essay

Mensen verslinden verhalen, maar de ontlezing neemt toe. Heeft het boekenvak een revolutie nodig?

Hoera, het is Boekenweek! Dat moet gevierd, want het gaat best goed met het boek. Tegelijkertijd schrijdt de ontlezing voort en weet de branche zich niet echt te vernieuwen. Kunnen schrijvers en uitgevers niet méér doen met verhalen dan er altijd maar boeken van maken?

Wilma de Rek
null Beeld Vilain & Gai – acrobaat: Aurélie Tercier
Beeld Vilain & Gai – acrobaat: Aurélie Tercier

Oscar van Gelderen zit in het Amsterdamse café-restaurant Dauphine aan de gemberthee en somt op wat er bij uitgeverijen gebeurt wanneer een van hun auteurs een nieuw boek klaar heeft. Zijn wijs- en middelvinger wandelen door een denkbeeldig tredmolentje. ‘Aanbiedingstekst maken. Met vertegenwoordigers langs de deuren. Naar inkoopbeurzen. Vervolgens gaan de pr-mensen aan het werk. Als het meezit mag de auteur ergens op tv en daar draait hij zijn riedel af. De kijker heeft nog niks gelezen maar denkt: Eva Jinek vindt het kennelijk leuk – ik ga het maar eens kopen. Als véél kijkers dat denken, komt het boek in de Bestseller 60. Daar staat het een paar weken; daarna zakt de verkoop in. De auteur denkt: hè? Niemand heeft het meer over mijn boek! En hij begint bij de uitgeverij te klagen dat er niks gebeurt. Maar daar zijn ze allang weer bezig met het volgende boek, van een andere auteur. En zo gaat het al honderd jaar, iedereen springt steeds door hetzelfde hoepeltje. Het is één groot anachronisme.’

Zaterdag 9 april begint de 87ste Boekenweek. Tot en met 18 april wordt overal in Nederland ‘het boek gevierd’, zoals dat dan heet. Schrijvers trekken van boekhandel naar bibliotheek, lezers krijgen van hun boekhandel het Boekenweekgeschenk van Ilja Leonard Pfeijffer cadeau en na afloop van de Boekenweek zal de CPNB, het marketingbureau van het boekenvak, enthousiaste persberichten rondsturen waarin staat dat alles weer geweldig is verlopen – mede dankzij de CPNB – en dat het heel goed gaat met het boek. En het gaat ook best goed; in 2020 en 2021 werd meer gelezen dan de jaren ervoor.

Tegelijk gaat het nou ook weer niet zó goed. De ontlezing schrijdt voort (in 2006 las 65 procent van de jongeren nog weleens een boek, in 2018 40 procent). Mensen bevredigen hun aangeboren behoefte aan verhalen in toenemende mate met audio (podcasts, audiobooks) of in de vorm van series en films, via streamingdiensten als NPO Plus, Amazon, Netflix of HBO Max. Met als gevolg een verschijnsel dat je de ‘verhalenparadox’ zou kunnen noemen, waarbij je aan de ene kant een snel groeiende behoefte ziet aan leveranciers van ‘content’, oftewel aan mensen die al die series, films en podcasts van inhoud kunnen voorzien, terwijl aan de andere kant een eveneens groeiend leger schrijvers machteloos toeziet hoe de boeken, waarin ze jarenlang hun ziel en zaligheid hebben gestopt, snel na verschijning weer uit beeld verdwijnen – als ze überhaupt al in beeld komen.

Denken vanuit de maker

Oscar van Gelderen was dertig jaar uitgever. Hij bracht bestsellers uit als Judas van Astrid Holleeder en ’t Hooge Nest van Roxane van Iperen. Eind 2020 stapte hij na een conflict op bij zijn uitgeverij Lebowski, onderdeel van Overamstel, en begon opnieuw voor zichzelf. Niet als uitgever dit keer, maar als manager van schrijvers en kunstenaars, zoals Michaël Roumen sinds 2016 al doet. ‘Mensen denken vaak dat ik literair agent ben, maar wat ik doe is veel breder, een agent is toch vooral met de deal bezig. Ik werk vanuit de inhoud. Als een auteur met een idee bij me komt, kijk ik samen met hem in welke vorm dat idee het best tot zijn recht komt. Leent het zich voor een podcast? Een documentaire? Moet het een scenario worden? Of is het een boek? Want een boek kán de beste vorm zijn, maar dat hóéft dus helemaal niet.’

Noem Van Gelderen gerust een voorloper; zo ziet hij zichzelf ook. ‘Bij mijn eerste uitgeverij Vassallucci schakelden Lex Spaans en ik in 1996 buitenlandse agenten in voor de rechtenverkoop – dat deden uitgevers tot dan altijd zelf. Toen zag ik voor het eerst wat je via nevenrechten allemaal voor elkaar kunt krijgen met een boek: verfilmen, een theaterstuk maken. Maar dat boek bleef altijd de basis. In mijn nieuwe baan behartig ik álle artistieke output. Of iemand nou boeken schrijft of scenario’s, maakt mij niet uit. Ik denk dat het achterhaald is te denken vanuit het eindresultaat; je moet denken vanuit de maker.’

Is wat Van Gelderen doet niet gewoon wat de uitgever van de toekomst zou moeten doen? Leidt de verhalenparadox niet tot de conclusie dat het begrip ‘schrijver’, gezien alle ontwikkelingen, toe is aan een nieuwe definitie – namelijk: leverancier van verhalen – waarmee de definitie van uitgever automatisch verandert in die van verhalenmanager; iemand die niet alleen in boeken doet maar ook in podcasts, scenario’s en alles wat verder maar denkbaar is?

Van Gelderen: ‘Dan zit ik zonder werk, dat moeten we natuurlijk niet hebben. Maar het is een interessante vraag, ja, eentje waar ik natuurlijk zelf ook al jaren over nadenk. Voor mij staat inmiddels vast dat schrijvers uit hun schulp moeten kruipen en zich moeten realiseren dat er veel meer plekken zijn waar ze met hun tekst terechtkunnen dan alleen in dat boek. We barsten van de goeie auteurs, waarom leiden we ze niet op tot scenarioschrijvers? Dat is fijn voor de streamingdiensten én het is goed voor de schrijver, want die heeft een breder businessmodel. En neem audio, goeie audio bedoel ik, dus geen podcasts waarin een paar mensen wat met elkaar zitten te ouwewijven. Daar is helemaal geen opleiding voor. Waarom maken we die dan niet?’

Een conservatieve branche

Wat betreft de rol van de uitgever: er wordt bevlogen en hard gewerkt, zegt Van Gelderen, maar over het algemeen blijft de uitgeverij een conservatieve branche. ‘Het zou goed zijn als uitgevers gaan morrelen aan hun vaste wetten en gewoonten, want iedere markt beweegt zich altijd richting de progressiviteit. Maar ik denk dat de uitgever de slag al gemist heeft. Zoals de boekhandel de slag om de digitale lezer heeft gemist; die is gewoon helemaal door Bol.com ingepikt. Tijdens de coronapandemie zag je goed hoe wankel het allemaal is, en dat komt doordat er maar op één paard wordt gewed. Uitgeverijen bouwen weliswaar audiolabs, ze richten rechtenbureaus op en De Bezige Bij regelt lezingen via Bee Speakers. Maar dat soort activiteiten blijven altijd gerelateerd aan dat boek.

‘Bij mij niet. Als ik met Marijke Schermer praat, gaat het óók over wat ze met theater kan doen, want Schermer is een fantastische theaterschrijver. Waarom zijn er niet veel meer schrijvers die ook scenario’s of toneelstukken maken? Multitalenten hebben de toekomst, maar hun uitgever moedigt het niet aan, die denkt: als ze voor het theater gaan schrijven, maken ze geen boeken meer en wat heb ik er dan nog aan? Daarom is het logisch dat multitalenten als Schermer of Esther Gerritsen aansluiting zoeken bij Michaël Roumen en mij.’

null Beeld Vilain & Gai – acrobaat: Aurélie Tercier
Beeld Vilain & Gai – acrobaat: Aurélie Tercier

Al eeuwen in crisis

Mai Spijkers maakt twee cappuccino’s in de keuken van het mooie grachtenpand aan de Amsterdamse Herengracht waar zijn uitgeverij Prometheus is gevestigd, en denkt na over het antwoord op de vraag of de Nederlandse uitgeverij dringend aan verandering toe is. ‘Mwaaah’, zegt hij als hij weer heeft plaatsgenomen achter zijn bureau. ‘Ik zie dat niet zo. Er verandert natuurlijk wel van alles, in mijn speech voor ons jaarlijkse tuinfeest heb ik de laatste keer dat adagium uit De tijgerkat van Giuseppe Tomasi di Lampedusa nog aangehaald: als we willen dat alles blijft zoals het is, moet alles veranderen. Maar dan gaat het over kleine aanpassingen. Uitgevers die bij elkaar gaan zitten en daarna weer voor zichzelf beginnen – de fusies en ruzies zal ik maar zeggen. Maar de essentie, het mechaniek, de functie van een uitgever is volgens mij in al die jaren niet anders geworden.’

En dat gaat wat hem betreft ook de komende jaren niet gebeuren. Jawel, mensen consumeren hun verhalen in toenemende mate via andere dragers, maar of dat serieuze gevolgen heeft voor de toekomst van het boek, is de vraag. ‘Ik ben nu 67, de generatie die eerst de televisie heeft zien komen, toen de computer en nu die streamingdiensten. Het zal allemaal wel.

‘Laatst is een interessante studie verschenen bij Cornell University Press, waarin stond dat het boek sinds de uitvinding van de boekdrukkunst permanent in crisis verkeert. Van Umberto Eco is die mooie uitspraak over de vorm van het boek die niet te verbeteren is. Als de uitvinding van het boek ongeveer op het niveau zit van de uitvinding van het wiel, is Netflix zoiets als de carbidlamp. Het boek is zó sterk.’

Stilstand is er wel, beaamt Spijkers. De lezersmarkt voor romans bestaat al heel lang uit dezelfde groep. ‘Studenten, 35-plus-vrouwen en ouderen. Mannen houden op zeker moment op met lezen en beginnen er weer mee als ze wat ouder zijn. Boeken vormen geen groeimarkt, zoals telefoons, dus er is altijd sprake van verdringingsmechanismen: als er aan de ene kant van de tafel een nieuwe titel bij komt, valt er aan de andere kant van de tafel wat af. Maar uiteindelijk is een uitgever een mkb’er: mijn groentezaak moet het goed doen en voor de rest zal het allemaal wel.

‘We maken nog steeds bestsellers: van Ik ga leven van Lale Gül hebben we al 250 duizend exemplaren verkocht. En ja, het zal best zo zijn dat schrijvers hun ideeën ook prima kunnen uitwerken tot een filmscript. Maar dan moeten ze niet bij mij zijn, daar zijn anderen voor. Voor mij als uitgever blijft het boek de essentie. Iemand heeft een idee, daar maak je een mooi verzorgd product van – want dat blijft een boek nog steeds hè, uitgeven is toch een edel vak – en dat probeer je zo goed mogelijk te distribueren. Dat blijft zo. Een boek heeft iets sacraals. Mensen zullen een boek niet snel in de prullenbak flikkeren.’

Meer aanbod dan vraag

Toch worden er jaarlijks in Nederland wel degelijk ontzettend veel boeken weggegooid. Niet alleen door consumenten die een grote schoonmaak houden, maar vooral door uitgeverijen. Aan de verhalenparadox kleeft ook een duurzaamheidsprobleem: er is sprake van overproductie, het aanbod aan boeken is groter dan de vraag.

Véél groter, zegt Mathijs Suidman, directeur media van het CB in Culemborg. Het CB (voorheen Centraal Boekhuis) verzorgt de distributie van alle boeken in Nederland. Het bedrag dat uitgevers het CB betalen voor de ‘inslag, opslag en uitslag’ bedraagt ongeveer 7,5 procent van de verkoopprijs van een boek. Suidman: ‘Van de 44 miljoen algemene boeken die hier jaarlijks het pand verlaten, worden er 2 miljoen in opdracht van de uitgevers als overtollige voorraad vernietigd, en 0,7 miljoen gaan naar de ramsj.’ Dat vernietigen doet CB niet zelf, daar schakelt het afvalverwerkingsbedrijf Renewi voor in.

Het probleem is niet zozeer dat uitgevers niet kritisch genoeg zijn in wat ze uitgeven, volgens Suidman, en ook niet dat de techniek het mogelijk heeft gemaakt dat steeds meer mensen boeken in eigen beheer uitbrengen. ‘Voor de pluriformiteit en de maatschappij is het alleen maar fantastisch dat iedereen die zijn verhaal kwijt wil, daar de mogelijkheid toe heeft. Wat fout is, is dat er zo ongelooflijk veel voorraad wordt geproduceerd. In de Nederlandse boekenmarkt is sprake van een ongebreidelde overproductie.’

Deels is die overproductie te verklaren doordat voor de meeste boeken de ‘offset’-druktechniek wordt gebruikt. Suidman: ‘Er zit een ongemakkelijke trigger aan offsetproductie: als de machine eenmaal is aangezet, wordt de prijs per boek goedkoper naarmate je meer boeken laat drukken. Waardoor er vaak veel meer wordt gedrukt dan nodig is. Dat is iets wat we moeten zien te voorkomen. Via methoden als printing on demand of short print run kun je tegenwoordig gemakkelijk kleine oplagen drukken. Dat stelt uitgevers in staat hun boeken altijd leverbaar te houden, ook als ze worden verrast door een grotere vraag dan verwacht. Je kunt die methoden prima inzetten als veiligheidsventiel en zo overproductie voorkomen.’

Niemand is tegen boeken, zegt Suidman, en het duurzaamheidsaspect zal niet snel tot verhitte debatten leiden, zoals bij vlees het geval is. ‘Maar de grote, traditionele uitgevers mogen zich wel wat vaker realiseren dat bij de productie van een boek 1 kilogram aan CO2 wordt uitgestoten. Dan kun je het toch niet maken dat 6 procent van het totaal wordt weggegooid? Dat is qua uitstoot te vergelijken met tientallen miljoenen kilometers voor niks rondrijden in een benzineauto.’

Weinig nieuwe concepten

In 2001 publiceerde Suidman zelf een boek: De goudmijn van Gutenberg – Uitgeven in een nieuw tijdperk (Plataan). Hij had het boekenvak tijdelijk verruild voor een baan bij KPN en was gefascineerd geraakt door de mogelijkheden van internet, toen nog een nieuw fenomeen. ‘Content’ was net een modewoord aan het worden. Suidman schreef dat er voor uitgevers grote kansen lagen: ‘Zij beheren de inhoud en zitten dus op een goudmijn. Toch komen uitgevers nauwelijks met nieuwe uitgeefconcepten. Hun commerciële proces eindigt bij de verkoop van een boek, krant of tijdschrift. Terwijl in het nieuwe uitgeven dáár juist de exploitatie van een idee begint. Hoe kunnen uitgevers deze kansen grijpen, voordat anderen dat doen?’

Ruim twintig jaar later zijn die zinnen actueler dan ooit, constateert Suidman grijnzend: ‘Ik kan best een update maken.’ Nog altijd is de verschijning van een boek in de meeste gevallen het eindpunt. ‘Uitgevers zetten wel stappen hoor, er zijn veel initiatieven rond het audioboek; ik denk dat dat een gamechanger is. Audio is een echte, nieuwe markt: voor het eerst zie je een nieuwe groep klanten ontstaan die op nieuwe momenten een boek consumeren, door ernaar te luisteren tijdens het wandelen of in de auto. Voor uitgevers is audio lekker concreet en bovendien blijven ze met audio dicht op het boek. Theater of film: ga er maar aan staan als uitgever, dat is toch wat verder van hun bed.

‘Maar het zou goed zijn als er toch ook meer in die richting werd gedacht. In De goudmijn van Gutenberg schreef ik over ‘de beleveniseconomie’, een begrip dat is geïntroduceerd door Joseph Pine. Ik vind het altijd bijzonder dat we met algemene boeken – dus literatuur en non-fictie – nog geen 500 miljoen euro per jaar realiseren, terwijl de impact van die boeken op de economie zo ontzettend veel groter is; boeken bepalen debatten, in de media en in de huiskamers, en brengen van alles teweeg.’ Die werkelijke waarde zou de boekenbranche beter kunnen exploiteren, denkt Suidman. En dat zal wel moeten ook. ‘De groei in de boekenmarkt geeft een vertekend beeld, de ontlezing zou uitgevers zorgen moeten baren. Mijn generatie leest nog wel, maar voor na 2030 zie ik het somber in.’

null Beeld Vilain & Gai – acrobaat: Aurélie Tercier
Beeld Vilain & Gai – acrobaat: Aurélie Tercier

Tussen lezer en schrijver

Op de London Book Fair, waar deze week vrijwel alle grote uitgevers op zoek zijn naar nieuwe titels en tegelijk andere landen proberen te interesseren voor die van hun eigen auteurs, zoekt uitgever Elik Lettinga (De Arbeiderspers, Nijgh & Van Ditmar) naar de definitie van het begrip uitgever. ‘Je zou kunnen zeggen dat een uitgever in zijn allersimpelste vorm iemand is die een verbinding legt tussen een lezer en een schrijver. Uiteindelijk is dat wat je doet.’

En die verbinding leggen: moet dat niet ook op andere manieren dan via het boek, nu verhalen ook op zo veel andere manieren kunnen worden geconsumeerd? Lettinga denkt dat het zo’n vaart niet zal lopen. ‘Een boek is de kern en blijft dat ook wel, als object en houvast waarin je dingen kunt terugvinden. Toen het e-book kwam, maakte ik me ook geen al te grote zorgen, want ik kon me niet voorstellen dat mensen het papieren boek massaal zouden laten liggen. Dat gezegd hebbend: ik had net een lang gesprek met een Finse uitgeefster over audio, dat is in Scandinavië enorm groot. Ik weet niet wat dat op lange termijn voor het papieren boek betekent. Wij hebben zelf ook al een uitgever die zich helemaal met audio bezighoudt.’

Of de uitgever van de toekomst een ‘contentmanager’ is en het boek maar een van de mogelijke verschijningsvormen waarmee hij zich bezighoudt: Lettinga betwijfelt het. ‘De vraag naar content is enorm, maar boeken zijn ontzettend vaak de bron van series, films en noem maar op. Ik denk dat het boek nog heel lang de basis blijft, al moet je ‘boek’ misschien wat breder definiëren en spreken van ‘tekst’. Tekst blijft de kern van ons vak. En met die tekst kun je van alles doen, daar kun je inderdaad audio of theater of film van maken. Maar dat dóén we ook al wel. We handelen in licenties, filmbewerkingen, toneel: noem maar op.’

Nieuw, nieuw, nieuw

Lettinga is het met Mathijs Suidman eens dat in de boekenbranche sprake is van overproductie. ‘Er wordt te veel gepubliceerd. Dat vind ik al jaren – als consument dan. Als uitgever weet ik dat we in Nederland wel enige overproductie moeten hebben, omdat onze markt zo klein is. In landen als Amerika of Engeland kunnen uitgevers het zich permitteren selectiever te zijn en meer tijd steken in het maken van boeken. Maar ik denk dat lezers wel een beetje overweldigd worden door het aanbod.’

De korte cycli waarin steeds weer nieuwe boeken verschijnen en verdwijnen zijn ook Lettinga een doorn in het oog. ‘Het zou wat mij betreft allemaal wel wat minder om ‘nieuw, nieuw, nieuw’ mogen draaien. Ik heb in de uitgeverij veel hypes zien komen en gaan, vooral bij vertaalde boeken, en vaak viel zo’n boek enorm tegen als ik het in handen had.

‘De media vinden nieuwe titels heel leuk en zijn dol op debutanten. Maar lezers – dit klinkt als een cliché – willen gewoon iets goeds lezen, het beste wat ze in handen kunnen krijgen. Toen ik zelf student Engels was, maakte ik lijstjes van wat ik gelezen moest hebben, en dat waren vooral klassiekers. Dat heb ik altijd onthouden: de gedachte dat jonge mensen alleen van nieuw en hot houden en dat je lezen leuk moet maken met games of andere onzin, slaat nergens op. Jonge mensen willen een bibliotheek opbouwen.

‘Ik ben ervan overtuigd dat we met die wetenschap nog veel meer kunnen doen. Bijvoorbeeld door bij auteurs niet te hameren op wéér een nieuw boek, maar juist hun backlist – het oude werk – te recyclen. Volgens die Finse uitgeefster die ik sprak, jaagt audio de belangstelling voor ouder werk enorm aan. Dat is natuurlijk heerlijk, want dat werk ís er allemaal al! En het is ook heel duurzaam.’

Veel auteurs hebben het idee dat ze, om zichtbaar te blijven en succes te hebben, regelmatig een nieuw boek moeten schrijven. Lettinga vindt dat jammer. ‘De enige reden om een nieuw boek te schrijven is dat je iets nieuws te melden hebt, en voor elke auteur komt er een moment waarop het klaar is. Er zijn ook schrijvers die maar één boek in de vingers hebben. Steeds meer mensen noemen zich schrijver, de status is groot, maar literatuur schrijven is iets anders dan een tekst produceren. Een roman is een kunstwerk en er zijn nu eenmaal maar weinig mensen die een kunstwerk kunnen maken. Uiteindelijk kan een boek het alléén goed doen als het een soort innerlijke motor heeft. De taak van de uitgever is: beoordelen of dat het geval is. En vervolgens te bedenken hoe je die motor kunt aanzetten.’

Boekenweek

De 87ste Boekenweek, het traditionele lezersfeest in boekhandels en bibliotheken, vindt dit jaar plaats van zaterdag 9 tot en met maandag 18 april 2022. Op Boekenweek.nl staat een overzicht met alle activiteiten die boekhandels organiseren.

Op NPO 2 is van 11 t/m 15 april om 19.50 uur een reeks van vijf afleveringen van Eus’ Boekenclub te zien. Özcan Akyol ontvangt in het Burgerweeshuis in Deventer onder meer de schrijvers David Van Reybrouck, Griet Op de Beeck, Herman Koch, Esther Gerritsen en Arthur Japin. Zij gaan met de leesclub in gesprek over hun boeken.

Anders dan andere jaren is er dit jaar geen traditiegetrouwe vrijreizendag. Begin dit jaar heeft de NS vanwege het coronavirus moeten besluiten die niet door te laten gaan.