McBibliotheek

In de 1100 openbare bibliotheken in Nederland wordt het 'moeilijke' boek steeds meer veronachtzaamd. Infantiliseert de leeszaal? 'Dit tekent de antiintellectualistische trend.'..

Door Erik van den Berg

Op de eerste verdieping van de Bibliotheek Smallingerland in Drachten staat een berkenbosje: een handvol witte stammetjes, samen met een kano, een paar oude groentekistjes en een romantisch houten bruggetje. Het geheel verbeeldt het begrip 'Natuur' en fungeert als baken voor de bibliotheekgebruiker, die in deze afdeling alle boeken over dit thema bijeen vindt.

Zo is heel de collectie van deze openbare bibliotheek met etalagemateriaal gevisualiseerd. Bij de kookboeken in het leescafé staat een Italiaans fornuis te glimmen, een winkelwagen fungeert als blikvanger voor een thema-avond over 'consuminderen', met een bijbehorende boekenstapel. 'Het is misschien nog een beetje te veel decor', zegt directeur Elly Steenbergen, 'maar we zijn op de goede weg. Wil je je lezers aan je binden, dan is het zaak dat je je zo aantrekkelijk mogelijk presenteert.'

De ruim 1100 openbare bibliotheken in Nederland beraden zich op hun toekomst. Ze zullen wel moeten, want hun status van bolwerken van kennis en informatie wankelt. Volgens onderzoek van de Vereniging van Openbare Bibliotheken (VOB) is het aantal gebruikers tussen 1995 en 2002 tamelijk stabiel gebleven, maar daalde het aantal uitleningen in dezelfde periode met vijftien procent. 'De uitleen heeft een harde tik gekregen', zegt Cedric Stalpers van de VOB. 'En het is niet waarschijnlijk dat de daling snel zal stoppen.'

In de gemeente Smallingerland (54 duizend inwoners) stroken de cijfers over de jaren 1998-2003 met de landelijke trend. Het ledental daalde van 17.492 naar 17.081, het aantal uitleningen van 898.507 naar 783.611.

De boosdoeners laten zich raden: internet en ontlezing. Wie iets wil opzoeken, hoeft al lang niet meer naar de leeszaal, maar tikt thuis op z'n gemak google in. Dat vraagt om een tegenoffensief. Omdat de doorsneelezer het woord bibliotheek vanzelf met het begrip 'saai' schijnt te associëren, heeft Steenbergen een nieuwe term geïntroduceerd: de Beleefbibliotheek. Ze baseerde haar vondst op het boek De beleveniseconomie van Pine en Gilmore, die de stelling poneerden dat de moderne consument niet uit zozeer uit is op een product, als wel op een prettig gevoel.

'Beleven in de zin van meemaken, ondergaan, ondervinden; genieten door te kijken, te luisteren, te lezen of te proeven', luidt derhalve het adagium in Drachten. Er hoort een uitgebreide, in 'belevingssferen' verdeelde website (www.beleefbibliotheek.nl) bij, evenals een scala aan 'Info-arrangementen', waarin boekentips worden gecombineerd met lezingen en cursussen, in samenwerking met lokale organisaties als de muziekschool of de Kamer van Koophandel.

'De bibliotheek moet dynamischer en assertiever worden', vindt Steenbergen. 'En de klant dient het prettig te vinden in je gebouw. Dat mag de uitstraling hebben van een Grand Café.' Inderdaad oogt de entree weinig bibliotheekachtig. Het Leescafé zit op een doordeweekse middag vol passanten. Het dagmenu biedt hete bliksem met karbonade. En wie verder loopt stuit allereerst op een goed gesorteerde videocollectie.

Steenbergens initiatief werd vorig jaar beloond met de Innovatieprijs van de VBO, het begrip Beleefbibliotheek is als woordmerk gedeponeerd, collega's uit andere gewesten komen inspiratie opdoen. Levert dat alles ook nieuwe lezers op? 'Nee', zegt de directeur. 'Maar je moet de vraag omdraaien: hoeveel meer zouden er zijn weggebleven?'

Aan vragen is geen gebrek in de sector. In De vleugels van de bibliotheek, een recente uitgave ter gelegenheid van het vierhonderdjarig bestaan van de Gemeentebibliotheek Rotterdam, somt Herman Moscoviter er een flink aantal op: 'Is de onttovering van het oude instituut begonnen of is een definitie van een nieuw cultureel programma nodig als men ziet hoe massaconsumptie en massarecreatie zich ontwikkelen? Blijft de openbare bibliotheek als fysieke instelling nodig? En als dat zo is, welke plek is dan de beste? Langs de snelweg, in het hart van de stad, in het restaurant of in de school?'

Wie weet is het antwoord nu al te vinden aan de Laan van Iserlohn in Almelo. Daar opende deze zomer een noviteit: een fast food-restaurant dat tevens fungeert als informeel bibliotheekfiliaal. Zo'n tachtig jeugdboeken uit de plaatselijke bieb liggen er voor het grijpen. 'Kinderen zitten tegenwoordig vooral achter de tv en de computer', zegt Harold Asbroek, franchisenemer van de Almelose McDonald's. 'Het lezen blijft achter. Ik merk het aan mijn medewerkers, die spreken soms slecht Nederlands. Daar wil ik iets aan doen.' Over het resultaat is Asbroek niet ontevreden: 'Vooral nu we de boeken niet meer netjes uitstallen, maar gewoon op stapeltjes leggen. Vaak zitten de ouders mee te lezen.'

Tekent zich hier een nieuwe trend af? Krijgen we straks een McBibliotheek? In het tijdschrift Bibliotheek vatte de schrijver Midas Dekkers dergelijke perspectieven samen als 'Hupsefladder en fun': 'Uit angst om voor stoffig versleten te worden, doen bibliotheken er alles aan om vooral niet op bibliotheken te lijken.'

Het is een toon die je vaker treft in het vakblad: aan zelfkritiek en scepsis is geen gebrek. 'Martin Ros waarschuwt bibliotheken nog één keer', staat op het omslag van het voorlaatste nummer. De van boeken bezeten uitgever meent dat bibliotheken tegenwoordig vooral gezellig en toegankelijk willen zijn en daarmee 'de echte lezers' wegjagen. Ros roept bibliotheekdirecteuren op zich sterk te maken 'voor het behoud en de aanschaf van het betere boek'.

Die oproep correspondeert met een recent pamflet van Maarten Asscher, voormalig directeur Kunsten van OCW en tegenwoordig directeur van boekhandel Athenaeum. Asscher vindt dat de overheidssubsidie aan bibliotheken aan te veel voorwaarden wordt verbonden. 'De politiek lijkt de openbare bibliotheek te beschouwen als een verlengstuk van zichzelf, in de vorm van een welzijnscentrum, stemlokaal, buurthuis, VVV, internet-annex activiteitencentrum', stelt Asscher. En ook hij besluit met een oproep: 'Behoud de boekige bibliotheek.'

Dat dat geen loze kreet is, blijkt uit de ervaringen van een flink aantal Nederlandse uitgevers. Vooral kleinere, in non-fictie gespecialiseerde uitgeverijen constateren dat de bibliotheken steeds minder belangstelling voor 'moeilijke' titels hebben. In de najaarscatalogus van zijn Rotterdamse uitgeverij spreekt Willem A. Donker zelfs over de 'infantilisering' van de bibliotheek. Donker is bitter gestemd over de respons op het eerste deel van de verzamelde correspondentie van Erasmus, een prestigieuze serie die uiteindelijk tweeëntwintig delen zal omvatten. 'De critici schreven dat die brieven tot het waardevolste behoren dat onze cultuur heeft voortgebracht. En hoeveel exemplaren bestellen de Nederlandse bibliotheken? Twaalf stuks! Het is de ergernis ten top.'

Identieke ervaringen heeft Paul de Ridder van De Papieren Tijger met de memoires van Willem Oltmans. 'Daarom vind ik de recente discussie over de Nederlandse cultuur zo hypocriet. De overheid vindt dat de Nederlanders meer inzicht in hun eigen geschiedenis en cultuur moeten hebben, maar tegelijkertijd wordt een schrijver als Erasmus uit de bibliotheek verdrongen.'

'Het is een uiting van de heersende anti-intellectualistische tendens', zegt Marc Beerens van uitgeverij Vantilt, die nauwelijks vraag noteerde voor het alom geroemde De Tachtigjarige Oorlog in Spaanse ogen. 'Het is ook zuur: er is de wet op de vaste boekenprijs die het kwetsbare boek beschermt, terwijl datzelfde boek uit de bibliotheken verdwijnt.'

Uitgever Wouter van Oorschot meent dat de bibliotheken het afgelopen decennium zo weinig van zijn uitgaven hebben aangeschaft, dat zijn fonds 'nog slechts in virtuele zin' in de Nederlandse leeszalen aanwezig is. 'Terwijl er een tijd was dat wij blind konden rekenen op een afname van enkele honderden exemplaren door de bibliotheken.' De verandering wijt hij aan de 'managementsziekte': 'Omloopsnelheid maal aantal vierkante meters boekenplank. Alles wat onder het hangcijfer komt valt weg. Volstrekt in tegenspraak met waar een openbare bibliotheek voor moet staan.'

De VOB beaamt dat het aanschafbeleid in veel gemeenten samenhangt met de uitleencijfers: boeken die weinig van de plank komen, kosten in zo'n geval geld en de keuze voor populaire titels is dan snel gemaakt. Cedric Stalpers: 'Als je gefinancierd wordt op basis van het aantal uitleningen, word je prudenter met inkopen.'

Er is evenwel een kentering op komst, meent Ben Schipper van de Nederlandse Bibliotheek Dienst (NBD): 'Een tijd lang is vooral naar de uitleencijfers gekeken. Maar in de hele sector leeft het gevoel: jongens, die cijfers mogen niet zaligmakend zijn.' Teken aan de wand is het landelijke congres voor bibliothecarissen op 15 december. Uitgangspunt voor de bijeenkomst is een citaat uit het jaarplan van de VOB: 'Een te marktgericht en opportunistisch collectiebeleid mag niet leiden tot verschraling en verarming van de culturele en educatieve functie van de openbare bibliotheek.'

Directeur Hans van Velzen van de Openbare Bibliotheek in Amsterdam juicht het debat over de rendementsgedachte toe: 'We moeten niet te veel naar de uitleencijfers kijken. Die discussie wordt terecht gevoerd.' Maar hij benadrukt dat veel van zijn collega's niet anders kunnen. 'Gemeenten bezuinigen en kijken allereerst naar hun gesubsidieerde instellingen. Bibliotheken kunnen dan vaak niet anders dan hun aankopen beperken.'

Elly Steenbergen in Drachten ontwaart geen crisis in het collectiebeleid. 'Die discussie is van alle tijden. Zorg liever dat de bibliotheek sprankelend over het voetlicht komt. Dáár zit het probleem.'

Meer over