Pop

Medelijden slaat al snel om in bewondering bij het concert van Genesis in de Ziggo Dome ★★★☆☆

Phil Collins, kromgebogen en met wandelstok, beschikt nog altijd tweeënhalf uur lang over die podiumpersoonlijkheid waarvoor mensen naar een stadion of arena gaan.

Gijsbert Kamer
AMSTERDAM - Phil Collins (midden) tijdens het optreden van de Britse rockband Genesis in de Ziggo Dome. Beeld  Ferdy Damman/ANP
AMSTERDAM - Phil Collins (midden) tijdens het optreden van de Britse rockband Genesis in de Ziggo Dome.Beeld Ferdy Damman/ANP

Het heeft beslist iets aandoenlijks als Phil Collins (71) kromgebogen en met wandelstok het podium van de uitverkochte Ziggo Dome op strompelt. Daar staat een draaibare bureaustoel op wieltjes voor hem klaar waarin hij neerploft om er bijna het hele concert van Genesis niet meer uit te komen.

Natuurlijk, alle 17 duizend bezoekers weten dat het slecht met de gezondheid van Collins gesteld is. Ook zijn laatste soloconcert in Nederland (2019) bracht hij zittend door en drummen kan hij al jaren niet meer. Maar als je hem daar in z’n trainingsjackje zo ziet hangen in zijn stoel, vrees je toch even dat er een verpleegkundige aankomt om hem een slabbetje tegen het kwijlen voor te hangen.

Maar medelijden slaat al snel om in bewondering. Collins blijkt vanaf het derde liedje Mama, op een even in diep scharlakenrood uitgelicht podium, niet alleen behoorlijk bij stem, hij is geestig en beschikt nog altijd tweeënhalf uur lang over die podiumpersoonlijkheid waarvoor mensen naar een stadion of arena gaan.

The Last Domino? heet de diverse keren uitgestelde tournee die Genesis twee avonden naar Amsterdam brengt. Dat vraagteken is retorisch, want Collins heeft al aangegeven dat het echt voor het laatst is. Met zijn Genesis heeft hij in Nederland al eerder stadions gevuld, in 2007 voor het laatst in de Amsterdam Arena, en al is er in vijftien jaar geen nieuw repertoire bijgekomen, echt nostalgisch wordt het in de Ziggo Dome niet. Er is oud materiaal beloofd, uit de vroege jaren zeventig toen niet Collins maar Peter Gabriel de zanger en belangrijkste Genesis-componist was, maar dat oude werk (Firth of Fifth, The Cinema Show) wordt drastisch ingekort.

Als er al sprake is van nostalgie, dan is dat naar de jaren tachtig, toen Genesis dankzij het album Invisible Touch (1986) kon doorstoten richting stadions. Vijf nummers komen er maandag van die plaat voorbij en dat is niet het meest geslaagde deel van de avond. Uitgerekend in Land of Confusion en in het titelstuk hapert Collins’ zang een beetje, en als er dan toch ingekort mag worden, dan had Domino Medley beslist een hakmes verdiend.

Op dit soort momenten is Genesis een pompeuze stadionrockband – al is het een mooi beeld om vader Collins af en toe onhandig de maat te zien meeslaan terwijl zoon Nic (21) voorbeeldig de complexe drumpartijen naar zijn hand zet. Ook knap hoe de weelderige toetsenpartijen van Tony Banks samenvloeien met het gitaarspel van Mike Rutherford. Het geluid is de hele avond fraai en de twee achtergrondzangers, door Collins geestig als ‘percussionisten’ voorgesteld, leveren waar nodig precies de goede aanvullingen.

Het concert kent een paar mooie pieken. Het akoestische intermezzo, met een wat bevend en misschien daarom juist ontroerend Follow You Follow Me, laat horen dat Genesis ook klein kan klinken. En je went zo snel aan het merkwaardige beeld van de zittende bandleider dat het geen belemmering is om tweeënhalf uur Genesis live te ondergaan alsof het nooit anders geweest is.

Het mooist is het slot, als Collins in I Can’t Dance, de grootste Genesis-hit hier (op nr. 1 in 1992) spottend naar zichzelf wijst terwijl hij de regel ‘a perfect body with a perfect face’ zingt. Geestig, en een mooi contrast met de medley van twee stukken uit de Peter Gabriel-jaren (Dancing with the Moonlit Knight en Carpet Crawlers), die Collins als folkzanger onder fraai ingetogen begeleiding doet schitteren. ‘We’ve got to get in to get out’, is de veelvuldig door Collins herhaalde, volop meegezongen regel die nog lang nadat je de Ziggo Dome verlaten hebt blijft hangen.

Welke Genesis was de beste?

And then there were three... luidt de titel van het album uit 1978 waarop Genesis voor het eerst als trio (Phil Collins, Mike Rutherford en Tony Banks) te horen was. Gitarist Steve Hackett had de groep net verlaten, Peter Gabriel was in 1974 al uit Genesis gestapt na het album The Lamb Lies Down on Broadway. Vanaf dat moment is Phil Collins gaan zingen, met een stem die nog altijd niet ver van die van Gabriel ligt.

Collins is naast nieuw werk altijd het oude Gabriel-materiaal blijven zingen, ook tijdens de optredens nu in de Ziggo Dome. Maar onder Genesis-volgers van het eerste uur heerst nog altijd de discussie: welke Genesis was de beste en wie voert het oude werk nu het best uit? Gabriel speelt weinig en al helemaal geen Genesis-repertoire. Maar gitarist Steve Hacket was onlangs nog in Nederland om integraal het Genesis-livealbum Seconds Out (1977) te vertolken. Mooi, precies werk, maar het ontbrak aan een zanger met de persoonlijkheid van Collins of Gabriel, luidde de kritiek.

Genesis

Pop

★★★☆☆

21/3 Ziggo Dome, Amsterdam.