'Met alle respect - An Incovenient Truth is toch een wat saaie film'

Films over klimaat en milieu zijn een trend. Het kostte daarom weinig moeite een festival met duurzame films te organiseren....

Ze tilt een bak aardbeienplantjes uit een huurbusje, en zet ze naast een paar rollen kunstgras die vanavond een groene loper vormen. Het zijn de laatste voorbereidingen voor het eerste Duurzame Filmfestival, dat Mette te Velde (29) dit weekend in bioscoop Het Ketelhuis op het Amsterdamse Westergasterrein organiseert, met partners Ikenna Azuike en Tom van de Beek van het onlinemagazine Strawberry Earth. Vrijdagavond de opening, zaterdagmiddag gaat het door: vijftien films over klimaat en milieu, in de brede zin van het woord.

Kon je zoveel films vinden?

‘Het is echt een trend. Er is zoveel nieuw materiaal, het was een bron van inspiratie.’

Allemaal in het kielzog van Al Gore?

‘Nee, er is meer. An Inconvenient Truth is, met alle respect, toch een wat saaie film, met al die statistieken. Ik ben meer van de emotie. Er worden ook mooie, bijzondere films gemaakt over groene onderwerpen. Op het festival hebben we bijvoorbeeld Flow, over water, en Addicted to Plastic, over plastic dus. Our Daily Bread is al bijna een klassieker, maar we hebben ook een première: Encounters at the End of the World van Werner Herzog, die volgende week pas in de andere bioscopen gaat draaien. Dat is een prachtige film over wetenschappers op Antarctica. Die gaat ook over hoe ze daar werken, en niet alleen over klimaatverandering. The Garden, over inwoners van Los Angeles met een moestuin midden in de stad die op de vuist gaan met projectontwikkelaars, was genomineerd voor een Oscar.

Hoe kwam je op het idee?

‘Afgelopen winter hebben we een feest georganiseerd waarvan een groot deel van de omzet ging naar het klimaatvriendelijk maken van het café. Iedereen wist: hoe meer ik drink, hoe beter dat is voor het milieu. Meer consumeren is niet vaak de oplossing, maar in dit geval wel. Zoiets wilden we nog eens organiseren, maar dan groter. Zo kwamen we bij bioscopen uit. Het Ketelhuis steekt 100 procent van de opbrengst in het duurzaam maken van het bedrijf.’

Snel gedaan.

‘We hebben het in drie maanden uit de grond gestampt. Maar ik moet ook zeggen: iedereen was bijzonder enthousiast. De bioscoop, sponsors – we krijgen geen subsidie, dat krijg je in zo’n korte tijd nooit voor elkaar.’

Vanwaar die haast?

‘We konden het ons niet permitteren langer te wachten. We verdienen hier niets aan, we lopen privé risico, ik heb straks weer gewoon een baan voor drie dagen. Bovendien zagen we dat al die films eraan zaten te komen en dachten: dit is het moment.’

Hoe groen ben je zelf?

‘Ik had heel milieubewuste ouders. Als kind denk je: ik wil gewoon ouders met een auto en een stropdas. Maar nu begrijp ik ze. Ik heb ook geen auto, eet zoveel mogelijk biologisch. Al zal ik nooit tegen anderen zeggen dat iets niet mag. Dat moralistische van de jaren zestig heb ik minder. Je moet alternatieven bieden.’

En dus een filmfestival?

‘Het is een druppel op de gloeiende plaat, maar ik geloof erin dat je hiermee mensen kunt wakker schudden. En dat is nodig. Dat crisisgejammer nu vind ik gênant – we zijn nog steeds verschrikkelijk rijk. In Soedan heb heb je een crisis, en in Irak. Hier kun je werkloos worden, en geld verliezen. Dat is geen crisis. Zeker niet als je weet dat de echte crisis nog moet komen.’

Meer over