100 jaar Volkskrant

Met de val van het kabinet-Cals kwam een einde aan de progressieve consensus

De Volkskrant van 14 oktober 1966. Beeld
De Volkskrant van 14 oktober 1966.

Met Nederland ging het in 1966 alweer zó goed, dat een kabinet kon vallen over een begrotingstechnische kwestie waarover alleen een handjevol deskundigen iets verstandigs kon zeggen. En die deskundigen verschilden onderling ook nog eens van mening over de vraag of die begroting zou resulteren in een tekort op de betalingsbalans van 700 miljoen (gulden), 350 miljoen of slechts 26 miljoen.

Niettemin volgden vele kijkers op de televisie een onnavolgbaar debat dat pas ten einde was toen minister-president Jo Cals (KVP), vechtend tegen zijn emoties, de Kamer op de vroege ochtend van vrijdag 14 oktober meedeelde dat hij hare majesteit de koningin van het ontslag van zijn kabinet op de hoogte zou stellen.

Inzet van het debat was de deugdelijkheid van de begroting voor het jaar 1967, maar eigenlijk wilde een meerderheid van de KVP gewoon van coalitiepartner de PvdA af – daarover waren alle waarnemers het wel eens. Met dat laakbare oogmerk diende KVP-leider Norbert Schmelzer een motie in tegen het kabinet van zijn partijgenoot Cals. Daarmee voorkwam hij dat het kabinet ten val zou worden gebracht door de aanvaarding van een motie van soortgelijke strekking die de oppositionele VVD had ingediend. Eenvoudiger kon de Volkskrant het de day after ook niet maken voor haar lezers.

‘Bedelen om nieuw kabinet’

De commentator van dienst vroeg zich vertwijfeld af of de KVP zich vóór het debat, dat als de Nacht van Schmelzer zou worden geboekstaafd, wel had vergewist van de schade die ze zichzelf berokkende. ‘Ze had moeten afwegen of het twijfelachtige hoogtechnische meningsverschilletje tussen de spichtige cijfermachine van de KVP, de heer Notenboom, en de minister van Financiën de moeite waard was om tweespalt en afval voor de KVP te riskeren, om vervroegde verkiezingen met de daaraan gekoppelde slachtingen te aanvaarden en om daarna met de pen in de hand bij de VVD te gaan bedelen voor het vormen van een nieuw kabinet.’

Maar dat was slechts nevenschade van de Nacht van Schmelzer. Het ergst, volgens de Volkskrant, was dat de KVP – die op dat moment vijftig zetels in de Tweede Kamer bezette – had gebroken met de progressieve consensus die het land sinds de oorlog zoveel goeds had gebracht. ‘Een voordeel van de confessionele partijen is een tijdlang geweest, dat de conservatieve krachten daarin toch meededen aan een vooruitstrevend beleid. Daar zat inderdaad iets christelijks in, want mensen werden boven zichzelf uit geheven. Zij namen beslissingen en steunden partijen die tegen hun eigen enge belangetjes ingingen. Die tijd lijkt nu voorbij. Misschien komt het omdat door de bredere welvaart het conservatisme en het egoïsme sterker zijn geworden. De KVP ligt erdoor aan stukken.’

Daags na de val van het kabinet nam Wim Kan, een van de toenmalige grootheden van de Nederlandse kleinkunst, tijdens een optreden in de Arnhemse Stadsschouwburg alvast een voorschot op zijn oudejaarsconference van 31 december. Zo kenschetste hij Schmelzer als ‘een gladde teckel met een vette kluif in zijn bek’. Zijn toehoorders hadden er hartelijk om moeten lachen, verzekerde de correspondent die de voorstelling had bijgewoond.

In een wekelijkse serie kijken we terug op hoe de Volkskrant de afgelopen 100 jaar verslag deed van historische gebeurtenissen. Reageren? 100jaar@volkskrant.nl

Meer over