Karlijn Kistemaker (vooraan) en bepruikte acteurs,  bij een repetitie van Missie Márquez.

InterviewKarlijn Kistemaker

Met pruiken en plaksnorren maakt Karlijn Kistemaker magisch theater van Honderd jaar eenzaamheid

Karlijn Kistemaker (vooraan) en bepruikte acteurs, bij een repetitie van Missie Márquez. Beeld Eva Roefs

In de toneelversie van de vuistdikke, magisch-realistische roman van Gabriel García Márquez duiken ook figuren uit Kistemakers’ eigen leven op.

De voorstellingenreeks Missie Márquez telt inmiddels negen delen, en elk deel begint ongeveer zo. Theatermaker Karlijn Kistemaker (34) – een rijzige Groningse met hoekige tongval en een hoofd vol witblonde krullen, komt op. Ze stelt zich voor aan het publiek en toont een verbleekte foto van een lachende man met een bril en een snor. ‘Hallo, ik ben Karlijn Kistemaker en dit is mijn oudoom Kees.’

Oudoom Kees, dat is Kees van den Broek, een oom van haar vader, die op een zolderkamertje in Zoetermeer zo’n 140 boeken vertaalde uit het Frans, Duits, Engels en Spaans. Toen Kistemaker vier jaar oud was erfde ze de royalty’s van al die vertalingen, waaronder die van Honderd jaar eenzaamheid (1967) van Gabriel García Márquez. Wereldwijd zijn er 50 miljoen exemplaren van het boek verkocht, zegt Kistemaker op toneel. Gevolgd door een flauw grap, met een vette knipoog: ‘Na cocaïne is het het grootste exportproduct van Colombia.’  

Dankzij Kees’ vertaling kon Kistemaker twee theaterstudies doen. Overal waar ze thuis kwam, trof ze het boek aan in de kast; iedereen vertelde haar hoe mooi het was. Maar zelf lukte het haar niet om het uit te lezen. Uiteindelijk werd ze op haar 26ste toch gegrepen, en raakte in de ban van een belangrijke missie: theater maken van García Márquez’ epische, vuistdikke, magisch-realistische roman. Natuurlijk kon dat niet zomaar in één avondje toneel, dus ontstond het ‘gestoorde idee’ om een twaalfdelige reeks te maken. Kistemaker: ‘Ik voelde dat ik de tijd nodig had om te zoeken naar mijn toon, naar de juiste manier om theater te maken over mijn verbintenis met het boek en de manier waarop dat mijn leven heeft veranderd.’

Per los deel van een uur behandelen Kistemaker en haar acteurs ongeveer 54 pagina’s uit het boek. Op één avond worden drie delen achter elkaar gespeeld. Met die lange zit wil ze realiseren wat García Márquez ook klaarspeelt in zijn roman: toeschouwers langzaam meevoeren naar een magisch-realistische wereld, ze erin onderdompelen, hun besef van tijd en ruimte oprekken. Voor haar werk werd Kistemaker bekroond met de Charlotte Köhlerprijs en de BNG Theaterprijs 2019.

Haar project is zonder meer wonderlijk te noemen, want alleen al even samenvatten waar Honderd jaar eenzaamheid ook alweer over gaat, valt nog niet mee. Het boek, een van de ingewikkeldste romans uit de moderne wereldliteratuur, is een kroniek van de familie Buendía, waarvan de stamvader in de jungle het stadje Macondo sticht. We volgen vervolgens de verhaallijnen van 31 personages uit vijf generaties, in niet-chronologische volgorde. Daarbij worden realistische elementen schijnbaar achteloos vermengd met magische gebeurtenissen (iemand krimpt tot formaat koektrommel, of stijgt op naar de hemel. Doden komen te pas en te onpas terug. Er wordt een kind geboren met een varkensstaart). Márquez vermengde jeugdherinneringen, nostalgie, fantasie en de bloedige geschiedenis van Colombia tot een fabelachtig en tegelijkertijd waarachtig familieverhaal.

Kistemaker: ‘Wat is echt en wat is niet echt? Bestaat dat onderscheid eigenlijk wel?’ Ze vergelijkt het met gevoelens: verliefdheid bijvoorbeeld – is dat reëel? ‘Van binnen kan het er bij mensen heel onstuimig aan toe gaan, met dromen, angsten, wanen, fantasieën en verlangens – dat is allemaal niet ‘de realiteit’, maar wel een wezenlijk onderdeel van de mens.’

Theatermaker Karlijn Kistemaker. Beeld Eva Roefs

Op de Amsterdamse regieopleiding zocht ze al naar een theaterstijl waarin die verschillende lagen samen één grote complexe puzzel zouden vormen. ‘Ik werkte in een stijl die ik zelf omschreef als ‘grootklein’: kleine dingen wilde ik op toneel enorm uitvergroten, en uitzonderlijke zaken juist op een alledaagse manier vertellen. Toen ik Márquez las besefte ik pas dat dat een bestaande stijl was: het magisch realisme.’ Grootklein, dat is typisch Márquez. Het wachten op een brief wordt bij hem een epische gebeurtenis, terwijl iemand de botten van haar dode ouders meedraagt in een linnen zak alsof dat de normaalste zaak van de wereld is.

Net als Márquez verweeft Kistemaker in haar Missie Márquez het doodgewone met het ongelooflijke, en keert ze de verhoudingen om. Ze veegt op toneel talloze personages, bestaande figuren, passages uit het boek en gebeurtenissen uit haar eigen leven bij elkaar, in een speelstijl die vaak opzettelijk grotesk is, met overdreven typetjes, pruiken, brillen en plaksnorren. Voorafgaand aan elk deel vertelt ze waar we zijn in het verhaal (‘op pagina 284 van de gebonden uitgave’), en schetst kort de situatie op dat punt (‘Vele jaren later na het opstijgen van Remedios de Schone wordt Kolonel Aureliano Buendía gekweld door de onwrikbare zekerheid, dat het een grote vergissing is geweest om de oorlog niet tot het bittere eind voort te zetten’).

En net als het publiek denkt dat de acteurs op de slechtst denkbare manier echt het boek gaan naspelen – Kistemaker noemt dat het ‘kerststalspel’ – komt er een heel ander personage op: Rita van de rechtenafdeling van uitgeverij Meulenhoff bijvoorbeeld. Sinds 2017 is er een nieuwe vertaling van Honderd jaar eenzaamheid (door Mariolein Sabarte Belacortu) en is de versie van oudoom Kees uit de handel; het juridische gesteggel daarover zien we uitvoerig terug op toneel. Of er duiken plots twee medewerkers op van het Fonds Podiumkunsten, die als heuse ‘cultuurgangsters’ rondzwaaien met neppistolen, als waren ze figuren uit het Macondo van Márquez. ‘Dat is mijn poging om magisch-realistisch theater te maken: ik speel met theatercodes en doorbreek die. We spelen een scène uit het boek na, en dan duiken er ineens figuren op uit mijn eigen leven. Echte mensen, die we tot in het absurde uitvergroten. En het publiek voelt dan hopelijk dat het overdreven is, maar dat er wel een kern van waarheid in zit.’

Met cast en crew toog Kistemaker naar Colombia, om meer over de oorsprong van en invloeden in de roman te weten te komen. Ter plaatse transformeerde actrice Sophie Höppener, qua aandacht van de lokale mannelijke populatie, haast als vanzelf in de felbegeerde Remedios de Schone uit de roman, iets dat het publiek terugzag in deel 7, 8 & 9. En zo raakten, in de beste magisch-realistische traditie, fictie en realiteit steeds verder vervlochten.

Kistemaker: ‘Plotseling dienden zich steeds vaker parallellen aan tussen het boek en mijn eigen leven, of dat van mijn acteurs.’

Karlijn Kistemaker repeteert Missie Márquez.Beeld Eva Roefs

Dat begon al met de kastanjeboom. In de tuin van het geboortehuis van Márquez staat een kastanjeboom, die een prominente rol speelt in het boek. Oudoom Kees keek vanuit zijn zolderkamer óók uit op een kastanjeboom. En er stond er een in de tuin van de familie Kistemaker in Haren. In een van de voorstellingen zegt ze daarover: ‘Soms legde mijn vader mijn hand op de kastanjeboom. ‘Hier’, zei hij, ‘voel maar: voor als je het verschil niet meer weet tussen leven en dood, tussen werkelijkheid en fantasie’.”

Is het toeval dat Kistemaker haar eigen stichting oprichtte, toen zij en de acteurs precies bij de passage waren beland waarin het dorp Macondo wordt gesticht? Of dat Höppener een rol aannam in een activistische voorstelling, op het moment dat in het boek Amaranta Ursula feministisch activist wordt in Brussel? Zo kan Kistemaker nog talloze voorbeelden noemen. Teistert een termietenplaag de familie in de roman, dan sterft haar hond bijna nadat hij een nest processierupsen heeft opgegeten. Woedt er een woeste storm in Macondo, dan blaast Ciara de schuttingen in de tuin van haar decorontwerper omver. (pagina 373: ‘De hemel verbrokkelde in een paar loeiende stormen en het noorden zond een paar orkanen die stukken van de daken rukten en muren omverbliezen.’)

En zelfs als ze er even helemaal klaar mee is, en zich op een berg in Griekenland tussen de geiten verschanst, achtervolgt het boek haar nog: de eigenaren van het natuurhuisje dat ze daar huurde bleken de oude buren van Kees in Zoetermeer.

Toen zij en haar acteurs, pre-corona, aan de laatste drie delen (pagina 350-492) van de reeks wilden beginnen, lazen ze op bladzijde 350 dit: ‘De gebeurtenissen die Macondo de genadeslag zouden geven begonnen zich al vaagjes af te tekenen.’ Kistemaker, droog: ‘Nou, dan weten wij het ondertussen wel.’

Missie Márquez – op weg naar het einde (deel 10, 11 & 12)  zou op 12 juni op het Oerol festival in première gaan. De voorstelling zou spelen bij een bushalte (‘de eindhalte’), waar dan zo nu en dan heel magisch-realistisch een bus door het decor kwam rijden. In plaats daarvan maakt Kistemaker komende week vanaf Terschelling de online-tussenaflevering Missie Márquez – Nog steeds onderweg, waarin ze wordt gefilmd terwijl ze in haar eentje in die bus rondjes over het halflege eiland rijdt. Lachend: ‘Het was natuurlijk onvermijdelijk dat het einde van dit project zich net zo oeverloos voort zou slepen als de laatste paar honderd pagina’s van het boek.’

Terwijl het nu echt tijd was om de reeks af te ronden: de bron van de royalty’s is opgedroogd, en het graf van oudoom Kees in Zoetermeer is een paar jaar geleden geruimd, niemand weet waar zijn botten nu zijn - een symbolisch einde waar Márquez om zou glimlachen.

Kistemaker had de slotdelen al geschreven, maar moet dat werk nu deels over doen. Op een verrassende manier kwam corona daarbij toch van pas. ‘Ik zat al lang aan te hikken tegen het slot, dat nogal apocalyptisch, ja bijna Bijbels is, met een grote cycloon die alles wegvaagt. Ik dacht: zoiets groots en destructiefs gaan wij natuurlijk helemaal niet meemaken.’ Totdat de wereld plotseling in een sciencefiction-film veranderde en iedereen zich in een angstig moment wel even afvroeg: is dit het einde?

Zoals de familie Buendía steeds verder van de wereld afgesneden raakt, zo moesten ook Kistemaker en haar acteurs in quarantaine (‘Al lange tijd ging niemand meer de straat op. Als het aan Fernanda had gelegen, zouden ze dat ook nooit meer doen’). Kistemaker: ‘Opeens gingen al onze gesprekken en al onze zorgen over isolatie en eenzaamheid. Als honderd jaar eenzaamheid, zo voelde het.’

Het imaginaire eiland: het Oerol festival online

Onder de noemer ‘Het imaginaire eiland’ speelt het Oerol festival zich dit jaar grotendeels online af.  Passend bij een dagelijks wisselend thema, zoals Toekomstbouwers, Blikverruimers en No Man is an Island, zijn er live voorstellingen, interactieve projecten, podcasts en zoommeetingen, maar ook programmaonderdelen die je op een zelfgekozen moment kunt kijken. Een aantal artiesten, onder wie Laura van Dolron, Dionne Verwey en Karlijn Kistemaker, maakt nieuw werk vanaf Terschelling. 'Het imaginaire eiland’ is live van 15 t/m 19 juni op oerol.nl

Meer over