Media Jakarta voeren campagne tegen Westen

In Indonesië groeit de woede over Australië en de VN-vredesmacht die naar Oost-Timor gaat. Veel media voeren een georkestreerde campagne tegen de 'westerse inmenging in binnenlandse aangelegenheden'....

Vanuit westers perspectief lijkt de Timorese kwestie eenvoudig. Pro-Indonesische milities, getraind en geholpen door het Indonesische leger, draaien volledig door na de massale uitspraak van de Timorese bevolking voor onafhankelijkheid. Het Indonesische leger is niet in staat of weigert daar een einde aan te maken. De wereld kijkt vol afschuw toe.

Interventie door een VN-vredesmacht wordt gezien als de enige manier om een einde aan het drama te maken. De druk op Indonesië wordt opgevoerd en het land gaat door de knieën. Australië is als zuiderbuur de meest voor de hand liggende kandidaat voor de leiding van de missie. Als het leger de milities niet meer steunt, blijft er een troep straatvechters over, die simpelweg kan worden ontwapend.

Was het maar waar. 'Van buiten lijkt dit een normaal land. Maar dat is het niet. Het Westen begrijpt niet wat er aan de hand is en moet oppassen om ons voortdurend verder in een hoek te duwen', zegt de vooraanstaande Indonesische journaliste Desi Anwar.

Om economisch enigszins op de been te blijven is het land afhankelijk van buitenlandse steun. Die wordt gegeven maar wel gekoppeld aan verregaane eisen om de corrupte inboedel op te ruimen.

Politiek lijkt het land op weg naar democratie. Maar overal breken onlusten uit, en de politieke partijen en hun leiders zijn zwak en onervaren. Niet een van hen is in staat zonder steun van het leger te regeren. De militairen kijken met lede ogen toe hoe er aan hun macht wordt geknaagd en hoe het land afglijdt naar chaos. Hun ergernis over de voortdurende binnen- en buitenlandse kritiek wegens schending van mensenrechten neemt met de dag toe.

'Natuurlijk is hier van alles mis. Maar door daar voortdurend op te hameren, krijgen de Indonesiërs het gevoel dat iedereen hen haat. De mensen zijn al straatarm. Het enige wat ze nog hebben is hun trots. Als je die ook wegneemt, kan de bom barsten', zegt Anwar.

Het Indonesische leger maakt daar handig gebruik van. Anwar weet daar alles van. Zelf nam ze onlangs ontslag bij het grootste commerciële televisiestation van het land, RCTI, omdat het leger zich voortdurend bemoeit met de inhoud van de programma's. De informatieafdeling van de strijdkrachten zet de aandeelhouders onder druk. Zij dwingen verslaggevers een beeld te schetsen dat weinig met de werkelijkheid te maken heeft, maar hun commerciële belangen niet in gevaar brengt en tegelijk een beroep doet op de nationale trots.

De berichtgeving over Oost-Timor vormt daarvan een hoogtepunt. Voorstanders van Oost-Timor als blijvend onderdeel van Indonesië krijgen ruimschoots de gelegenheid de VN te beschuldigen van partijdigheid en bedrog. Legerofficieren houden het volk voor dat de problemen op Timor voortkomen uit spontane uitbarstingen van geweld tussen voor- en tegenstanders van onafhankelijkheid, en dat het daarom moeilijk is de rust te herstellen.

Aantijgingen over steun aan de milities wijzen ze af als westerse propaganda of gebrek aan kennis. Het dodencijfer bedraagt geen honderden of duizenden maar ligt rond de vijftig, zeggen ze.

Beelden waaruit blijkt dat het leger samenwerkt met de milities worden van het scherm gehouden. Reportages over slachtoffers van het geweld tonen bange Oost-Timorezen die naar de westelijke helft van het eiland zijn gevlucht en vertellen hoe graag ze bij Indonesië willen blijven.

Ministers komen in beeld en vertellen over miljarden roepia's die ze hebben uitgetrokken voor voedselhulp en de migratie van de slachtoffers naar andere gebieden in Indonesië. Over de tienduizenden Timorezen die zich uit vrees voor de milities en zonder enige voedselhulp schuil houden in de bergen van Oost-Timor, wordt met geen woord gerept. Invalide soldaten laten zien hoe ze op Timor hun benen hebben verloren in de strijd tegen communistische vrijheidsstrijders.

Er is uitgebreid aandacht voor westerse protesten, vooral in Australië, waarbij de Indonesische vlag werd verbrand, het kantoor van de nationale luchtvaartmaatschappij Garuda wordt aangevallen en het lossen van Indonesische schepen wordt geweigerd.

Indonesiërs hebben 23 jaar geleerd dat hun land de arme Timorezen te hulp schoot toen Portugal hen in de steek liet en ze in handen dreigden te vallen van communistische rebellen. Al die tijd is hun voorgehouden dat hun regering honderden miljarden roepia's per jaar besteedde aan de ontwikkeling van het gebied.

Van 200 duizend doden tijdens en na de Indonesische invasie van 1975 hebben ze geen weet. Bijna niemand beschikt over CNN of de BBC. De meesten lezen geen kranten waarin de berichtgeving ook voorzichtig is, maar de werkelijkheid dichter benadert.

Dus geloven ze de voorstanders van blijvende integratie en het leger. En dus voelen ze zich beledigd door de westerse propaganda. Ze sympathiseren niet met het leger. Maar ze zijn wel Indonesiër. Tegen die achtergrond stoomt een door Australiërs gedomineerde vredesmacht op richting Oost-Timor. En tegen die achtergrond moeten Indonesiërs geloven dat de vredesmacht neutraal is. Het laat zich voorspellen wat hun reactie zal zijn als er straks Indonesische doden vallen. De VN steken hun neus in een wespennnest.

Meer over