Marieke Schneemann lokt je haar cd binnen

Marieke Schneemann lokt je haar cd binnen met diepe tonen van haar fluit, een historisch instrument uit 1850 van de Parijse bouwer Louis Lot - voor de kenner: een houten, conische ringkleppenfluit. De fluwelige warmte van het historische instrument kruipt tot diep onder je huid en dat weet ze.

Biëlla Luttmer

Niet voor niets begint ze haar Paganini-capriccio's niet met nummer 1 maar met de langzame toverklanken van nummer 17. Nummer 1 slaat ze zelfs helemaal over, net als andere capriccio's die voor de fluit een stap te ver gaan.

De capriccio's van de vioolduivel Paganini zijn jaloersmakend. Pianisten proberen ze te benaderen met hun eigen versies en een paar jaar geleden verscheen zelfs een saxofoonvariant van Raaf Hekkema, compleet met dubbeltonen. Marieke Schneemann combineert haar eigen bewerking, die zo dicht mogelijk bij het origineel blijft, met een bestaande van Jules Herman (1830-1911), staat in het cd-boekje.

Soms pakt dat verbluffend goed uit, maar op andere momenten wil ze het onmogelijke. Zoals in Capriccio 15, waar ze in de voortrazende hoogte zo veel kracht moet zetten dat haar toon schel wordt. Zelfs duivelsfluitiste Marieke Schneemann moet dan bukken voor de beperking van haar wonderschone instrument. Je hoort haar vechten, met alle wapens die ze in huis heeft. Na een marathon van 19 capriccio's laat ze je achter met tuitende oren, stokkende adem en hartkloppingen. Pfff.

Meer over