BESCHOUWING

Maximaal je aandacht

Danh Vo is inmiddels een grote in de kunstwereld. In zijn werk haalt hij ethische kwesties aan. Maar hoe onkreukbaar is zijn eigen kunst?

We The People (2011-2013), de oksel van het Vrijheidsbeeld dat Danh Vo heeft laten namaken. Beeld Rheinisches Bildarchiv Köln/ Britta Schlier
We The People (2011-2013), de oksel van het Vrijheidsbeeld dat Danh Vo heeft laten namaken.Beeld Rheinisches Bildarchiv Köln/ Britta Schlier

Je komt het in Museum Ludwig in Keulen per ongeluk tegen. Maar het hangt er echt, het titelbordje Shove it up your ass, you faggot. Vraagje: had de kunstenaar Danh Vo de oneliner niet voor een nieuw werk gereserveerd? Een tekst die hij wilde maken voor verzamelaar Bert Kreuk?

Want dat had toch even het kunstnieuws gedomineerd: de rechtszaak tussen de Rotterdamse zakenman Bert Kreuk en de Deens-Vietnamese kunstenaar Danh Vo. Met als inzet een kunstwerk dat Vo volgens 'afspraak' voor Kreuk zou maken. En dat Vo zich van die afspraak niets herinnerde, maar door de rechter tot de orde werd geroepen. Met als uitkomst dat Vo nu alsnog een ruimtevullende installatie moet produceren. En dat dit zijn voorstel was: een tekst in bovenstaande bewoordingen, Shove it, et cetera.

Nu hangt de titel bij een eerder gemaakt sculptuur: een vijf meter lange tak die Vo in Museum Ludwig in een zaal heeft neergelegd. Een tak waar aan de uiteinden een houten speelgoedhand is bevestigd en een putto-achterwerkje van ronde billetjes. Niet het meest intrigerende werk, eerlijk gezegd. Hoewel je, moeizaam associërend zou kunnen denken: ronde billetjes plus een volwassen hand plus deze titel, dat zou op iets als kindermisbruik kunnen wijzen. Misschien.

null Beeld EPA
Beeld EPA

Integriteit

Komt bij dat door alle onenigheid tussen kunstenaar en verzamelaar er een gerede kans is dat je anders naar het werk van de kunstenaar gaat kijken. Wie denkt onpartijdig en objectief te zijn werpe de eerste steen. Integriteit, daar draait het om. Een moeilijk te doorgronden term als het om kunst gaat. De kunstenaar mag wellicht niet integer zijn, zoals Kreuk suggereerde, het werk zelf kan dat nog steeds wél zijn. En daarbij, wat is integer werk? En in hoeverre is Vo's werk in het bijzonder integer - zeg maar, onkreukbaar?

Wie naar Keulen afreist om zijn tentoonstelling te bezoeken, moet erkennen dat ethiek een rol van betekenis speelt. De sculpturen, installaties en uitgekozen foto's spelen er dan niet direct op in, ze schurken wel dicht tegen allerlei morele kwesties aan. Neem het beeld We the People: een detail van het Amerikaanse Vrijheidsbeeld. Om precies te zijn de oksel van de gedrapeerde jurk. Het is een van de ruim 250 onderdelen van het gigantische beeld dat Vo, op ware grootte, heeft laten namaken en in stukken heeft gezaagd. Het ligt nu verspreid in privécollecties en museumverzamelingen over de wereld.

Een Amerikaanse verzamelaar die, naar het schijnt, het gehele beeld had willen kopen, haalde bakzeil met zijn verzoek. Het sculptuur moet juist omwille van het democratische gehalte op alle continenten te zien zijn. Ook als wereldwijde waarschuwing: het origineel van de beroemde vrouw met fakkel heeft aan de kust voor New York een kleine anderhalve eeuw iedereen welkom geheten, terwijl er nu een muur staat tussen Amerika en Mexico om ongewilde geluk- en asielzoekers tegen te houden.

Bovendien kent het standbeeld, net als veel ander werk van Vo, een persoonlijke fascinatie: de in 1975 in Vietnam geboren Vo ontvluchtte het land op 4-jarige leeftijd, samen met zijn ouders, naar Denemarken. Daarna studeerde hij in Frankfurt, woonde in Berlijn en Mexico City. Nu reist hij als een nomade de wereld rond.

Maximale aandacht

Danh Vo - zijn naam circuleert een tijdje als een grote in de wereld van eigentijdse kunst; een status die tegenwoordig als 'blue chip artist' wordt aangemerkt, verwijzend naar het duurste casinofiche. Zijn werk is gewild, als artistieke uiting én belegging. In 2012 ontving Vo de prestigieuze Hugo Boss Prize. Dit jaar vertegenwoordigt hij Denemarken op de Biënnale van Venetië, en mocht hij de collectie van privéverzamelaar François Pinault opstellen in diens Venetiaanse museum op Punta della Dogana. Op beide locaties is de inrichting buitengewoon karig, maar ook smaakvol. Vo weet hoe je maximaal aandacht kan krijgen voor een middeleeuws beeldje, een houtsnede, foto, meubelstuk, een ingelijste brief of houten kistje waarin een 17de-eeuws, religieus beeld zit.

Het is moeilijk om zijn eigen werk onder een noemer te scharen. Zo blijkt ook weer in Keulen. De tentoonstelling is bescheiden van opzet, een zaaltje of vijf, met alles bij elkaar zo'n tien werken, in een grote variëteit. Naast het Vrijheidsbeeld-fragment, ook een zaaltje vol lege whiskyflessen en sigarettendozen bedrukt met bladgouden logo's van Marlboro, Chesterfield en Philip Morris. Maar ook enkele indringende foto's van de aan aids overleden Peter Hujar: van een rimpelige hond, mannelijke torso met schotwonden, slang in tak; afbeeldingen die een fysieke aantrekkingskracht hebben.

De opstellingen zijn contemplatief, maar wel op een associatieve, suggestieve manier gegroepeerd. Met losse hand combineert Vo beelden en teksten. Soms zo los dat het voor ons, eenvoudige stervelingen, moeilijk is te volgen waar we naartoe worden gestuurd. Het Keulse persbericht waarschuwde de bezoeker al dat Vo's werk reminiscenties heeft aan zijn jeugd in Vietnam, zijn familiegeschiedenis aldaar, zijn vlucht naar Europa en - als we dan toch bezig zijn - kolonialisme, migratie en culturele identiteit, net zozeer als 'homoseksuele relaties, gedragsnormen in het algemeen, de maatschappij als geheel en de context van de kunst in het bijzonder'.

Candy Darling on her Deathbed (1974) van Peter Hujar is onderdeel van de tentoonstelling. Beeld
Candy Darling on her Deathbed (1974) van Peter Hujar is onderdeel van de tentoonstelling.Beeld

Associatiemethode

Kortom, u bent gewaarschuwd. Niet dat het niet zou kloppen: het werk van Vo schuurt tegen alle thema's aan, zonder dat het als passende puzzelstukjes een geheel wordt. Vo kan net zo goed brieven van Amerika's oud-adviseur van veiligheid Henry Kissinger tonen (waarin hij refereert aan het bombarderen van Noord-Vietnam) als een afscheidsbrief die de heilige Théophane Vénard aan zijn vader schreef voordat hij in Tonkin, Vietnam werd onthoofd. Of een uitgeschreven sprookje van de Grimm-broers naast een polychroom, houten kruisbeeld van de Heiland, zonder hoofd en armen.

Het met elkaar combineren van al deze beelden, informatie en indrukken is een lastig karwei, hoe verleidelijk het werk ook is gemaakt. Natuurlijk, er is de beeldrijm. De geplooide koper-oksel van het Vrijheidsbeeld resoneert met de foto die Peter Hujar maakte van de transseksuele jarenzeventigcultster Candy Darling: ze ligt met een arm over het hoofd gedrapeerd op haar 'doodsbed'.

Maar voor de rest werkt de associatiemethode van Vo voornamelijk als een mystificatie die je moet decoderen. Je begrijpt het pas als iemand het je uitlegt of als je er een tekst over leest. Wat blijft is de verleidelijkheid van het gebruikte bladgoud, het gebutste koper (Vrijheidsbeeld), een eenzaam middeleeuws beeld in een lege ruimte.

The Exorcist

'Shove it up your ass, you faggot'. Steek maar in je reet, flikker. De oneliner komt uit The Exorcist, de film uit 1973 waarin een 12-jarig meisje door de duivel is bezeten. De film heeft gedenkwaardige regels tekst opgeleverd als: 'Stick your cock up her ass, you motherfucking, worthless cocksucker', 'Let Jesus fuck me' en 'Your mother sucks cocks in Hell'. De citaten dienen veelal als titel voor Danh Vo's kunstwerken. Leuk dat verzamelaars en museumdirecteuren die titels in het openbaar moeten uitspreken als ze het over mijn werk hebben, vindt Vo. Zonder nadelige gevolgen: de veilingprijzen stegen in drie jaar van 30 duizend euro (in 2012) tot ruim 2 miljoen (2015).

Ambachtslui

Blijft ook over: de verleidelijkheid van de mooie detaillering en het handwerk. Zo is het Vrijheidsbeelddetail in China gemaakt, opgebouwd uit kleine stukjes roodkoper die met koperen popnagels aan elkaar zijn gezet. De kartonnen dozen (vergelijkbaar met de dozen die Kreuk bij Vo had 'besteld') zijn minutieus met bladgoud beplakt.

Vo vindt het belangrijk dat zijn kunst door anderen wordt gemaakt. Door ambachtslui, zoals zijn vader, Phùng Vo, die alle teksten voor zijn zoon kalligrafeert. Maar ook door anderen, arbeiders in zogenoemde lagelonenlanden of lagekostenlanden (afhankelijk uit wiens perspectief je het bekijkt). En dat dat goedkoop gemaakte werk daarna op de Westerse kunstmarkt voor enorme prijzen van de hand gaat.

Het zegt iets over Vo's interesse voor de mondiale economie. Een interesse die hij deelt met Ai Weiwei, de Chinese kunstenaar en pain in the ass van de Chinese overheid. Ook Ai besteedt veel werk uit aan plaatselijke arbeiders vanwege hun vaardigheden en om ze van inkomen te voorzien. Maar ook uit het nobele idee dat niet alle productie in handen belandt van het mondiaal opererende Grootkapitaal. Waardoor het dus als kritiek kan worden gezien op de grote economische systemen waarop de wereldhandel is gebaseerd, ook in de kunst.

In die zin had je de clash tussen Vo en Kreuk al van verre kunnen zien aankomen, en uit het werk kunnen destilleren. De kritische kijk van Vo versus Kreuk als representant van de nieuwe, art flippende kunstinkoper.

Danh Vo, Ydob eht ni mraw si ti. Museum Ludwig, Keulen, t/m 25/10. museum-ludwig.de

Meer over