Marokko is moeilijk

Wie in Nederland veel Marokkanen heeft gekend, heeft het niet vanzelf gemakkelijker met inburgeren in Marokko. Het land is groot en heel divers, in alle opzichten....

Dit land, er is nog zoveel dat ik nog niet weet of nietbegrijp, dat ik soms wanhoop: zal ik ooit gevoel krijgen voor wathier gaande is? Ik ben hier nog niet lang, zij het al wel ietslanger dan de doorsnee toerist - en misschien is dat net langgenoeg om in de gaten te krijgen hoeveel je nog niet weet. Ikdacht dat ik Marokkanen aardig kende omdat ik er honderden in deklas heb gehad, ik dacht dat ik Marokko aardig kende omdat ik erveertien jaar geleden een maand lang rondtrok en er het afgelopenjaar ook twee keer was, zij het maar kort, maar ik begin steedsbeter te beseffen dat ik nog maar bitter weinig weet, en dat ikover een jaar misschien iets meer zal weten maar zeker nietzoveel als zij die hier geboren zijn, de Marokkanen, die als dooreen navelstreng met Marokko verbonden zijn. Op het populairsteterras in het centrum van Rabat, dat van hotel Balima, lopenaltijd dezelfde obers rond, dezelfde schoenpoetsers bieden er hundiensten aan, een en dezelfde pindaverkoper legt iedere avond opieder tafeltje een paar pinda's neer, op proef, een paar minutenlater komt hij dan vragen of de pinda's naar meer smaken.

Ik schat deze pindaverkoper ouder dan zestig, hij is lang enmager, draagt een pikzwarte snor en een rode fez en een opzichtighesje, zijn verschijning doet denken aan die van de goochelaar,zijn gebaren zijn theatraal, zijn bewegingen zwierig. Hij golftde tafeltjes langs, op zijn rechterarm draagt hij het dienbladwaarop grote bruine papieren zakken met de vliespinda's enamandelen liggen, met zijn linkerhand, met een lepel, schept hijer telkens twee of drie of vier uit, die hij met een elegantgebaar opdient. Een in Rabat geboren Marokkaan met wie ik op hetterras zat, zei dat de pindaverkoper hier al rondliep toenhijzelf nog een kind was. 'Hij komt hier al dertig jaar.'

Een van de schoenpoetsers, in een blauwe stofjas, is minstenszo oud als de zwierige pindaverkoper, heeft een gevlekt gezicht,bruin en roze, een deel van het pigment is uit zijn huidverdwenen, draagt een grote hoornen bril, en als hij mij toelachtzie je in zijn mond de ver uitelkaar staanden bruine stompjes diezijn tanden zijn. Hij zit meestal gehurkt tegen een muur van hethotel, op het moment dat het terras volstroomt, loopt hijvoorovergebogen tussen de tafels door, de schoenen van decliëntèle monsterend. Als er een paar tussen zit dat er stoffiguitziet of anderszins poetsbaar lijkt, tikt hij twee keer kortmet zijn borstel tegen het houten kistje dat hij met zichmeedraagt, waarin zijn spullen zitten, een kistje dat qua vormdoet denken aan het 'flessenrek' dat je vroeger voor de deurzette. Er zijn er maar weinig die hun schoenen laten poetsen maarer zijn er altijd wel een paar, en dan hurkt de schoenenpoetservoor klant neer, hurken is niet alleen zijn rust- maar ook zijnwerkhouding, en begint met zijn rechterhand te poetsen, met zulkesnelle en heftige bewegingen dat zijn hele lichaam meeschudt,vooral zijn linkerarm.

De houding van de schoenenpoetser is onderdanig, die van depindaverkoper trots, bijna extravagant. Geen van beiden heeft inmijn ogen een typisch Marokkaans gezicht, de schoenpoetser nietomdat zijn gezicht door die pigmentloze vlekken zo roze is, ende pindaverkoper, met zijn kromme neus en brede mond, zou ikeerder voor een zigeuner houden. Waar komen deze mensen vandaan?In welke regio zijn ze opgegroeid? Welke accent hebben ze? Al datsoort dingen weet ik niet alleen niet, ik heb er ook nog geengevoel voor.

Hier wonend besef ik weer hoeveel ik in Nederland wel weet -en hoeveel de inburgeraar er nog te leren heeft. Ik hooronmiddellijk waar iemand vandaan komt, wat zijn sociale statusis, taal verraadt veel. Ik weet ook wat voor soort mensen waarwonen, hier in Marokko zegt een naam als pak 'm beet Errachidiamij nog weinig tot niets. Ik weet zo ongeveer waar het ligt, maarwie daar wonen en wat des Errachidia's is, waar de stad vanleeft, wat de plaatselijke gewoontes zijn, geen idee.

Ik begin wel in de gaten te krijgen dat Marokko geeneenvoudig land is, het is een groot land met veel verschillenderegio's, gebergten als het Rif, de Midden-, de Hoge- en de AntiAtlas, vruchtbare valleien als die van de rivieren de Draa, deZiz, de Dades en de Sous, en dan zijn er ook nog de stedelijkeregio's en er is de woestijn, Marokko kent een ongelofelijkediversiteit. Hoe lang duurt het eer je daar enig gevoel voor gaatkrijgen?

Eén ding staat als een paal boven water: wil ik hierenigszins inburgen, dat wil zeggen begrip krijgen voor wat er ommij heen gebeurt, dan heb ik daar de Marokkanen zelf voor nodigwant vooral zij kunnen Marokko voor mij openbaren, en datbetekent dat ik de taal nodig heb.

In het Frans kan ik praten met mensen die dat ook kunnen maariemand als de schoenenpoetser spreekt geen Frans, en al zie ikhem vaak in zijn eentje gehurkt tegen de muur van het hotelzitten wachten en zou hij denk ik graag een praatje met mijmaken, waarom niet, ik kan hem niet verstaan, nog niet - en hoelang dat 'nog' gaat duren, weet ik ook nog niet.

Meer over