ReportageLee Tow

Met Lee Towers naar The Lee Towers, met dank aan Lubach en Trump

null Beeld Erik Smits
Beeld Erik Smits

New York heeft de Trump Tower, dus waarom zou Rotterdam dan niet The Lee Towers hebben? De Volkskrant besteeg met de zanger een van twee naar hem vernoemde woontorens, met de gepaste grootstedelijke uitstraling.

Er stopt een witte Audi op de stoep aan de achterkant van The Lee Towers, en Lee Towers stapt uit. Nadat hij zijn blauwe jasje heeft aangetrokken, en zijn grijze manen heeft gefatsoeneerd, bestijgt Lee Towers aan de hand van de beheerder van The Lee Towers de trappen naar de ingang.

En dan is Lee Towers (75) in The Lee Towers (1975). Het liefst maakt hij een weergaloze entree in de naar hem genoemde torens aan het Marconiplein in Rotterdam, maar fysiek ongemak heeft zijn acceleratievermogen ietwat verzwakt. Desalniettemin hangt er een majestueuze gloed in de lobby, alles en iedereen lijkt bevroren. Zelfs de expats die hier wonen, en Lee Towers alleen van The Lee Towers kennen, begrijpen dat er sprake is van een gedenkwaardige gebeurtenis: dit is ’m dus, de goedlachse zanger die op de koperen plaquettes is te zien.

Dus vooruit, steek je buitenlandse hand maar uit, en je hebt een boks van Lee Towers te pakken. Tada!

null Beeld Erik Smits
Beeld Erik Smits

Dat de crooner in levende lijve zijn opwachting maakt tussen de betonnen kolommen, is feitelijk gezien een unicum in de geschiedenis van de universele bouwkunde. Dat valt op te tekenen uit de mond van architectuurhistoricus Paul Groenendijk. Hij schreef een voortreffelijk boek over de dwarsverbanden tussen muziek en architectuur, Sonic Architecture. Rijkelijk geïllustreerd toont het boek hoe in de muziekgeschiedenis allerhande gebouwen, flats, architecten en huizen opduiken in platenhoezen, liedjes of bandnamen. Van The Jam, LL. Cool J., Lewsberg, Johnny Griffin, Simon & Garfunkel, Ramones, Alan Parsons Project, the Nerve, Kraftwerk tot aan zangeres Ria Valk. Voor de hoes van haar ondeugende lied Vrijgezellenflat poseerde zij in een bouwsel van architect Frans van Gool.

Maar er is maar één levende zanger op aarde (en door de eeuwen heen) naar wie twee torens zijn genoemd, en die zit nu in het restaurant van het gebouw met een kopje rooibos te glimmen van trots. Je mag hem, in de geest van Paul Groenendijk, de vleesgeworden sonische architectuur noemen. Hij staat als een huis, in de vorm van twee 95 meter hoge torens, met 883 gemeubileerde woningen, begin jaren zeventig ontworpen door het vooraanstaande Amerikaanse architectenbureau Skidmore, Owing & Merril (SOM).

Wie maakt dat nou mee?, vraagt Lee Towers, die je met zijn echte naam, Leen (Huijzer), aan mag spreken. Dat hem dit zomaar is overkomen, noemt hij een voorrecht. Hoe verguld kun je zijn. We hebben het hier eigenlijk over de overtreffende trap voor een artiest. Dan moet je dus wel in die 46 jaren wat hebben opgebouwd, qua status. Even snel, op een rijtje: 48 albums, 51 keer Ahoy, talloze ambassadeurstitels en awards, huiszanger van de Rotterdamse Marathon en van Feyenoord - en ga zo maar door. Zoals we allemaal weten heeft hij al een flink borstbeeld in Ahoy, maar dit hier, The Lee Towers, is het ultieme, vindt hij. Een standbeeld kun je op een steekkarretje zetten en naar de schroot brengen, maar zo’n gebouw krijg je niet van zijn plaats.

Hallo - jongens, jongens - laten we niet vergeten dat het hem niet is komen aanwaaien, hè. Kijk, nu woont hij al een jaar of wat in een penthouse in Scheveningen, op de achtste verdieping, met 17 meter raam aan de zeekant en 17 meter raam achter, met twee grote terrassen. Je hoort hem niet klagen, als hij de zon ziet ondergaan, samen met zijn Laura, met wie hij al bijna vijftig jaar is getrouwd.

Maar als je zeg maar zijn persoonlijke bouwkundige geschiedenis naloopt, kun je vaststellen dat er nogal wat stenen in de loop der jaren zijn gestapeld. Want hij groeide op in een oud barrel in Bolnes, onder de rook van Rotterdam, in een streng christelijk nest, met een oude zieke vader in een gezin van zes kinderen. In de winter stonden de bloemen op de ramen en één keer per week ging hij in de teil. Het was amper een huis en het ging ook snel tegen de vlakte. Daarna woonde hij nog in Slikkerveer en Krimpen aan de IJssel.

Ja, maar Scheveningen hè, dat ging niet altijd goed, in bouwkundige zin. Want kijk, hij had de wind in de zeilen in de jaren tachtig. Nadat hij was ontdekt door Willem Duys in 1975 en werd gepresenteerd als de zingende Rotterdamse kraanmachinist (wat hij niet was, hij was onderhoudsmonteur), ging hij als een raket omhoog. Nu dacht hij te moeten toeslaan, nu was hij op zijn top, en in 1985 investeerde hij miljoenen in ‘Lee Towers Palace’, met onder meer een groot restaurant, bistro en een nachtclub. Een eigen gebouw dus toen al, de premature versie van The Lee Towers. Hij werd getrakteerd op de twee slechtste zomers van de eeuw en de nodige tegenslag, dus trok hij de stekker er weer uit. Wel met een scheur in zijn broek, zegt hij, doelend op het flinke financiële ongemak.

En dit hier, The Lee Towers, dat begon dus met een boksgala in Eindhoven. Je weet het wel, iedereen met een slokkie op, en hij was de uitsmijter van het gala, nog even knallen. Na het optreden kwam een man zijn kleedkamer binnen, met een warrig verhaal: Hallo, ik ben Lee, net als jij, Lee Foolen. Ik ben bezig met een gebouw, en dat wil ik naar je noemen. Pfff, dacht Lee Towers, wat moet ik daar nou weer mee, vast een grap, ik ga naar huis.

Een week later viste hij een visitekaartje uit zijn optreedsmoking, en Lee belde Lee. Hij wilde toch zeker weten dat hij niet in de maling werd genomen, of dat hij voor een karretje werd gespannen en er over zijn rug een dubieuze vastgoeddeal in elkaar werd geflanst. Er volgde een goed gesprek, in brasserie Kaat Mossel, met de projectontwikkelaars Lee Foolen en Tom Bakkers. Het zat zo, de mannen hadden het filmpje in het televisieprogramma Zondag met Lubach gezien, na de inauguratie van president Donald Trump. Daarin viel de volgende zin: ‘Jullie hebben Trump Towers. Wij hebben Lee Towers.’ Voor het tweetal het startsein om daadwerkelijk een pand naar de bebrilde troubadour te noemen. Hun oog viel op het Europoint-complex, aanvankelijk bestaande uit drie torens, dat tot 2013 werd gevuld met ambtenaren van de gemeente Rotterdam en nu werd herontwikkeld.

Lee Towers zag dat wel zitten, The Lee Towers. Als vanzelf, in ruil voor een vergoeding. Je moet voor je loopbaan het grotere verband zien, en denk ook eens aan de publicitaire waarde, je naam blijft zo in het rondzingen. En hij heeft het in de gaten gehouden, de bouw en de ontwikkeling. Ja, hij wilde toch zeker weten dat er geen huisjesmelkers actief waren, of dat zijn naam zou worden misbruikt. Ja, dat kan ook gebeuren hè. Dus toen begin 2019 een brandje uitbrak in The Lee Towers, wist iedereen hem meteen te vinden. Door vlam in de pan bij een bewoner sloeg de nieuwe sprinklerinstallatie op hol, alles werd snel verholpen. Hij zat op Curaçao en dacht schertsend: als je zelf niet wordt afgebrand, zijn het je torens wel.

Op 13 november 2019 werden The Lee Towers dan officieel geopend door Lee Towers zelf, met een groots optreden voor honderden mensen, op een groot podium in de lobby. Ja, en wat zing je dan? Dan moet er iets toepasselijks komen, om de liefde voor de hoogbouw te vieren: (Your Love Keeps Lifting Me) Higher and Higher, een cover van soulzanger Jackie Wilson.

In zijn optiek heeft The Lee Towers nu de Lee Towers-uitstraling: twee respectvolle, glamourachtige gebouwen, waar ooit ook het gemeentelijk havenbedrijf was gevestigd. Wat hij ook wel kan waarderen in The Lee Towers, dat ze net als Lee Towers een kaarsrechte indruk wekken, omdat ze per verdieping naar boven toe enkele centimeters breder zijn.

Of het een mooi gebouw is, dat weet hij niet. Laat hij het zo zeggen: met mooie gebouwen heeft hij niks. Hij is niet iemand die op vakantie gaat om gebouwen te zien. Graceland, het voormalige onderkomen van zijn held Elvis Presley, dat weet hij wel te waarderen, net als de Sagrada Familia in Barcelona, of de Sint-Pieter in Rome. Wat hij eigenlijk belangrijker vindt aan een gebouw, met name een gebouw waarin je muziek maakt, is hoe het klinkt, geluidstechnisch. Ja, daar kun je met Lee Towers wel een boom over opzetten, over gebouwen en akoestiek.

Neem nou Het Concertgebouw in Amsterdam of De Doelen in Rotterdam. Dat zijn voor een symfonieorkest droomplekken, maar voor popmuziek is het een ramp. Als hij daar staat met zijn orkest en zijn ritmesectie zijn er meer decibellen dan het gebouw aankan - een dodelijke situatie, noemt hij dat.

Daarom heeft hij in die jaren geleerd hoe je een gebouw kunt beheersen. Hoe je een gebouw akoestisch dood moet maken, met absorberende hulpmiddelen natuurlijker kunt maken. Dan kom je uiteraard uit bij zijn thuishaven, Ahoy. Dat is voor hem, na de renovatie, het summum, hoe je met de nieuwste technische middelen een gebouw naar je hand kunt zetten.

In 1984 had hij daar zijn eerste Gala of the Year, en er was sprake van een ongekende polderglamour in het calvinistische kikkerlandje. Twintig jaar lang ging hij jaarlijks naar Las Vegas, twee shows per dag bekijken, om daar inspiratie op te doen voor zijn Ahoy-shows. Hij keek zijn ogen uit bij de vele beroemde headliners, zoals Frank Sinatra, Dean Martin, Sammy Davis Jr., Paul Anka, Tom Jones, Engelbert Humperdinck en vooral Mr. Las Vegas, Wayne Newton. Met koffers vol heimelijke geluidsopnamen en stiekem gemaakte foto’s kwam hij thuis. Al die jaren is hij bezig geweest om zijn performance in Ahoy te verfijnen, om zo het gebouw en Lee Towers elkaar te laten versterken. Of zoals zijn vrouw Laura het zegt: als Leen in Ahoy staat, heeft hij veel meer uitstraling.

Platenhoezen

Naast het boek Sonic Architecture is er in het OMI in Rotterdam een tentoonstelling over architectuur en muziek gelanceerd. Auteur en samensteller Paul Groenendijk toont hier meer dan vierhonderd platenhoezen waarop de stad of een gebouw het beeld bepalen. De skyline en stadsplattegronden, bruggen en brutalistische gebouwen, ze zijn regelmatig te vinden op hoezen van uiteenlopende artiesten. Denk aan Air, Beastie Boys, The Jam, Led Zeppelin, Nas, Pink Floyd, The Streets, Wilco en Yes.

Pagina's uit het boek Sonic Architecture Beeld
Pagina's uit het boek Sonic Architecture

Lee Towers staat op, het is een goeie dag om het dakterras van The Lee Towers te bewonderen. We schuifelen vanuit het restaurant langs de Hollywood-ster, de koperen plaquettes met zijn biografie, de gouden microfoon en de pilaar waarop You Never Walk Alone valt te lezen, op naar de lift, waar eveneens een gouden microfoon is te bewonderen. Na 24 verdiepingen staat daar Lee Towers op The Lee Towers oog in oog met de skyline van Rotterdam, de stad aan zijn voeten - als in het nummer New York, New York, de ultieme ode aan de grootstedelijkheid:

Top of the list

Head of the heap

King of the hill

Na twee moppen en een fotosessie aldaar is hij weer op weg naar zijn witte Audi, en daalt hij de trappen af, ondersteund. Tenminste, dat is de bedoeling. Eerst wil een expat nog met hem op de foto, net als een familie, en de kok van het restaurant, talloze voorbijgangers krijgen nog een boks. Lee Towers verlaat niet zomaar The Lee Towers.

Paul Groenendijk: Sonic Architecture, Architectuur en muziek – plaat en hoes – hoes en plaat. 256 pagina’s. Trichis, € 24,95.

null Beeld
Meer over