Media en publiek zijn gebaat bij embargoregeling

Gisteren, op 1 februari, verscheen het rapport Uitgerekend wonen van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP). Maar de conclusies van het rapport stonden al op donderdag 26 januari in Het Parool....

Dat was geen mooi staaltje onderzoeksjournalistiek - alle media haddenhet rapport diezelfde ochtend onder embargo ontvangen. Het rapport gingonder meer over mogelijke afschaffing van de hypotheekrenteaftrek. Datpolitiek-gevoelige H-woord was reden voor een Parool-redacteur het embargo'per ongeluk' te schenden.

Na een boze reactie van het SCP stuurde de betreffende redacteur daagsdaarop een mailtje waarin hij zijn excuses aanbood, maar het kwaad wasgeschied: vrijwel alle media gingen op vrijdag over tot publicatie -noodgedwongen op vaak beknopte en gehaaste wijze.

Nu was het niet de eerste keer dat de media een embargo op een nog teverschijnen SCP-rapport schonden. Een week eerder deed De Telegraaf dat methet rapport Thuis op het platteland (dat pas eind van de ochtend aan deopdrachtgever, minister Veerman, werd aangeboden) en eerder was het deVolkskrant (in oktober 2004 met het media-rapport Achter de schermen en innovember 2005 met de Armoedemonitor 2005). Verder deden zichembargoschendingen voor door zowel het Algemeen Dagblad als NRC Handelsbladrond de Europese Verkenningen van SCP en CPB, die in september 2005meegingen met de stukken voor Prinsjesdag.

Met al die schendingen rijst de vraag of embargo's dan nog zin hebben.Volgens de in november 2000 herziene embargoregeling van het NederlandsGenootschap van Hoofdredacteuren is de zinvolheid van een embargoregelingzo langzamerhand verdwenen.

Een uitzondering wordt - opmerkelijk genoeg - gemaakt voor omvangrijkeen ingewikkelde publicaties, zoals 'bijvoorbeeld het tweejaarlijkse rapportvan het SCP'. Nu brengt het SCP wel meer 'omvangrijke en ingewikkeldepublicaties' uit dan dat ene tweejaarlijkse rapport, maar om te voorkomendat we in definitiekwesties vervallen, volgt nu een enkele opmerking overde zinvolheid van een embargoregeling.

Al jaren kent het SCP de stilzwijgende afspraak met vrijwel alle mediadat zij de publicaties ongeveer een week tevoren onder embargo ontvangen,zodat alle media de mogelijkheid hebben een publicatie goed voor tebereiden, vooraf interviews met auteurs en betrokkenen af te nemen enreportages te maken over het betreffende onderwerp. Van die mogelijkheidwordt tot vrijwel ieders tevredenheid volop gebruik gemaakt.

Het schenden van het embargo doorkruist op grove wijze deze afspraak.Dat is niet alleen vervelend voor het SCP (bewindspersonen ontvangenhierdoor een 'eerste exemplaar' van een rapport dat al eerder in de krantstond) maar tenminste zo vervelend voor de andere media. Niet voor nietskwamen de meeste boze reacties niet van politici of beleidsmakers, maarjuist van collega-journalisten die zich wel aan het embargo hielden.

Een logische stap is rapporten voortaan niet meer onder embargo testuren naar 'onbetrouwbaar' gebleken media. Dat ondervond bijvoorbeeld deVolkskrant, die sinds november vorig jaar alle SCP-publicaties pas ontvangtop de dag van verschijnen, een situatie waarmee niemand gelukkig is.

Een verdere toename van het aantal embargoschendingen - het SCP brengttenslotte zo'n veertig publicaties per jaar uit - zou een situatie doenontstaan waarin sommige media de rapporten wel vooraf ontvangen en andereniet, terwijl betrouwbare journalisten onderzoekers mogen interviewen enandere niet. In het uiterste geval worden alle rapporten straks pas op dedag van verschijnen aan de media toegestuurd, met alle gevolgen van dien.Er is dan geen tijd meer om de rapporten goed door te nemen, laat staandaarover mensen te interviewen of een reportage te maken. Het schrijven vaneen artikel wordt haastwerk, met alle mogelijke slordigheden ensimplificaties. Daar heeft niemand baat bij, het SCP niet, de media niet,maar vooral de lezers, kijkers en luisteraars niet.

In het belang van een goede informatievoorziening aan het publiek, valtderhalve te hopen dat een al jaren bestaande, stilzwijgende afspraak ookin de komende jaren kan blijven voortbestaan.

Kees M. Paling

Meer over