Review

Meer vragen over de relatie tussen mens en water vallen amper te stellen

Pieter van den Blink
null Beeld .
Beeld .

Water. Of we het nu wetenschappelijk benaderen of intuïtief, water laat zich niet ontraadselen. Waarom gedraagt het zich scheikundig anders dan vrijwel alle andere vloeistoffen? Waarom speelt het een rol in zoveel rituelen en religies? 'Water', schrijft filosoof René ten Bos, 'laat zich niet opsluiten door een gedicht, een mythe, maar ook niet door de wetenschap.'

Zijn geschiedenis van de relatie tussen mens en water noemt Ten Bos 'geofilosofisch': rekening houdend met de invloed van onze omgeving op hoe wij denken. Ten Bos is verbonden aan de Nijmeegse Radboud Universiteit. Geofilosofisch zou dus de invloed van het Waalwater op dit boek moeten kunnen worden aangetoond. Een voorzet: de Waal is een kronkelige rivier.

De consequenties van zo'n benadering vallen moeilijk te overschatten. Democratie en industriële vooruitgang zijn voorbeelden van verschijnselen die, volgens Ten Bos, alleen konden ontstaan in de buurt van water.

Ten Bos begint zijn geschiedenis zes eeuwen voor Christus bij Thales van Milete en eindigt in het heden, bij Peter Sloterdijk en Michel Serres. Ook Herman Melville, Hans Faverey en vele anderen tonen ons, dankzij Ten Bos, hun opvattingen over water, vooral zeewater. Niet alleen 'natte' denkers, degenen die liefde en aandacht voor het water hebben, worden aangehaald, ook een waterhater als Plato. En God, een groot watermanager.

Vermetel en kronkelig

Vermetel en kronkelig is deze historische rondvaart. Vermetel, omdat Ten Bos natuurlijk riskeert te verdrinken, de lezer meesleurend, in de immense hoeveelheid filosofie, poëzie, wetenschap, geschiedenis en anekdotiek die over water valt aan te halen. En dan beperkt hij zich nog tot de westerse bronnen. Maar verdrinken gebeurt niet, doordat hij steeds weet over te brengen dat elk van ons zich permanent dient te verhouden tot het water: om ons mee in leven te houden, om ons in te begeven als duiker of schipper of om bang voor te zijn omdat het ons kan des-oriënteren of verzwelgen. En kronkelig, omdat van begin af aan wel duidelijk is dat Ten Bos ergens naartoe wil, maar niet direct wáárheen precies. Zijn boek leest als een aantal uitgeschreven colleges, de begeestering spat ervan af als de professor zich laat meeslepen door zijn eigen betoog, niet bang om af en toe een wild idee uit te proberen. Dan let je niet op een wending meer of minder. Als Ten Bos bijvoorbeeld wil vertellen over de kwestie eigendomsclaims op zee neemt hij de werken van Hugo de Groot (1583-1645) en Carl Schmitt (1888-1985) als uitgangspunt. Daar zit al veel tussen, maar eerst gaat Ten Bos nog even terug naar de visserij in de vijfde eeuw voor Christus. Plato's tijd kende geen eigendomsclaims op zee, maar toch wil Ten Bos kwijt dat er wel beperkingen golden voor de visserij (die mocht geen goedjes in het water gooien om de vissen te verdoven). Dat lijkt een ecologische maatregel maar was het niet; Plato vond eenvoudig dat de vissen een eerlijke kans moesten hebben. Dan pas keert Ten Bos terug naar zijn betoog over De Groot en Schmitt. Soms spreekt hij zichzelf tegen. Is het nu het 'wereldkapitalisme' dat van Engeland een maritieme natie maakte of heeft Engelands maritieme zijnswijze het wereldkapitalisme in gang gezet? Maar dat zijn kanttekeningen bij een verder prachtig boek.

Aan het eind van zijn historische reis blijkt waar Ten Bos heen wilde: een krachtige waarschuwing over de toestand waarin het (zee-)water verkeert. Zijn overzicht mondt uit in een aansporing aan ons allen om beter over het water na te denken en er beter voor te zorgen.

Meer over