InterviewThomas Beijer

Meesterpianist Thomas Beijer verveelt zich niet. Hij componeert, hij schrijft, hij maakt zelfs animaties. En hij is nog aardig ook

Thomas Beijer in zijn schuur in Amsterdam.  Beeld Marie Wanders
Thomas Beijer in zijn schuur in Amsterdam.Beeld Marie Wanders

Thomas Beijer (32) gelooft dat al die kunstvormen elkaar niet in de weg zitten, maar juist versterken. Al heeft ook een multitalent grenzen. ‘Beeldhouwen, daar begin ik echt niet aan.’

Dit had zo’n stuk kunnen worden over een artiest die het eindelijk echt zou gaan maken, maar wiens dromen werden geëlimineerd door het virus. Een stuk met eerst een ronkende beschrijving van de verwachte prestaties, gevolgd door dat zinnetje: ‘en toen kwam corona’. Wereld ingestort, het komt nooit meer goed, dat werk.

Hij zegt het met enige gêne – natuurlijk, corona is kut –, maar de waarheid is dat pianist, componist en schrijver Thomas Beijer (32) zich prima vermaakt in tijden van lockdown en avondklok. Sterker, hij maakt een artistieke bloeiperiode door. Thuis, in de schuur van zijn Amsterdamse benedenwoning.

Hoewel ook Beijer het afgelopen jaar zijn tegenslagen te verwerken kreeg. Dit voorjaar zou hij debuteren in Meesterpianisten, de concertserie in het Amsterdamse Concertgebouw waar alleen de groten der aarde voor werden uitgenodigd. Zijn naam zou tussen die van Martha Argerich en Aldo Ciccolini worden bijgeschreven, maar Meesterpianisten ging failliet (corona gaf het laatste zetje). Doei springplank naar internationaal pianistensucces, hallo tijd om te scheppen.

Thomas Beijer: ‘Ik kan moeilijk na een concert zeggen: ja, sorry, ik heb slecht gespeeld, want ik was vannacht een aardappel aan het tekenen.’ Beeld Marie Wanders
Thomas Beijer: ‘Ik kan moeilijk na een concert zeggen: ja, sorry, ik heb slecht gespeeld, want ik was vannacht een aardappel aan het tekenen.’Beeld Marie Wanders

Want dat doet Thomas Beijer volop, in die schuur, waar de klep van zijn Bechstein-vleugel uit 1972 niet open kan omdat er kilo’s aan partituren op liggen. Hij componeert er liederen, een pianoconcert. In juni nam hij met sopraan Laetitia Gerards zijn vijfdelige lockdownliedcyclus A Lock Without a Key op, in opdracht van Pynarello bewerkte hij het stuk al voor strijkorkest. Hij schrijft een novelle (sciencefiction, of een parodie daarop: een monoloog van een buitenaardse socioloog) én een essaybundel over muziek. De laatste verschijnt komend najaar bij Prometheus.

Ondertussen volgen Beijers Facebookvrienden zijn stormachtige ontwikkeling als illustrator en maker van tekenfilms onder de noemer Potatic Cinema, waarin de hoofdrollen zijn ingeruimd voor wandelende aardappelen.

In al die dingen is Thomas Beijer ook nog eens heel goed.

Zoveel talent verenigd in één persoon: het zou jaloersmakend, bloedirritant zijn als die persoon niet zo aardig was. Beijer – basstem, baard, een masker van milde ironie – ontvangt zijn bezoek met een voortreffelijke tajine. Koken kan hij dus ook al, de alleskunner-kunstenaar.

‘Beeldhouwen’, zegt hij, leunend tegen de deurpost van de schuur where the magic happens, ‘daar ga ik niet aan beginnen. Dan is het einde zoek.’ Hij neemt een trekje van zijn elektronische sigaret. ‘Ik waak ervoor dat ik niet alles een beetje doe. Koken is iets waar ik veel van houd, maar ik kan het me niet permitteren daar heel veel energie in te steken. Voor ik het weet, loop ik de hele dag op de markt.’

Hoe doe je dat, niet alles een beetje doen?

‘Ik probeer het af te bakenen. Als ik over een paar dagen een recital heb waarbij ik alles uit mijn hoofd moet spelen, dan ga ik niet ’s avonds nog schrijven. Het moet niet te veel door elkaar lopen. Dus ik kijk in mijn agenda en zeg: dan een schrijfdag, dan een componeerdag, dan een studeerdag. Anders word ik schizofreen.’

Kun je op het niveau dat je nastreeft een dag niet piano spelen?

‘Als ik het goed plan wel. De piano niet aanraken kan ook voordelen hebben: je kunt een stuk laten rijpen in je hoofd. Een voor mij nieuw stuk laat ik daar graag even liggen. Maar het komt sporadischer voor dan wekelijks. Op een schrijfdag speel ik toch voor mijn plezier tussendoor een sonate van Scarlatti, maar het is niet dat ik dan ook zes uur studeer. Als er een concert aan zit te komen, doe ik dat wel. En dat was voor corona toch vrij vaak het geval.’

Zes uur?

‘Ook wel eens langer, tien uur. Ik hou ervan mezelf te verliezen. Vergeten om te eten, dat ik ’s avonds denk: goh, nog niet gegeten, niet aan gedacht. Daar word ik gelukkig van.’

Hoe serieus zijn je aspiraties als illustrator?

‘Tekenen is iets voor erbij. Ik heb het altijd gedaan. Mijn moeder en haar vriend zijn beeldend kunstenaar, ik wilde dat ook zijn, wilde naar de Rietveld Academie. Dat werd dus het conservatorium. Ach. Ik werk vooral op de iPad, je hebt tegenwoordig geweldige programma’s. Je kunt je penselen, potloden, de dikte van de inkt minutieus afstellen: je hebt duizend schuifjes, je kan echt alles.

‘Aardappel in het Palais Garnier’, door Thomas Beijer Beeld Thomas Beijer
‘Aardappel in het Palais Garnier’, door Thomas BeijerBeeld Thomas Beijer

‘Met zo’n filmpje kan ik een paar weken bezig zijn. Soms krijg ik een aanval en ga ik twee nachten achter elkaar door. Het scheelt dat ik weinig slaap nodig heb. Vijf uur is op zich oké, maar het heeft natuurlijk wel consequenties. Ik kan moeilijk na een concert zeggen: ja, sorry, ik heb slecht gespeeld, want ik was vannacht een aardappel aan het tekenen.’

Heb je weleens het gevoel dat het ene ten koste gaat van het ander?

‘Niet ten koste. Als ik al mijn energie in pianospelen had gestoken, had ik meer concerten. Zou ik de tijd die ik in het schrijven steek in pr stoppen, dan zou ik misschien een dik platencontract hebben. Maar het is niet voor niets dat ik dat niet gedaan heb. Ik zou er niet gelukkig van worden als ik elke avond een rokkostuum zou aantrekken om het Tweede pianoconcert van Rachmaninov te spelen. Ik wil dat óók doen. Ik denk dat alles wat ik doe op artistiek gebied elkaar versterkt. Ik ben er echt van overtuigd dat je beter pianospeelt als je af en toe een boek leest.’

Hoezo?

‘Omdat er dan kruisbestuiving optreedt qua inspiratie en voorstellingsvermogen. Kunst is communicatie op het hoogste niveau, of zou dat moeten zijn. Literatuur, beeldende kunst, muziek: het is hetzelfde vat, alleen de kraan is anders.’

Wat zijn je ambities als pianist?

‘Ik wil meer recitals spelen, allerlei gekke stukken kunnen programmeren. Dus niet alleen die Tweede van Rachmaninov, maar ook het Tweede pianoconcert van Frank Martin. Als ik Amerikaan was, hoefde ik Amerika niet uit, want Amerika is vrij groot. Nederland is klein, ik heb hier bijna overal weleens gespeeld. Als je elk seizoen op dezelfde plekken komt, is het op een gegeven moment op.’

Wat voor musicus is Thomas Beijer?

‘Ik denk dat je aan mijn repertoirekeuzen kan zien dat ik wel breed georiënteerd ben. Ik speel net zo graag Iberia (van Isaac Albéniz, red.) als het Schumann-concert. Ik probeer precies te zijn met de partituur, maar dat wil niet zeggen dat ik de tekst zie als een recept dat goed uitpakt als je alles doet wat er staat. In een recept staan ook een heleboel dingen niet. Ik wil als uitvoerder dat de spanningsboog klopt, en hoe je die aanbrengt, staat nou juist niet uitgelegd.’

Collega’s van je prijzen je analytische blik.

‘Analytisch? O. Ik vind dat ik een stuk moet kunnen ontleden, maar het is niet mijn bedoeling om de luisteraar een bouwtekening in zijn gezicht te douwen. Je wilt meegenomen worden. Althans, dat wil ik als ik luisteraar. Ik wil niet aan een stuk kunnen ontkomen. Dat gebeurt helaas lang niet altijd in de concertzaal. Soms denk ik: nou, je hebt alle noten nu wel ongeveer gespeeld.’

En hoe klinkt je eigen muziek?

‘Ik denk dat de kleinere vormen van nature beter bij mij passen: liever een lied of een kort verhaal dan een symfonie of epische familieroman. Je hoort denk ik wel dat ik van Poulenc houd, maar precies de reden dat ik zo van Poulenc houd, is dat je ook bij hem zoveel muzikale invloeden hoort. Als je mijn muziek wilt afkraken, kun je zeggen: ze klinkt als een eclectische lappendeken. Het persoonlijke zit er natuurlijk in welke elementen je toelaat.’

We draaien de opname van A Lock Without a Key, opgenomen door Avrotros en op YouTube te beluisteren. Ook de Engelstalige teksten zijn van Beijer. Het eerste lied, Dedigitise Now, begint onheilspellend. ‘Maar ik vind het dan wel heel leuk om op een woord als ‘fiber-optic cables’ iets heel lyrisch te doen. Een internetkabel, haha.’ Even verderop: ‘Het woord ‘zeekomkommer’ moest er ook gewoon in.’

Schuur is eigenlijk niet het goede woord om de ruimte te omschrijven waarin we ons bevinden. Noem het een antiquariaat vol boeken en ingelijste vlinders. Onlangs viel Beijers oog op een hamerkopvleermuis op sterk water – toch maar niet gekocht. Op de grond ligt een exemplaar van Dantes De goddelijke komedie, in de woonkamer lag er ook al een, alsof-ie het erom doet. ‘Nee, hoor. Van James Joyce’ Dubliners heb ik dertien uitgaven, dat is het enige wat ik verzamel.’ Alles gelezen? ‘Nee, er zijn genoeg boeken waarbij ik na twintig bladzijden denk: nou, doei! Die boeken dempen gewoon goed als ik pianospeel.’

‘Parisian Potato Blues II’, door Thomas Beijer. Beeld Thomas Beijer
‘Parisian Potato Blues II’, door Thomas Beijer.Beeld Thomas Beijer

Als romancier debuteerde Beijer in 2017 met Geen jalapeños, een boek over drie vrienden die hun verwachtingen van het leven moeten bijstellen. Het boek is alleen nog tweedehands verkrijgbaar. Beijer is daar niet rouwig om. Te melig, achteraf gezien, de personages zijn te veel doorgeslagen in hun nihilisme, meent de auteur. ‘Het scheert langs thema’s en vraagstukken zonder dat ik er diep genoeg op inga. Het lijkt alsof die vrienden echt alleen maar aan het ouwehoeren zijn, en er niks onder ligt. Terwijl je moet voelen dat er olifanten in de kamer zijn. Die heb ik niet genoeg voelbaar gemaakt.

Toch is hij blij dat hij het heeft uitgebracht. ‘Als ik het in de la had gestopt, zou ik er nooit meer zoveel over nagedacht hebben. Bovendien: ik heb niet de illusie dat ik ooit iets zal maken waarvan ik op het moment van verschijnen zal denken: hier sta ik 100 procent achter en dat zal ik mijn hele leven blijven vinden. Ik denk dat dat er niet in zit.’

Volgende week donderdag (4/2) om 20.30 uur speelt Thomas Beijer in de Empty Concertgebouw Sessions, gratis te zien via de website en sociale media van het Concertgebouw in Amsterdam.

Geen jalapeños

Thomas Beijer werd in 1988 geboren in Haarlem. Hij studeerde piano bij Jan Wijn aan het Conservatorium van Amsterdam en kreeg compositieles van Elmer Schönberger. Hij maakte negen albums, kamermuziekprojecten inbegrepen. Zijn eigen favoriet is Music for the Mourning Spirit (2017), met werk van Maurice Ravel, Rudolf Escher en Frank Martin. In dat jaar verscheen ook zijn roman Geen jalapeños. Naast musicus, schrijver, componist en tekenaar is hij artistiek directeur van de Young Pianist Foundation.

Lees verder

‘Naar Meesterpianisten’ gaan was iets anders dan ‘naar het Concertgebouw’ gaan. De concertserie bood decennia alleen de hoogst mogelijke kwaliteit op pianogebied. En nu gaat dit illustere instituut ten onder.

Pianisten Nino Gvetadze, Hannes Minnaar en Nicolas van Poucke namen dit vorig jaar alle drie muziek van Robert Schumann op. Wat is er zo goed aan Schumann?

'Danse macabre', door Thomas Beijer Beeld Thomas Beijer
'Danse macabre', door Thomas BeijerBeeld Thomas Beijer
Meer over