Taalgebruik!Lezerspost

Mensen willen geen deel zijn van een hoeveelheid

Volkskrantlezers vinden veel. En misschien wel het meest vinden ze iets van ons taalgebruik. Terecht? Als het om aantal en hoeveelheid gaat misschien niet.

Rogier Goetze

De dagelijkse berichten over een schrikbarende hoeveelheid nieuwe coronapatiënten baren soms ook de taalgevoelige lezer schrik. Het gaat dan om het woord ‘hoeveelheid’; sommige lezers vinden namelijk dat dat ‘aantal’ zou moeten zijn. Wat hen betreft is deze kwestie grammaticaal strak geordend: ‘aantal’ gebruik je voor telbare woorden, zoals ‘auto’ (een aantal auto’s), ‘hoeveelheid’ voor niet-telbare, zoals ‘goud’ (een hoeveelheid goud). De pijn (echt waar) ontstaat vooral daar waar het over mensen gaat. Sommige lezers lijken zich dan daadwerkelijk gekwetst te voelen: ‘Telkens als ik gezien word als deel van een hoeveelheid, voel ik me minachtend aangesproken.’

Dat ‘aantal’ niet geschikt is als je het over iets niet-telbaars hebt, lijdt geen twijfel: een zin als ‘Het aantal liefde dat ik voel is overweldigend’ zal niemand uit zijn pen krijgen. De kwestie beperkt zich dus tot dat andere woord, ‘hoeveelheid’, en de vraag of je dat inderdaad alleen mag gebruiken voor niet-telbare zaken.

Hierover blijkt tot nog toe vrij weinig geschreven. Het taalblog Taalpraat deelt de mening van onze lezers, maar probeert ook te verklaren waar het betwiste gebruik van ‘hoeveelheid’ dan vandaan komt: ‘Als het om grote aantallen gaat, zijn het gevoelsmatig niet meer de afzonderlijke eenheden die tellen, maar het grotere geheel. Misschien dat taalgebruikers daarom in sommige situaties geen probleem hebben met het gebruik van hoeveelheid.’

Dat klinkt aannemelijk. Maar zou het misschien ook kunnen dat ‘hoeveelheid + telbaar woord’ gewoon nooit fout is geweest? Dat er niet zo’n keihard onderscheid bestaat tussen ‘aantal’ en ‘hoeveelheid’? Zo is het op z’n minst opvallend dat de definitie van ‘hoeveelheid’ in de Van Dale meteen al begint met het woord ‘aantal’: ‘aantal of menigte van gelijksoortige zaken’.

Dat het woordenboek hiermee voortborduurt op wat zijn voorgangers schreven, blijkt uit een artikel in Onze Taal uit 2006. ‘De betekenis van hoeveelheid is breder dan die van aantal; dat staat al minstens een eeuw in de woordenboeken. Bijvoorbeeld in het Woordenboek der Nederlandsche Taal, dat in 1904 schreef dat hoeveelheid in de betekenis ‘aantal, menigte’ gebruikt kon worden ‘in toepassing op hetgeen zich tellen laat’.

Hard bewijs dat je ‘hoeveelheid’ niet mag combineren met telbare woorden lijkt er dus niet te zijn. Of het is goed verstopt – wie het vindt, mag zich melden.

Een lezer die al in 2017 pleitte voor het gebruik van ‘aantal’ kreeg geheel onbedoeld een trapje na van onze automatische antwoordmail: ‘Hartelijk dank voor uw reactie op onze taalrubriek. Vanwege de grote hoeveelheid reacties is het ondoenlijk om iedereen persoonlijk te antwoorden.’

Vindt u ook iets van ons taalgebruik? taal@volkskrant.nl

Lees hier alle afleveringen van alle rubrieken van de pagina Taalgebruik! uit de Volkskrant.