internationaal vermaard regisseur Alize Zandwijk (58) en Vis à Vis-voorvrouw Marianne Seine (58), medeoprichter van Nederlands oudste en grootste spektakeltheatergroep.

Ook anderen kwamen in de theaterwereld terecht, zij het minder op het hoofdpodium, of achter de schermen, zoals theatermaker, docent en coach Sylvia Weening (61, al vóór Kampen samen met Paul R. Kooij), poëziemakelaar en schrijfdocent Jolanda Loof (63) en trainingsacteurs Martin de Ruiter (60) en Christien Wagener (60). Er zit een ervaren CliniClown tussen: Pinie Treffers (59). En fotograaf Berry van Galen (59) regisseerde jarenlang Goede tijden, slechte tijden. Zij kon er niet bij zijn, maar mailde foto’s uit haar archief.

Gevloek

Wat bracht hen veertig jaar geleden naar het Mekka van gereformeerden, met dertig geloofsgemeenschappen, twee theologische hogescholen (een voor gereformeerden, een voor vrijgemaakten) en een christelijke kunstacademie? Heebink was pas 16 toen ze in Kampen begon. ‘Het ging slecht met mij op de christelijke middelbare school. Uit een interessetest kwam theater naar voren, maar voor de toneelschool moest je 18 zijn. Kampen mocht wel. Ik begon eigenlijk veel te jong.’ Alle auditanten werden gescreend op hun geloofsbeleving en gevraagd wat ze van plan waren in kerken met hun opleiding te doen. Seine: ‘Ik heb vast gezegd dat ik dat inspirerend vond.’ 

Blok: ‘Nadat ik was uitgeloot voor de Academie voor Expressie door Woord en Gebaar in Utrecht, las mijn moeder in de zomer een oproep voor deze nieuwe opleiding, opgericht door het Christelijk Cultureel Studiecentrum en de NCRV. Later checkten we bij elkaar wat we als religieuze visie hadden opgeschreven.’ Ter Steege: ‘Het ging er vooral om dat je niet tégen was.’

In een krantenbericht in de Nieuwe Leidsche Courant van 25 augustus 1979 sprak de kersverse academiedirecteur A.L. Vreeken zijn hoop uit om ‘met culturele bezinning op de evangelische boodschap nieuwe impulsen te brengen binnen de kerken’. Deze Lukas Vreeken was neerlandicus, liefhebber van toneel en poëzie en oud-rector van het Baudartius College in Zutphen. Hij zou de eerste en enige directeur worden. In 1986 smolten de christelijke opleidingen samen met het Zwolse conservatorium tot Hogeschool voor de Kunsten Constantijn Huygens. Die fuseerde later weer met kunsthogescholen in Enschede en Arnhem, tot Artez. In 2003 verdween de laatste kunstopleiding uit Kampen.

‘De studenten zullen in de eerste plaats in het onderwijs terecht kunnen’, zo zei Vreeken. En wat betreft de bezinning op de evangelische boodschap: het was volgens hem ‘een groot probleem, dat in de kerken het verhaal van de Bijbel, zoals het bestond voor het werd geschreven, niet volledig doorkwam.’ O ja, en studenten zouden ‘kritisch’ gemaakt worden. Dat heeft hij geweten.

De Ruiter: ‘Vreeken wilde zijn godsdienstagenda aan ons slijten.’ Seine: ‘Hij opende elke vergadering met een gedicht en gebed, hij wilde kerkelijk theater maken.’ Van al die gebeden had het jonge studentengilde snel genoeg. Tegen de Kerst was van de geveinsde devotie nog maar weinig over. Seine: ‘Tijdens een lunch op zolder hebben we zijn kerstverhaal verstoord door met krentenbollen te gooien. Hij was teleurgesteld. We maakten niet waarop hij had gehoopt.’

Debets: ‘Wij vloekten in alle improvisaties. Maar er zaten ook meisjes en jongens tussen uit Grafhorst en Staphorst. Daarom beloofden we elke ‘godverdomme’ te vervangen door ‘uiensoep’.’

Weening sputtert: ‘Ik heb ook goede gesprekken met Vreeken gevoerd.’ Kooij valt haar bij: ‘Ik heb van hem geleerd hoe ik verhalen kan vertellen.’

Theaterklas uit Kampen, groepsfoto na veertig jaar. Vanaf links: Anneke Blok, Cees Debets, Marieke Heebink, Alize Zandwijk, Marianne Seine, Sylvia Weening, Paul R. Kooij, Christien Wagener, Jolanda Loof, Martin de Ruiter, Pinie Treffers en Johanna ter Steege.Beeld Erik Smits

Kampen

De drooglegging van de polders, in de jaren vijftig en zestig, had de strategische ligging van Kampen verbeterd. De plaatselijke economie kreeg een boost door investeringen in handel en infrastructuur. Notabelen hoopten van Kampen het bruisende middelpunt van Noord-Nederland te maken. Maar de stad kreeg een klap door het vertrek van het laatste garnizoen en van de Dienst der Zuiderzeewerken, bedoeld voor inpoldering van het IJsselmeer. Die bouwdienst ging in 1971 op in Rijkswaterstaat. Teloorgang dreigde: honderden banen verdwenen, grote kazernecomplexen kwamen leeg te staan. 

Door een lobby in de landelijke politiek wist de stad protestants-christelijk hoger onderwijs binnen te halen. In 1976 een Sociale Academie: De IJsselpoort nam haar intrek in de lege Van Heutszkazerne. Twee jaar later volgde in de linkervleugel van het gebouw de Christelijke Academie voor Beeldende Kunstvorming. In 1979 begon de Academie voor Expressie door Woord en Gebaar, gevolgd door de Christelijke Academie voor Journalistiek.

Honderden, op het hoogtepunt zelfs duizenden nieuwe studenten werden ondergebracht in oude panden. Zij veranderden het straatbeeld met protestposters en opruiende graffiti. Ze botsten in het begin fel met de Kampense jeugd, conservatieve cafégangers en gelovige garnalenpellers. Zandwijk: ‘Ik werd eens achtervolgd door agressieve jongens. Foute boel, angst. Als oplossing heb ik ze een pint gegeven in een café.’ Weening: ‘Tijdens een feest werden onze lp’s en tapijten gejat. Ik eiste op hoge poten onze spullen terug. Pas later werden we min of meer vriendjes.’

Blok: ‘Onze komst moet een grote schok zijn geweest. Wij waren indringers. Als wij in de vroege ochtend thuiskwamen, zagen we aan de overkant garnalenpellers hun zakken buiten zetten. De jeugd gaf ons er de schuld van dat zij geen woonruimte konden krijgen. Terwijl wij voor 200 gulden per maand in kamertjes zonder douche in een oud belastingkantoor zaten.’

Blok beschrijft hoe het kopstation Kampen aanvoelde als het eind van de wereld: ‘Je stapte uit bij het stootblok, liep de brug over en daar stond iedere zondagavond een koor van het Leger des Heils te zingen.’ De heilsoldaten zagen de studenten komen, met hun geverfde haren en hun met vrouwentekens geborduurde jurken.

Anneke Blok (links) en Marianne Seine (rechts).Beeld Fotoalbum Anneke Blok

Anarchie

De start werd naast de geloofsclash ook gekleurd door het ontbreken van leerplannen. Debets: ‘Eigenlijk onbegrijpelijk dat die school van start kon gaan, met in elkaar geflanste onderwijsvisies en bijna geen docenten. Ze hadden gehoord: op een toneelschool leer je schermen. Dus kregen we schermles.’ Blok: ‘Het was een docentenopleiding, maar iedereen wilde spelen. Wij maakten er een toneelschool van.’ Weening: ‘We waren pioniers. We wisten: wij kunnen deze opleiding maken of breken.’

Heebink: ‘We weigerden beoordeeld te worden, eisten toegang bij voor ons verboden lerarenvergaderingen.’ Ter Steege: ‘Ik had mijn eigen stoel meegenomen, ben de vergadering binnengestapt en ben naast Vreeken gaan zitten. Ik vond mijzelf te jong voor de overgang van 2 naar 3. Alle docenten vertrokken demonstratief naar een ander lokaal. Op één na, die was solidair met mij.’

Seine: ‘Mensen werden tegen elkaar uitgespeeld.’ Zo werd de ‘vrijwillige’ deelneming aan de controversiële rebirth-therapie gestimuleerd, ‘om je spel te verbreden en grenzen te verleggen’. Docenten deden ook mee. ‘Gingen we naakt op landbouwplastic liggen om ons in te smeren met babyolie, verf en bietensap en door stro en klei te rollen. Liepen we gillend door de Theologische School. Getuigen kregen een hartverzakking.’

Ter Steege: ‘Iedereen zat aan je, om ‘samen uit een baarmoeder te glijden’. Ongelooflijk onveilig.’ Heebink en Wagener tegelijk: ‘Wij weigerden!’ Blok: ‘Ik vond die onzin heerlijk. Tijdens spellessen deden we geslachtstikkertje. Geweldig. Zou nu ondenkbaar zijn.’ Zandwijk trok tijdens een kunstacademiefeest een tampon tussen haar benen vandaan. Debets: ‘Mochten we daar de volgende keer niet meer optreden.’

Tijdens lessen agogiek werd met krantenrollen gemept en moesten studenten ‘elkaar vermoorden’ door iemand onder een deurmat ‘kapot te stampen’. Ter Steege: ‘Ik vond het een kutschool. Tot aan mijn scriptie kreeg ik te horen dat ik niet kon spelen. Gelukkig heb ik met hulp van jeugdtheatergroep Lijn Negen kunnen afstuderen.’

Op Ter Steege na gedijden anderen goed bij de anarchistische sfeer. Heebink: ‘Ik heb dat eerste jaar alles gedaan wat lelijk was. Ik woonde in een kraakpand, naast een ingestorte school, en deed acts met rozen en muziek. ‘Denk je dat dit interessant is?’, sneerde een docent. ‘Bullshit. Ik geloof je niet.’ Alles wat je moet afleren, omdat het op toneel sentimenteel is en alleen over jezelf gaat, heb ik dáár kunnen doen. Daarom stapte ik later niet meer in die valkuil.’

Debets: ‘We leerden keihard werken, niet afwachten, zelf veranderingen initiëren. En er kwamen docenten die meegingen in onze zoektocht. Enorm inspirerend.’

Kooij: ‘Onderwijs op die manier bestaat niet meer. Voor mij was Kampen enorm belangrijk, omdat je gedwongen werd na te denken en met bijzondere mensen in aanraking kwam. Daar is de kiem gelegd.’ Blok: ‘Kampen werd voor ons de gedroomde tegenspeler.’

Opening theaterseizoen Stadsgehoorzaal Kampen, 1979/1980. Vanaf links: Ruud Mooij, Tjitske Stoer, Elma van der Werf, Paul R. Kooij.Beeld Fotoalbum van Sylvia Weening en Paul R. Kooij

Ontregelingsoefeningen

Studenten kregen veelvuldig de opdracht ‘ontregelingsoefeningen’ te doen in de stad, zonder dat Kampenaren dat mochten doorhebben. In etalages staan, flauwvallen in winkels tot de ambulance kwam. Seine: ‘Tijdens een mimeact met appels op de markt gooide de man van de bloemenkraam een emmer water over ons heen.’ Treffers: ‘Ik deed een hoerige dans op een cafétafeltje, op zo’n Perzische tapijtje.’ Zandwijk: ‘In het begin waren de Kampenaren zeer, zeer tegen. Ze gooiden eieren en tomaten, stenen door ruiten.’ De Ruiter: ‘Jolanda en ik zijn opgepakt toen we ’s nachts graffiti spoten.’

Loof: ‘De burgemeester zei bij aanvang deze academie als godsgeschenk te zien. Kampen liep leeg. Hij dacht: studenten komen mooie Bijbelverhalen vertellen. Dat pakte anders uit.’ Blok: ‘We keken met grote ogen naar een huwelijksmarkt voor strenggelovigen, waar busjes met jongens en meisjes de straat in werden gereden.’ Heebink: ‘Ik woonde een kerkdienst bij waar ze hel en verdoemenis over ons preekten.’ Ter Steege: ‘We hebben daar leren vechten. Ik werd er beresterk van.’

Debets: ‘Daarom was het zo revolutionair. Alles wat we deden viel op, was uniek en kreeg betekenis, voor onszelf, voor de gemeenschap. We leerden met niets iets maken – de kern van creativiteit én ons huidige werk. En dat in een roerige tijdgeest, met kraakacties, verontrustende kunstmanifestaties, protesten tegen kernwapens, tegen Deetman. Geen woning, geen kroning.’

Kooij: ‘In Amsterdam zouden we niks zijn geweest. Sukkels. In Kampen konden we ons vrij ontwikkelen, omdat er geen referentiekader was.’ Weening: ‘Die school was van ons.’

Opening theaterseizoen Stadsgehoorzaal Kampen, 1980. Vanaf links: George Klos, Martin de Ruiter, Jolanda Loof, Ruud Mooij en Paul R. Kooij.Beeld Fotoalbum Sylvia Weening en Paul R. Kooij

Stages

Studenten mochten gratis naar de Kampense Stadsgehoorzaal. Kooij: ‘Die directeur haalde modern toneel in huis. Zagen we Theu Boermans op het podium naakt douchen. Stonden Kampenaren op met: ‘Dit wordt ons allemaal een beetje te veel.’’ 

Ook regisseerden academiestudenten het regionale amateurtheaterveld. Loof: ‘Ik heb nog Een zoen van miss Urk geregisseerd.’ Wagener: ‘Ik ook!’ Ze gaven les aan scholen, criminele jongeren en sociale werkplaatsen. Ter Steege: ‘Vroegen we ze iets mee te nemen dat ze gestolen hadden, braken ze het lokaal af.’ Weening: ‘Ik heb daar geleerd hoe met groepen te werken, pedagogisch coachen. Van kleuters tot gedetineerden. Verbeelding aan de macht.’

Er volgt aan de tafel een geanimeerde discussie over hoe ze zelf ook niet vies waren van proletarisch winkelen. Ze gristen zakken kattengrit en bergen theedoeken mee. Chocoladerepen verdwenen in jassen met ritsen. Weening: ‘De supermarkt heette nota bene Pick-Pack. Paul heeft om het goed te maken nog een appeltaart gebakken voor de kassamedewerkers.’

Een deel van de studenten was het wonen in het kille belastingkantoor zat en huurde een monumentaal pand in het centrum, aan de Graafschap. Zandwijk: ‘Daar stond dat grote bed op zolder. Dagelijkse vraag: ‘Wie slaapt vanavond boven?’ Er zijn veel morningafterpillen geslikt.’ Heebink: ‘In ons kraakpand gingen mannen ervan uit dat ze in bed zo maar tegen je aan mochten rijden. Totaal niet in orde.’

Allemaal sloten ze in Kampen vriendschappen voor het leven. Een deel maakte later furore bij Lijn Negen, het Overijsselse jeugdtheatergezelschap. Anderen gingen naar een mimeschool (Seine en Treffers), of naar de toneelschool in Arnhem, omdat ze niet docent maar acteur wilden worden (Heebink, Ter Steege, Kooij en Blok). ‘Met onze bagage en ons engagement hadden we een voorsprong op andere eerstejaars. We wisten waar spelen over ging. We waren door de modder gegaan.’ Heebink: ‘Ik heb in Kampen het vuur van het spelen ontdekt. Toen ik na vier jaar wegging, heb ik gehuild van heimwee.’ Debets: ‘Ik prijs mij gelukkig met de opleiding die wij daar mede hebben vormgegeven.’

‘’In onderstaande video zijn de geïnterviewde theatermakers met elkaar in gesprek over hun Kampense studententijd’’

Wie is wie in Kampen, 40 jaar later?

Marieke Heebink (1962), internationaal gevierd actrice, medeoprichter van De Trust (1988-1992), vanaf 1994 ensemblelid van Toneelgroep Amsterdam (nu: Internationaal Theater Amsterdam), won een Gouden Kalf (1994) en twee Theo d’Ors (beste vrouwelijke hoofdrol, 1999 en 2015)

Anneke Blok (1959), gelauwerd toneel-, televisie- en filmactrice, medeoprichter van De Trust/Theatercompagnie (1988-2008), won een Theo d’Or (beste vrouwelijke hoofdrol, 1994), een Colombina (beste vrouwelijke bijrol, 1993) en drie Gouden Kalveren (speciale juryprijs 1989, beste actrice 2008, beste vrouwelijke bijrol 2016).

Johanna ter Steege (1961), internationaal bekend toneel- en filmactrice, won de Duitse Felix Award voor haar rol in de film Spoorloos (1987), speelde de hoofdrol in de gelauwerde jeugdfilm Lilet Never Happened (2013) en is het brein achter muziektheatervoorstelling Hanna van Hendrik (2019)

Paul R. Kooij (1956), veelgevraagd toneel-, televisie- en filmacteur, speelde de boze buurman in Ja zuster, nee zuster (televisie en musical), acteerde bij onder meer Publiekstheater, Ro Theater, Noord Nederlands Toneel, Zuidelijk Toneel en in vele locatievoorstellingen

Cees Debets (1959), directeur theater van Het Nationale Theater, voorheen directeur Theater aan het Spui en zakelijk leider van jeugdtheatergezelschap Stella Den Haag, medeorganisator van Crossing Border (Festival), winnaar van de Gipsen Gymschoen (beste theaterdirecteur/-programmeur)

Alize Zandwijk (1961) regisseur in Nederland en Duitsland, artistiek leider van Ro Theater (2006-2016, maakte daar vanaf 1998 38 voorstellingen), won de Prosceniumprijs (1997), bedacht jongerenvoorstellingen bij Toneelgroep Amsterdam, vanaf 2016 Oberspielleiter bij Theater Bremen

Marianne Seine (1961), medeoprichter en artistiek kernlid van Vis à Vis (1990-nu), specialist in grootschalig buitentheater, speelde bij Dogtroep, Nationaal Trottoir Gezelschap, The Lunatics, gaf les bij Stichting De Vrolijkheid (voor mensen zonder status)

Sylvia Weening (1958), theatermaker, docent, coach, Vrijtheater Den Haag (artistiek leider vanaf 2017), HipSick Unusual Theatre (artistieke coaching vanaf 2015), Misiconi Dance Company, ministerie van Justitie en Veiligheid en Klein Rotterdams Toneel

Pinie Treffers (1959), CliniClown (vanaf 2007), volgde mimeschool in Londen en circusschool in Parijs, was twaalf jaar rondreizend straattheatermaker en circusartieste (trapeze)

Christien Wagener (1959), kleutervoorstellingen met Dr. Rossi, reisleider in Afrika en Azië, speelde rollen in tv-series als In de Vlaamsche Pot en Westenwind, (anti-agressie)trainingsacteur

Jolanda Loof (1956), schrijfcoach, theatermaker, poëziemakelaar bij Poëzielink (2017-nu), Dichter op de koffie (2018-nu), poëzieprojecten ouderen in de wijk (2016-nu)

Martin de Ruiter (1960), oprichter van Acteurs in Bedrijf (trainingsacteurs) en adviesbureau (veranderingsmanagement), docent drama Middelbaar Dienstbaar en Gezondheidszorg Onderwijs in Kampen, ontwikkelde theatersport, oprichter van Het Consulaat (2001)

Niet op de foto:

Berry van Galen (1959), fotograaf, regisseur, hoofd educatieve dienst Toneelgroep Amsterdam (1984-1992), regisseur Joop van den Ende Producties (1995-2000), regisseerde Onderweg naar morgen (Veronica) en Goede tijden slechte tijden (RTL), oprichter van Media op Maat

Andere Kampense studiegenoten: Thijs Feenstra (presentatietrainer, televisieacteur in Bureau KruislaanToen was geluk heel gewoonSportman van de Eeuw en Baantjer)Krista Exel (trainer, coach, docent communicatieve vaardigheden, trainingsacteur), Brigitte Wolthuis (grafisch vormgever, stadsdichter Kampen, winnaar Kamper Kunstprijs 2019), Mariëlle Pals (hoofd programma Nationaal Museum van Wereldculturen).

Meer over