'Mensen hebben te snel vooroordelen'

In tijden van economische crisis en omtuimelende banken maakte regisseur Jason Reitman Up in the air, een film over een man die mensen ontslaat voor zijn beroep....

‘Jullie vinden het toch niet erg dat ik eerst even een foto neem?’Nog voor iemand aan tafel kan protesteren, grijnst regisseur Jason Reitman plagerig vanachter zijn iPhone. Klik. ‘Want jullie journalisten zijn er natuurlijk dol op om gefotografeerd te worden’.

Ongemakkelijk gegrinnik – al heeft dat weinig met standaard schuwheid te maken. Want wie Reitman een beetje heeft gevolgd – en dat doen journalisten – weet dat hij dit niet zomaar leuk voor zijn eigen plakboek doet. Via Twitter verspreidt hij tijdens deze perstour voor Up in the Air al taartdiagrammen waarin hij aangeeft welke vragen hij het meest krijgt (grootste taartpunt: hoe is het om te werken met George Clooney?). Joost mag weten wat hij hiermee van plan is. Het valt mee: een paar weken na de ontmoeting circuleert een filmpje op internet dat hij maakte van alle foto’s van journalisten tijdens zijn tour.

Geen filmregisseur die zo opzichtig bezig is met moderne communicatiemiddelen en dan ook nog net een film maakte die de groeiende afhankelijkheid ervan in twijfel trekt. In Up in the Air is Ryan Bingham De Nieuwe Mens. Als zakenman die zijn geld verdient door overal in Amerika mensen te ontslaan ‘voor de watjes die hun eigen personeel niet aan de kant durven te zetten’, zijn steriele vliegvelden en onpersoonlijke hotelkamers zijn thuis geworden. Maar dat dreigt in gevaar te komen als een jonge stagiaire bedenkt dat het goedkoper kan: waarom 323 dagen per jaar reizen als die gesprekken ook gewoon via een internetverbinding kunnen?

‘Die mensen die in opdracht anderen ontslaan bestaan echt. Mijn vrouw is ooit door zo’n type ontslagen. Maar die videoconferentie is mijn eigen, wrede uitvinding’, zegt Reitman. ‘Ik verwacht een percentage van de winst als ze het ooit gaan toepassen.’

Een grapje. Maar toch: zijn verhouding tot technische snufjes blijft tegenstrijdig. ‘We leven in een tijd waarin we meer dan ooit van elkaar verwijderd zijn’, zei hij nog in een persconferentie tijdens het Filmfestival in Toronto, waar de film in première ging. ‘We denken wel dat we verbonden zijn met elkaar, omdat we sms’en, chatten en mailen, maar we kijken elkaar niet meer in de ogen en hebben geen echte gesprekken. We stappen overal ter wereld uit een vliegtuig en herkennen de omgeving. Thuis is een onduidelijk begrip geworden.’

En hier is hij dan, in Londen, met zijn iPhone waarmee hij nog foto’s maakt terwijl de eerste vraag al wordt gesteld.

Het is een soort dubbelzinnigheid die klopt bij zijn films. Misschien is dat zelfs wel het geheim achter zijn succes. Reitmans films lijken misschien zoete Hollywoodverhalen, maar ze krijgen nooit een happy end en draaien rond hoofdpersonen waar Amerika – zacht gezegd – niet dol op is. Een lobbyist die werkt voor de tabaksindustrie (Thank You For Smoking). Een zwangere tiener (Juno). En in dit geval: een gladde zakenman die menselijke contacten maar lastige bagage vindt, zo vertelt hij in zijn speech over ‘rugzakjes’. ‘Hoe langzamer we bewegen, hoe eerder we sterven. Vergis je niet: bewegen is leven. Sommige dieren zijn voorbestemd om hun leven met elkaar door te brengen. Gedoemde koppeltjes, monogame zwanen. Maar wij zijn geen zwanen. Wij zijn haaien.’

Het was een speech die hij met het grootste gemak opschreef, vertelt Reitman. Want ook in hem schuilt een Ryan Bingham. ‘Kijk: ik ben 31 jaar en mijn leven is compleet. Ik ben gelukkig getrouwd, heb een dochter, ik hou van wat ik ik doe en kan dat doen op het allerhoogste niveau. En toch ben ik dol op vliegen, op het gevoel te ontsnappen. Ik sta op het vliegveld ook altijd dromerig voor het bestemmingenbord, me af te vragen hoe het is om wakker te worden in zo’n stad waar ik niets en niemand ken. Ik houd van vliegen omdat het me even afsnijdt van de wereld, omdat ik iemand in stoel 15 J misschien wel meer vertel dan mensen die ik ken.’

Up in the Air lijkt briljant getimed, zo precies midden in een financiële crisis. Toch begon Reitman zeven jaar geleden al aan de bewerking van de gelijknamige roman van Walter Kirn. Zijn film zou een satire worden over het bedrijfsleven. Reitman was een beginnende regisseur; Thank You For Smoking en Juno had hij nog niet gemaakt. Hij was nog niet getrouwd, had geen kinderen. De Amerikaanse economie zat in een groeiperiode.

En toen veranderde de wereld. Op alle drie de punten.Door de economische crisis moest zijn film wel een andere toon krijgen. ‘Ik kon ontslagen worden niet meer satirisch, met humor benaderen. Tijdens het zoeken van filmlocaties was ik in Detroit en St. Louis, plekken die zichtbaar hard geraakt zijn door de crisis, en ik dacht opeens: waarom zou ik geen echte mensen gebruiken die hun baan zijn kwijtgeraakt? En daarmee veranderden die scènes van toon.’

De mensen die George Clooney ontslaat, hebben in het echt net de zak gekregen. Honderden mensen gingen op auditie, denkend dat ze in een documentaire zouden figureren, vijfentwintig haalden de film. Hun opmerkingen en reacties lijken eerst grappig, maar worden pijnlijk.

Het is niet de enige reden dat de film een stuk mensvriendelijker is dan het boek, dat Reitman gebruikte ‘als een soort grabbelton’. In tegenstelling tot het verhaal van Kirn begint Bingham hier te twijfelen aan het grotere nut van frequent flyer miles. Invloed van vrouw en kind, erkent Reitman. ‘Eerst wilde ik gewoon een slimme komedie maken. Maar hoe meer ik schreef en zelf ook groeide, hoe meer ik erachter kwam dat het moest gaan over een man die zichzelf moet vinden. Die net zo naar een doel zoekt als mensen die hun baan hebben verloren. En zoals ik erachter kwam waar mijn leven eigenlijk om draait, zo leerde mijn karakter dat met mij.’

En toen kwam Juno. Het enorme succes van die film heeft Up in the Air eigenlijk echt mogelijk gemaakt, aldus Reitman. ‘Daardoor vertrouwden mensen erop dat ik een komedie kon maken over een man die voor zijn beroep werknemers ontslaat. Niemand heeft ooit moeilijk gedaan, ook niet over het einde. Ik kreeg het groene licht zonder lastige vragen.’ En het is ongetwijfeld ook de reden dat Clooney er vertrouwen in had – de acteur die Reitman bij het schrijven in zijn hoofd had. ‘Als je wilt dat mensen blijven kijken naar zo’n type, moet het een heel charmante man zijn. En Clooney is de meest charmante man ter wereld.’

Wat Reitman toch heeft met die weerbarstige karakters? Hoe het kan dat er op zijn cv al twee films over werk staan – niet een voor de hand liggend onderwerp in Hollywood? ‘Mensen demoniseren lobbyisten, advocaten, politici en bankiers graag. Daarom vind ik het juist weer leuk om ze te vermenselijken. Ik vind dat mensen te snel vooroordelen hebben, ze moeten wat meer open staan voor anderen.’

En die hele fascinatie voor mannen in pak heeft misschien ook wel te maken met zijn achtergrond, denkt Reitman hardop. Hij is de zoon van Ivan Reitman, de regisseur van Ghostbusters. Hij groeide op in Beverly Hills. Beschermd (‘ik had een ontzettend saaie jeugd’), en een wereld van verschil met de zakenwereld. ‘Vandaar dat ik juist fantaseerde over hoe het is om gewoon bij een bedrijf te werken. Mijn vrouw is zo’n witteboorden-type. En toen ik eens met haar meeging naar een conferentie, dacht ik: dit is de meest magische, idiote plek op aarde! Ten minste één scène – die op het bedrijfsfeest – is op die ervaring geïnspireerd.’

Niet dat hij zijn eigen achtergrond zou willen inruilen natuurlijk, hoewel hij altijd alles op eigen kracht heeft willen doen. Zijn vader durfde hij nu pas als producent aan zijn film te laten werken; zijn eerste korte film bekostigde hij door een bedrijfje in tafelkalenders op te zetten – ‘ik ben me ontzettend bewust van het vooroordeel over kinderen van beroemde regisseurs. Natuurlijk heb ik mijn vader alles wat ik doe laten zien sinds mijn eerste huiswerk, maar ik wilde elke schijn van nepotisme vermijden.’ En toch was hij bevoordeeld. ‘Ik heb me nooit zorgen hoeven maken over waar ik van zou moeten leven. Dat is comfortabel : vrij van angst en vol vertrouwen in je eigen kunnen. Ik heb nooit rommel hoeven te maken om te cashen, maar ben ook niet geïnteresseerd in rijkdom: ik wil gewoon mooie, persoonlijke films maken waar ik om herinnerd zal worden. Zoals Stanley Kubrick, of Hal Ashby. Of Alexander Payne.’

Een aantal van zijn inspiratiebronnen heeft hij inmiddels ontmoet, zoals Quentin Tarantino, Wes Anderson, Steven Soderbergh. ‘Ik zeg dan altijd: ‘Jij bent de reden dat ik films ben gaan maken. Kijken ze me vreemd aan. ‘Jij stond op de set van Ghostbusters en ik ben de reden dat je films bent gaan maken. Okay...’’

Meer over