ProfielAngela Merkel

Merkel spéélt geen vrouw; ze is er gewoon een

Beeld Claire Merchlinsky

Nu het tijdperk Angela Merkel op zijn einde loopt, realiseert Wilma de Rek zich hoe dol ze is op de Duitse bondskanselier. Een voorpublicatie van haar bijdrage aan het boek Wij zijn Angela, dat deze week uitkomt.

Op 18 juni 2019 begon Angela Merkel te trillen. Ze droeg een lichtroze jasje en stond naast president Volodimir Zelenski van Oekraïne; het Duitse volkslied was net ingezet. Het was duidelijk geen ontroering, dat hele volkslied komt Merkel natuurlijk allang de strot uit, het was iets geheimzinnigers, en het werd steeds erger. Om de paar seconden zochten Merkels handen – normaal zo ferm in ruitvorm voor de borst geplant – elkaar paniekerig op. Die machteloos fladderende handen getuigden in stilte van de hevige strijd die zich in het binnenste van Angela Merkel afspeelde: het lichaam was aan het muiten geslagen, de geest probeerde het terug in zijn hok te slaan. Terwijl Volodimir Zelenski stoïcijns voor zich uit bleef kijken, vocht Merkel met haar kaken op elkaar geklemd tegen zichzelf, een heel volkslied lang. Het was een huiveringwekkend schouwspel.

Op het moment dat ik het zag, realiseerde ik me hoe dol ik op Angela Merkel ben. Op het bééld dat ik van Angela Merkel heb, want ik ken haar natuurlijk niet persoonlijk, ik heb me nooit speciaal in haar verdiept en ik kom zelden in Duitsland. Maar ik ben dol op Angela Merkel. En ik raakte een beetje in paniek. Niet trillen Angela, wilde ik roepen, dat past helemaal niet bij jou, straks val je nog om en dat mag niet want we hebben je veel te hard nodig. De afgelopen jaren zagen we de ene malloot na de andere de macht grijpen - Poetin, Erdogan, Trump, Bolsonaro, Orbán, Johnson. Merkel staat als nuchter contrapunt tegenover die opgepompte wereldleiders, ze is de buffer tussen ons en de waanzin; als de nood aan de man komt, zal zij ons redden.

Beeld Getty Images

Maar dan moet ze natuurlijk niet gaan trillen.

Komende week verschijnt een boek dat Wij zijn Angela heet. In werkelijkheid zijn we natuurlijk geen van allen Angela, we komen zelfs niet ook maar een béétje in haar buurt. ‘God wat zouden we ontzettend graag Angela zijn’ is misschien een betere titel, maar die klopt ook niet; ik zou er zelf bijvoorbeeld niet aan moeten denken Angela te zijn en elke dag zo’n enorm land op koers te moeten houden.

Wij bewonderen Angela, dat wel, nou ja: ik wel. Vrouwen zijn niet zulke dwepers, in tegenstelling tot mannen, die overdreven sentimenteel kunnen doen over oude popidolen, sporthelden, dingen met wielrennen of een bepaald type speelgoedtreintje. Wij doen dat tot ons 13de, daarna is het over. Maar als het om Merkel gaat word ik toch een beetje dweperig, hoewel ze zeker niet heilig is en ook stomme dingen doet – tegen het homohuwelijk stemmen bijvoorbeeld, gek wijf.

Als ik een rolmodel moest kiezen, was het Merkel. Vanwege haar intelligentie en onverschrokkenheid. Omdat ze zo’n baken van verstandigheid is. Omdat ze als kind niet van de hoge duikplank durfde. Omdat ze wars is van aanstellerij. Omdat ze promoveerde in de natuurkunde. Omdat ze zulke ongelooflijk saaie speeches durft te geven. Omdat ze overal kan slapen. Omdat ze weet dat je aardappelen moet stampen en niet mixen. Omdat ze Russisch spreekt. Omdat ze de aarde probeert te redden. Omdat ze de grenzen van haar land opengooide toen dat nodig was, en de enorme hoon die haar vervolgens overspoelde, lankmoedig onderging. Omdat ze het van onbekende politica tot onbetwiste baas van Europa schopte. Omdat ze na de scheiding van haar eerste echtgenoot alleen de wasmachine meenam. Omdat ze weet wat onvrijheid is en dus het belang van vrijheid kent. Omdat blauw haar lievelingskleur is. Omdat ze niet bang was zich via een brief in de Frankfurter Allgemeine Zeitung te ontdoen van haar mentor en beschermer Helmut Kohl nadat was gebleken dat hij smeergeld had aangenomen. Omdat ze niet bang is voor Poetin. Omdat ze niet bang is voor Trump. Omdat ze bang is voor niemand.

En omdat ze een vrouw is?

Dat is natuurlijk de grote vraag. Ik zou er het liefst een ferm ‘nee’ op antwoorden, want hoewel het verschildenken de laatste tijd weer helemaal terug is, blijf ik hardnekkig geloven dat het in een ideale wereld geen zak uitmaakt of iemand helemaal vrouw is, helemaal man of iets ertussenin; helemaal homo, helemaal hetero of iets ertussenin; helemaal wit, helemaal zwart of iets ertussenin. De meeste mensen zijn iets ergens tussenin. Iedereen die nu leeft, stamt af van een en hetzelfde lullige, kleine groepje homo sapiens dat twee- tot driehonderdduizend jaar geleden uit de Afrikaanse bomen sprong. We weten inmiddels dat ons dna voor 99,9 procent overeenkomt; dat we allemaal zijn opgetrokken uit dezelfde bouwstoffen. Het is stupide dat bepaalde politici en bepaalde actievoerders driftig blijven hameren op de verschillen tussen mensen terwijl er zoveel meer overeenkomsten zijn (dat mannen met treintjes dwepen en vrouwen niet, valt binnen die 0,1 procent verschil).

Misschien is Merkel wel vooral mijn rolmodel omdat ze een vrouw is die net zo goed een man had kunnen zijn. Omdat ze het verschil opheft.

In 2010 schreef de Amerikaanse journalist Hanna Rosin in haar beroemd geworden essay The End of Men and the Rise of Women, later uitgewerkt tot een boek, dat het gedaan was met de man en dat het tijdperk van de vrouw ging aanbreken. Vrouwen vormden in 2010 in de VS de meerderheid van de beroepsbevolking, en dat had onder meer te maken met de economische crisis van 2008; van de miljoenen mensen die daarbij hun baan kwijtraakten, was het merendeel man. Vrouwen deden het eigenlijk in alle opzichten beter dan mannen. Ze zaten minder aan de drank & drugs, pleegden minder vaak zelfmoord, waren minder misdadig, presteerden beter op school én ze domineerden in groeiende beroepsgroepen als onderwijs en zorg. Rosin signaleerde opgetogen een ‘enorme omkering in de machtsverhouding tussen mannen en vrouwen’.

Dat mannen de afgelopen eeuwen dominant waren en vrouwen ondergeschikt had, schreef Rosin, minder met biologische verschillen te maken dan met hun sociale rollen; rollen die gedurende een lange periode in de geschiedenis van de mensheid efficiënt waren. Rosin: ‘Wat als dat tijdperk nu ten einde is? Concreter, wat als de economie van het nieuwe tijdperk meer is toegesneden op vrouwen?’  

Beeld Getty Images

Vooralsnog geeft de geschiedenis Rosin gelijk. Vrouwen veroveren de wereld. Jawel, we kregen Trump en Poetin en Erdogan en Bolsonaro, maar we kregen óók Christine Lagarde als voorzitter van de Europese Centrale Bank en Ursula von der Leyen als voorzitter van de Europese Commissie; België kreeg Sophie Wilmès als premier, Oostenrijk Brigitte Bierlein, Noorwegen Erna Solbert, IJsland Katrin Jakobsdottir. Vrouwen rukken overal op en dat is goed, want ze waren veel te lang afwezig.

Maar moet de opkomst van de vrouw meteen ook maar de ondergang van de man betekenen? Willen we een wereld die mensen blíjft onderverdelen in groepen op basis van geslacht, kleur of geaardheid, en die vervolgens de ene groep dominant verklaart boven de andere? Als je opgetogen doet over ‘het tijdperk van de vrouw’, maak je dan niet dezelfde dommige denkfout als de mannen die eeuwenlang ‘het tijdperk van de man’ in stand hielden?

Angela Merkel is een van mijn rolmodellen; mijn andere rolmodel is schrijver Marguerite Yourcenar, in België geboren (1903), in Frankrijk getogen en in Amerika overleden (1987). Marguerite Yourcenar was de eerste vrouw die toetrad tot de Académie Française, in 1980, naar aanleiding waarvan de Franse literatuurcriticus Matthieu Galey haar een aantal keren interviewde – de gesprekken zijn gebundeld in het mooie boekje Les Yeux Ouverts (1981). Ze spraken over van alles en ook over het feminisme en de verschillen tussen man en vrouw. De vermeende verschillen, liever gezegd, want Yourcenar was er kort over: ‘Ik geloof dat een goede vrouw evenveel waard is als een goede man, en een intelligente vrouw evenveel als een intelligente man. Dat is een eenvoudige waarheid.’

Galey vroeg gelukkig nog even door, waarna Yourcenar haar visie op mannen en vrouwen ontvouwde die sindsdien ook de mijne is, of misschien was ze dat daarvoor ook al: ‘Er bestaan specifiek ‘vrouwelijke’ eigenschappen, die de feministen schijnen te minachten, wat overigens niet betekent dat ze altijd het deel zijn geweest van alle vrouwen: zachtheid, goedheid, fijnzinnigheid, gevoeligheid, eigenschappen die zo belangrijk zijn dat een man die er niet tenminste een klein beetje van heeft, een bruut zou zijn en geen man. En er zijn zogenaamd ‘mannelijke’ eigenschappen, wat niet betekent dat alle mannen die bezitten: moed, uithoudingsvermogen, fysieke energie, zelfbeheersing, en de vrouw die daar niet althans een beetje van heeft, is alleen maar een vaatdoek, om niet te zeggen een vod. Ik zou graag willen zien dat die elkaar aanvullende eigenschappen op gelijke wijze aan iedereen ten goede zouden komen.’

Waar Hanna Rosin mannen tegenover vrouwen zet, elke groep met zijn eigen rollen, onderscheidde Yourcenar vooral mannelijke en vrouwelijke eigenschappen. 

Het afgelopen jaar voerde ik een aantal gesprekken met oud-politicus en Rabobankier Herman Wijffels, voor het boek De gulden snede. Ook daarin ging het veel over de twee fundamentele krachten die werkzaam zijn in het universum en die in een voortdurend samenspel met elkaar alles in dat universum vormgeven. Volgens Wijffels kun je de kracht die op groei en expansie is gericht ‘masculien’ noemen en de andere kracht, die op vormgeving, conservering en begrenzing is gericht, ‘feminien’.

Beeld Getty Images

In de achterliggende eeuwen hebben de masculiene krachten overheerst; de mens is de aarde gaan ontginnen ten faveure van zichzelf. Er kwamen woningen met centrale verwarming en stromend water, er kwam onderwijs, machines namen het zware werk over; allemaal fijn. Maar in het kielzog van al die beschaving kwamen ook klimaatverandering, vervuiling, ontbossing. Volgens Herman Wijffels moeten de masculiene krachten vanaf nu dimmen en ruimte maken voor de feminiene, conserverende krachten. De aarde mag niet verder worden uitgeput maar moet worden verzorgd en gekoesterd, want zonder gezonde aarde is de mens verloren. Feminisering betekent dus niet dat vrouwen overal de boel moeten overnemen; mannen hebben net zo goed feminiene eigenschappen en/of kunnen die verder ontwikkelen.

Angela Merkel is dé verpersoonlijking van feminiene kracht. Ze is conservatief in de goede betekenis van het woord; dingen willen bewaren, koesteren, zuinig zijn op wat we hebben. Ze is niet van de strijd, maar van de consensus. Ze blaast zichzelf niet op en maakt zich niet groter dan ze is. Het gaat haar niet om ik, maar om wij. Ze is een feminien leider, wat iets heel anders is dan een vrouwtjesleider die alle trucs uit de grote vrouwentrukendoos gebruikt om haar zin te krijgen – daarvan zijn er ook genoeg, maar dat is een ander verhaal.

Ik vermoed dat haar vrouw-zijn voor Merkel nooit een rol heeft gespeeld in de wijze waarop ze haar leven en carrière vormgaf. Nadat ze in 1991 door de toenmalige Bondskanselier Helmut Kohl was benoemd tot minister voor Vrouwen- en Jeugdzaken, zei ze in interviews dat ze met het thema ‘vrouwenzaken’ weinig had; niet omdat het haar niet interesseerde, maar omdat in haar ideale wereld ‘vrouwenzaken’ niet bestaan, alleen mensenzaken.

In haar roman Outline schetst de Britse schrijver Rachel Cusk een clichébeeld van de Duitse superwomen. ‘Ze hadden geweldige banen, runden hun huishoudens als een succesvolle onderneming, gingen dagelijks naar de sportschool en waren zo dun en taai als windhonden (...) en als ze moesten wachten voor een stoplicht bleven ze op de plaats joggen totdat het op groen sprong en ze weer door konden op hun enorme witte schoenen. Hun schoenen waren het enige wat niet elegant aan ze was, en toch vormden die naar mijn idee de sleutel tot het hele mysterie van hun wezen, want alleen een vrouw zonder ijdelheid draagt dat soort schoenen.’

Merkel is bepaald niet ‘dun en taai als een windhond’ maar een vrouw zonder ijdelheid lijkt ze me wel, en ongetwijfeld speelt haar afkomst daar een rol in. Hoewel geboren in het voormalige West-Duitsland, groeide de predikantsdochter op in het voormalige Oost-Duitsland, waar haar Levi’s-spijkerbroek gold als toppunt van opstandigheid en frivoliteit. Ze is niet verpest door verschildenkers, ze is als meisje niet vervormd door de terreur van domme westerse schoonheidsidealen. Daarom draagt ze haar jasjes zoals mannen hun uniform: Merkel spéélt geen vrouw; ze is er gewoon een.

Beeld Getty Images

Is haar vrouw-zijn dan helemaal niet bepalend voor de manier waarop ze haar werk doet? Jawel; maar alleen omdat ze als vrouw in ruime mate beschikt over die eerder genoemde feminiene eigenschappen, die je overigens ook bij sommige mannen aantreft (neem onze eigen Mark Rutte, in zijn betere perioden) en waaraan de wereld momenteel behoorlijk veel behoefte heeft. Leiders met dat soort eigenschappen willen niet scoren ter meerdere eer en glorie van zichzelf, maar omdat er een bepaald resultaat bereikt moet worden – dat onderscheidt Merkel van bijvoorbeeld de Franse president Emmanuel Macron, die ook heus wel het beste voorheeft met Europa en de wereld, maar daarbij toch net iets te graag de grote keizer uithangt.

Op 18 juni 2019 begon Angela Merkel te trillen, in de weken erna trilde ze opnieuw. Het is niks ernstigs, heeft ze verzekerd, en als Merkel dat zegt dan is dat zo. Een jaar eerder had ze al aangekondigd dat ze na 2021 niet terugkeert als Bondskanselier, de functie die ze sinds 2005 bekleedt. Ook dat pleit voor haar: Merkel is geen Berlusconi, Trump of Clinton; ze weet wanneer het tijd is om te stoppen.

Maar toch. Er komen zware tijden aan. De wereld warmt op, de gletsjers smelten, de polarisatie groeit. De uitstoot van broeikassen moet terug maar het schiet niet op; in december 2019 kwamen landen tijdens de klimaattop in Madrid nauwelijks tot concrete plannen. Het wachten is op een ramp die er ook in het verwende deel van de wereld inhakt; de overstroming van New York, om maar wat te noemen, waarna men zal besluiten dat alleen een feminiene, maar strenge wereldregering de aarde nog kan redden. En dan moet Merkel aan het hoofd. Er is maar één Angela, en dat is Merkel.

Cécile Narinx in Wij zijn Angela

Achter al Merkels ‘klassiek-elegante kleurenblije blazers en donkere pakpantalons’ zit één en dezelfde vrouw: de blonde Hamburgse ontwerper Bettina Schoenbach, die een aantal Duitse televisiepersoonlijkheden kleedt. Schoenbach komt uit een textielfamilie en ging als kind al met haar ouders mee naar stoffenbeurzen en modeshows, leerde naaien in Parijs van de thans glad vergeten Madame Renata, studeerde aan het Fashion Institute of Technology in New York en werkte voor Valentino en Armani. Na twaalf jaar in de Verenigde Staten keerde ze terug in Hamburg en opende ze een winkel pal naast de boetiek van Chanel – je moet maar durven, in de geboortestad van Karl Lagerfeld. Schoenbachs filosofie over mode en stijl luidt als volgt: ‘Mode is vergankelijk, het is belangrijk om je eigen stijl te vinden en je er comfortabel in te voelen. Een outfit moet tegelijkertijd authentiek, modern-elegant en casual zijn.’ Dat van die eigen stijl vinden is meer dan gelukt bij Angela Merkel, kunnen we stellen. 

Boek Wij zijn AngelaBeeld .

Wij zijn Angela verschijnt op 5/3, aan de vooravond van Internationale Vrouwendag (8/3). Met bijdragen van Margriet Brandsma, Els Kloek, Cécile Narinx, Madelijn van den Nieuwenhuizen, Devika Partiman, Wilma de Rek, Manon Uphoff, Sophie Derkzen, Floor Houwink ten Cate en Evelien van Veen, ingeleid door Marcia Luyten. Uitgeverij Pluim; 160 pagina’s; €19,99.

Meer over