Met krijgers de oorlogsverschrikkingen te lijf

Voor de kunstenaar van Cobra en Groep A’dam was er maar één manier om met de oorlog om te gaan: beelden maken.

Ze lijken op een kruising tussen middeleeuwse ridders en Japanse samoeraistrijders: de vier monumentale roestkleurige beelden – titel: Wachters – die de Japans-Amerikaanse kunstenaar Shinkichi Tajiri voor de stadsbrug in Venlo ontwierp.

Ze werden twee jaar geleden onthuld door koningin Beatrix. De sculpturen hadden, volgens de beeldhouwer, een functie als ‘hoeders van de stad’. Gisteren werd door zijn familie bekendgemaakt dat Tajiri, beeldhouwer van de Cobrabeweging, afgelopen weekeinde is overleden.

Shinkichi Tajiri werd in 1923 in Los Angeles geboren als kind van Japanse aristocratische ouders, maar verliet Amerika in 1948 uit protest tegen de manier waarop de meer dan 120 duizend Japanners in zijn vaderland tijdens de Tweede Wereldoorlog werden behandeld: ze werden als staatsvijanden beschouwd en in concentratiekampen opgesloten.

Het overkwam ook Tajiri zelf, zijn moeder, zus en broers. ‘Alleen op grond van mijn uiterlijk werd ik gediscrimineerd, geschoffeerd en gedemoniseerd.’ In een poging het concentratiekamp te kunnen verlaten, meldde hij zich aan bij het Amerikaanse leger, werd uitgezonden naar Italië, raakte daar ernstig gewond aan zijn been en verbleef vijf maanden in een ziekenhuis in Rome.

Nog in Amerika studeerde Tajiri aan het Art Institute in Chicago. Na de oorlog verhuisde hij eerst naar Parijs, waar hij in de leer ging bij Ossip Zadkine en Fernand Léger, en later naar Amsterdam. Daar sloot hij zich aan bij de kunstenaars van de Cobrabeweging.

Samen met onder anderen Karel Appel, Constant Nieuwenhuys en Corneille exposeerde hij in het Stedelijk Museum op de roemruchte tentoonstelling in 1949, die door museumdirecteur Willem Sandberg werd georganiseerd.

Hij toonde in het Stedelijk zijn eerste krijger. Tien jaar later richtte hij met zijn collega-beeldhouwers Wessel Couzijn, Carel Visser en Carel Kneulman de Groep A’dam op.

Overigens kreeg Tajiri bij het grote publiek vooral bekendheid door zijn meer abstracte werk: de meters hoge ‘knopen’, opgetrokken uit brons, gietijzer, staal en kunststof, die overal ter wereld in stadscentra verschenen.

Op Schiphol doet een van die Knopen dienst als Meeting Point voor verdwaalde reizigers. Ze staan in zekere zin los van zijn oorlogstrauma, en sluiten meer aan op de conceptuele en minimale kunst uit de jaren zestig en zeventig. Als teken van ‘de harmonie tussen eenvoud en kracht’, zoals de kunstenaar uitlegde.

Niet dat de oorlog ooit uit zijn gedachten is geweken. In de jaren negentig pakte Tajiri het onderwerp van de krijgers weer op. In totaal zou hij er tientallen maken. Met de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog als aanleiding. ‘De nachtmerries, de doden, de gewonden, ze blijven’, zei hij desgevraagd. ‘De enige manier om ermee te leven, is om beelden te maken.’

Naast beeldhouwer was Tajiri schilder, fotograaf en filmer. Zo maakte hij experimentele films: over het roken van marihuana, een ode aan het werk van zijn tweede vrouw (de Nederlandse beeldhouwster Ferdie Jansen), en pin-ups afgewisseld met beelden van Richard Nixon (Nix-on-Nixon).

Sinds 1962 woonde hij op Kasteel Scheres in Baarlo, Limburg. In 2007 werd Tajiri benoemd tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw. In dat jaar werd bij hem een tumor in de alvleesklier ontdekt, waaraan Tajiri in de nacht van zaterdag op zondag is overleden. Shinkichi Tajiri is 85 jaar geworden.

Shinkichi Tajiri (ANP)
Meer over